samenstelling

hoe schrijf je een samenstelling

hoofdregel samenstelling

bij een samenstelling schrijf je 2 woorden aan elkaar.

In de samenstelling schrijf je -(e)n- wanneer het eerste woord van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is.

bijvoorbeeld:

kattenbak, kat+bak, kat (meervoud) katten = kattenbak

eikenboon, eik+boom, eik (meervoud) eiken = eikenboom

pannenkoek. pan+koek, pan (meervoud) pannen = pannenkoek

alle woorden eindigen in meervoud op -(e)n- en daarom schrijven we dat ook zo.


https://www.youtube.com/watch?v=Z4YcTOIUrnk

uitzonderingen

wanneer het zelfstandig naamwoord in het meervoud eindigt op -s- of -ens- schrijven we alleen -e-

zoals groenten/groentes, ruimten/ruimtes, seconden/secondes.

in dit geval dus groente - soep, ruimte - gebrek, seconde - wijzer

uitzondering 2

je schrijft ook alleen een e wanneer van het "znw" maar 1 bestaat.

wij hebben maar 1 koningin, er is maar 1 maan.

dus bij koningin + dag krijg je koninginne - dag, maane - schijn

uitzondering 3

wanneer het eerste deel van het woord geen meervoud heeft schrijven we ook alleen de "e"

tarwe+brood= tarwebrood.

ere+zaak = erezaak

uitzondering 4

wanneer het eerste woord een: werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, versterkend woord is, schrijft men ook alleen de "e"

een bijvoeglijk naamwoord: rodekool, platteland, hogeschool

een werkwoord: huilebalk, spinnewiel, knorrepot

een versterkend woord: beregoed, reuzeplan,

uitzondering 5

de laatste uitzondering is wanneer het geen samenstelling is maar een uitdrukking.

bijvoorbeeld bullebak, duimelot, apekool.

dan schrijft men ook alleen de "e"