Geslachtsorganen en urinestelsel

Tractus Urogenitalis

Het urinestelsel

In de nieren (renes) word urine geproduceerd. Vervolgens komt de urine terecht in:


· De urineleiders (ureteren).


· De blaas (vesica urinaria).


· En via de urinebuis (urethra) verlaat de urine het lichaam.


De renes (nieren)

De nieren hebben de vorm van een boon en zijn ongeveer 12 cm groot. Ze liggen aan de rugzijde van je lichaam, ter hoogte van je taille. Een mens heeft twee nieren, die links en rechts van je wervelkolom liggen. In de nieren word urine gevormd.


De nieren hebben 3 belangrijke functies:

· Schadelijke stoffen uit het bloed filteren en deze stoffen via urine afvoeren.

· De vocht- en zoutbalans in je lichaam regelen.

· Het produceren van hormonen.


De nieren bestaan uit delen:

· Een schors (cortex):

De buitenste laag, hierin liggen nefronen, dit zijn kleine filtertjes waar het bloed van

de slagader doorheen wordt geperst. Zij zuiveren het bloed en halen er overtollig vocht uit. Dit heet voorurine.


· Merg (medulla):

Het middelste deel van de nieren. Uit de voorurine worden nuttige stoffen en een deel van het vocht weer opgenomen.


· Nierbekken (pyelum):

Hierin komt de rest van het vocht en de afvalstoffen (urine). De urine stroomt van hieruit via de urine leiders (ureteren) naar de blaas.

Reis doorheen de nierfunctie

De blaas (vesica urinaria)

De blaas is de opslagplaats voor de urine die uit de nieren komt. Een sluitspier aan het uiteinde van de blaas zorgt ervoor dat men de drang tot lediging ervan kan beheersen.


De ligging van de blaas is vanwege de geslachtsorganen verschillend bij mannen en vrouwen:

  • Bij mannen bevindt de prostaat zich onder de blaas.
  • Bij vrouwen ligt de blaas lager in het bekken, onder de baarmoeder.


vrouw

De inwendige geslachtsorganen vormen een doorgangsroute (het genitale stelsel). Deze route bestaat uit de volgende onderdelen:


  • De eierstokken (ovaria) scheiden het hormoon oestrogeen af. Ze produceren en laten eicellen los.


  • In de vagina kan het sperma terechtkomen bij geslachtsgemeenschap.


  • De eicellen gaan via de eileiders, waarin een zaadcel een eicel kan bevruchten.


  • In de baarmoeder (uterus) kan een embryo tot een foetus uitgroeien.


Via een kanaal door de baarmoederhals kunnen zaadcellen in de baarmoeder binnendringen en kan menstruatiebloed naar buiten vloeien.


De urinewegen van de vrouw

  • De urinewegen van een vrouw heeft een hele andere vorm dan die van een man.


  • De plasbuis van de vrouw is slechts zo'n 3 tot 4 cm lang en ligt vlak bij de voortplantingsorganen.


  • De blaas bevindt zich vlak boven een laag spieren die de buikholte afsluit, de zogenaamde bekkenbodemspieren.

De mannelijke geslachtsorganen

  • In de zaadballen die zich in de balzak bevinden worden zaadcellen (spermatozoa) gevormd.


  • Vervolgens zorgt de bijbal voor verdere rijping van de zaadcellen.


  • De zaadleider zorgt voor het vervoer van de zaadcellen naar de urinebuis.


  • De urinebuis en de zaadleider lopen door de prostaat die er voor zorgt dat de zaadcellen bewegelijk worden.

Geslachtsgemeenschap man (coïtus)

  • Tijdens geslachtsgemeenschap verlaten de zaadcellen via de plasbuis de penis.


  • Elke zaadcel bestaat uit een kop en een staart. In de kop bevinden zich de erfelijke eigenschappen en de staart zorgt voor voortbeweging.

Weetjes

  • Iedere nier is ongeveer 12 cm lang en weegt 160 gram.


  • Het menselijk lichaam bestaat voor 80% uit water.


  • Urinebuis vrouw is 2,5 cm tot 4 cm lang.


  • Urinebuis man is ongeveer 20 cm lang.


  • De grootte van een zaadcel is 0,05 mm.

De werking van de nieren