Homofobie

Zoë Overbeek & Laura Perrevoort & Anouk van de Bilt

Wat is homofobie?

Homofobie is de angst voor homoseksuelen en transgenders. Het woord angst wordt vaak verplaatst voor haat en afkeer. Homofobie, of homohaat is een hardnekkig verschijnsel dat vaak grote consequenties kan hebben. In sommige landen staat zelfs de doodstraf op praktiserende homoseksuelen. Ook homoseksuele gevoelens kunnen al reden zijn om iemand te straffen (bijvoorbeeld met de dood).

Welke mensen lopen een verhoogde kans om homofobisch te worden?

Ieder mens heeft van nature een enorme drang om autoriteiten te volgen. Als kind kom je daar al snel mee in aanraking. Als papa en mama zeggen dat iets zo moet, dan moet dat zo. Je hoeft je niet af te vragen waarom dat zo is, je neemt iets gewoon aan zoals het is. Bij het ouder worden wordt alles opeens in twijfel getrokken. Waarom vindt men iets? Waarom doet men zo? Waarom wordt iets normaal gevonden? Veel kinderen en jong volwassenen komen in een rebelse fase terecht en gaan zich verzetten tegen de standaard.

Homofobie houdt stand doordat homofobie wordt doorgegeven via opvoeding, via school, via media of via andere kanalen. Het aanleren van homofobie gebeurt altijd via een autoriteit. Dit kunnen ouders zijn maar ook formele organisaties (overheden, verenigingen, religies). Met name religies vormen een groot probleem aangezien deze veelal onveranderd blijven.


Landen waar weinig religie voorkomt, hebben relatief veel homorechten. Religieuze landen kennen daarentegen juist erg weinig, tot geen rechten voor homoseksuelen. Homoseksualiteit (gedrag, handelingen en uitingen) is in veel landen zelfs strafbaar. In Iran, Saoedi-Arabië, Jemen, Verenigde Arabische Emiraten, Soedan, Nigeria en in Mauritanië bestaat de straf uit de doodstraf. Niet alleen publieke homoseksuele uitingen (bijvoorbeeld een knuffel tussen twee verliefde vrouwen) leidt naar de doodstraf. Ook homoseksueel gedrag in prive plekken (bijvoorbeeld in je eigen huis) wordt afgestraft met de dood. De doodstraf bestaat veelal uit ophanging. Alle landen waar de doodstraf staat op homoseksualiteit zijn zogeheten moslimlanden.

Zestig jaar homo-emancipatie

Het COC bestaat dit weekend zestig jaar. De in 1946 opgerichte organisatie zorgde voor grote doorbraken in de homo-emancipatie. Maar het echte werk begint nu pas. ‘De mentaliteit veranderen is veel moeilijker.’


Homoseksualiteit was in Nederland lang verboden. Het werd als ‘tegennatuurlijk’ gezien, als een ziekte die je met medicijnen of therapie kon genezen. Homo’s moesten oppassen in het openbaar omdat zij vaak slachtoffer waren van geweld.

In 1946 werd het COC opgericht, dat het moeilijke gevecht voor homo-acceptatie ging leiden. Door de maatschappelijke afkeuring gebeurde dat eerst in het geheim. De naam COC stond voor ‘Cultuur en Ontspannings Centrum’, een schuilnaam.

Heel voorzichtig werden stappen gezet om het negatieve beeld van homoseksualiteit te doorbreken. Het COC opende in de jaren zestig van de vorige eeuw discotheken voor homo’s en protesteerde tegen het verbod op homoseksualiteit. Dat had succes: begin jaren zeventig werd het verbod opgeheven.


Toch accepteerde nog niet iedereen dat homoseksuelen openlijk uitkwamen voor hun geaardheid. Bij een demonstratie in 1982 werden ze uitgescholden en met stenen bekogeld. Pas in 1993 werd de Algemene Wet Gelijke Behandeling aangenomen. Discriminatie vanwege seksuele geaardheid was voortaan verboden. Ook trouwen werd mogelijk: het eerste homostel stapte in 2001 onder grote internationale belangstelling in het huwelijksbootje.


