Chocolat restaurant

Het lekkerste restaurant van Nederland!

Franse keuken.

Diversiteit en lange traditie's zijn de twee belangrijkste kenmerken in de franse keuken. Over de hele wereld is de franse keuken er beroemd. De franse keuken kun je in 4 vershillende gebieden verdelen.


  • Noordwest-Frankrijk
  • Noordoost-Frankrijk
  • Zuidwest-Frankrijk
  • Zuidoost-Frankrijk


Het noordwesten kenmerkt zich met name door het gebruik van room, appels en boter. De Franse keuken in Noordoost-Frankrijk heeft Duitse invloeden met reuzel, worst, bier en zuurkool. Het zuidwesten kent een aantal specialiteiten, zoals foie gras (ganzenlever), eendenvet, cepes (pocini-paddestoelen) en pens. De keuken van Zuidoost-Frankrijk wordt ook wel de Provençaalse keuken genoemd, die mediterrane invloeden heeft: veel olijfolie, tomaten en kruiden.








Franse eetgewoontes

Le petit déjeuner (ontbijt)
Het ontbijt van de Fransen is vaak niet zo uitgebreid als in Nederland. Vaak is het een klein kopje koffie of een café au lait waarin met soms wat brood dipt. Kinderen drinken meestal melk of warme chocolademelk. Boeren nemen ongeveer om 8 uur een pauze om een flink ontbijt te nemen met brood, vlees, worst (charcuterie) enz. In de stad ontbijten mensen meestal onderweg of in een café. Dit is vaak stokbrood of een croissant, besmeerd met boter en jam.

Le repas (lunch)
Zowel ‘s middag als ‘s avonds eten de Fransen warm. In dorpen of op het platteland eten de mensen tussen de middag vaak thuis. Dit is de hoofdmaaltijd en ze nemen er dan ook de tijd voor. Meestal is er soep en vaak een hardgekookt ei met mayonaise en rauwkost. Ook een quiche of een croque monsieur (tosti) eten ze vaak. Op zondag lunchen de meeste Fransen uitgebreid met de hele familie.
Mensen in de steden met een kantoorbaan eten in bedrijfskantines waar complete lunches worden geserveerd. En kinderen eten tussen de middag in schoolkantines.

Le goûter (vieruurtje)
Omdat de Fransen hun diner pas rond 20.00 uur eten, wordt er rond 16.00 uur vaak nog taart of koekjes gegeten en wat gedronken.

Le diner (avondeten)
In de stad is het avondeten de hoofdmaaltijd van de dag. Om de eetlust op te wekken, drinkt men vaak pastis, een anijsdrank aangelengd met water. De hoofdmaaltijd bestaat uit ten minste drie, maar meestal vier gangen:

L’entrée of hors d’oeuvre (voorgerecht)
Men eet vaak soepen, rauwkost (crudité), eiergerechten of koud vlees (charcuterie), zoals ham of paté.

Le plat principal (hoofdgerecht)
Het hoofdgerecht bestaat uit vlees, gevogelte, vis en/of schelp- en schaaldieren met twee soorten groenten. Aardappels zien de Fransen ook als groente! Bijgerechten kunnen bestaan uit rijst of pasta. Brood is een ander onmisbaar bestanddeel van de maaltijd.

Le fromage (kaasplankje)
Na het hoofdgerecht wordt vaak een kaasplankje geserveerd met 3 of 4 kaassoorten.