‘Maar het echte werk begint nu pas,’ zegt Frank van Dalen, voorzitter van COC-Nederland. ‘De mentaliteit veranderen is veel moeilijker dan het wijzigen van wetten. Nog steeds is homoseksualiteit niet door iedereen geaccepteerd en botsen homo’s met allochtonen zoals zij vroeger met autochtonen botsten.’

Wat speelt in Nederland?

Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgender personen (LHBT) kunnen ook op het werk te maken krijgen met negatief gedrag van collega's zoals pesten, negeren, grappen maken, beledigen, uitsluiting of (seksuele) intimidatie. Discriminatie op het werk kan ook vergaande gevolgen hebben voor een organisatie als geheel.


Transgender mensen (transseksuelen, travestieten en interseksuelen) nemen in Nederland op de arbeidsmarkt een marginale positie in


Sociale acceptatieTransgender mensen (transseksuelen, travestieten en interseksuelen) nemen in Nederland op de arbeidsmarkt een marginale positie in. Velen bevinden zich in een schrijnende situatie. Transgenders zijn vaak sociaal geïsoleerd, werkloos of werken onder hun niveau. Ook durven transgenders op hun werk vaak niet uit de kast te komen. Homoseksuele mannen en lesbische vrouwen voelen zich in hun werkomgeving nog steeds onprettig behandeld. De problemen van homoseksuelen op het werk hebben veelal te maken met vervelende opmerkingen of grapjes die verwijzen naar hun seksuele gerichtheid. Soms gebeurt dat incidenteel en soms stelselmatig. Het is niet altijd regelrechte discriminatie, maar wel gedrag dat door homoseksuele werknemers als kwetsend wordt ervaren.

De afgelopen jaren heeft veel maatschappelijke en politieke discussie plaatsgevonden over de ruimte die gegeven moet worden aan gewetensbezwaarde trouwambtenaren bij het trouwen van een paar van hetzelfde geslacht.


  • Wat zegt de wet?


Nederlandse wetgevingDe belangrijkste wet als het gaat om discriminatie op het werk van de LHBT-groep is de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Werkgevers hebben de wettelijke verplichting te zorgen voor een discriminatievrije werkomgeving. Deze verplichting is vastgelegd in de gelijkebehandelingswetgeving en de Arbowet.

Internationaal kaderEr bestaat geen verdrag dat zich specifiek richt op de LHBT-groep. De non-discriminatiebepalingen die in verschillende VN-verdragen zijn opgenomen, gelden ook voor seksuele gerichtheid. Zo zijn het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) van toepassing. Op het niveau van de Raad van Europa en de Europese Unie zijn de rechten van de LHBT-groep ook vastgelegd. Zie voor meer informatie het juridisch kader.

Op internationaal niveau bestaat een aantal belangrijke beginselen met betrekking tot de bescherming van de rechten van de LHBT-groep. Deze zijn vastgelegd in de Verklaring van Montreal en de Yogyakarta principles. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het recht om niet gediscrimineerd te worden en om het recht op werk, onderwijs en privacy.


  • Internationale aanbeveling


Internationale aanbevelingenDe toenmalige Mensenrechtencommissaris Thomas Hammarberg van de Raad van Europa heeft in juni 2011 een rapport uitgebracht over de situatie van de LHBT-groep in Europa ("Discrimination on grounds of sexual orientation and gender identity in Europe"'. Over LHBT en werk staan onder andere de volgende aanbevelingen voor de lidstaten vermeld:



  • Bevorder beleid gericht op bestrijding van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid of genderidentiteit. Geef ook aandacht aan maatregelen gericht op diversiteit op de werkplek en initiatieven die zorgen voor de volledige integratie en respect van LHBT personeel in de werkomgeving.
  • Respecteer het recht van transgender personen om toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt en bevorder maatregelen gericht op de beëindiging van de uitsluiting en discriminatie van transgender personen op de werkplek.