De wreeftrap

Bio-mechanica in het voetbal

Fases van de wreeftrap

De wreeftrap bestaat uit 4 fases.

Fase 1 is de 'Back swing'. Het schietbeen wordt naar achter gehaald en het standbeen staat naast de bal op de grond.

Spieren (agonist, antagonist en synergist)

  • Agonist

De belangrijkste spier die wordt gebruikt bij de wreeftrap, de agonist, is de m. quadriceps femoris. Dit is een spiergroep bestaande uit 4 koppen aan de voorkant van de dij.

  • Antagonist

De spiergroep die een tegengestelde beweging veroorzaakt van de agonist is de antagonist. In het geval van de wreeftrap zijn dit de hamstrings, aan de achterzijde van het bovenbeen.

  • Synergisten

De synergisten bij de wreeftrap, kleinere spieren die een agonist ondersteunen bij een bepaalde beweging, zijn de m. rectus femoris, de m. vastus medialis, de m. vastus intermedius en de m. vastus lateralis.

Bewegingsvlakken en -assen

Het bewegingsvlak en de bewegingsas waarover wordt bewogen tijdens een wreeftrap zijn het sagittale vlak en de transversale as.

Bewegingen

De bewegingen die worden gebruikt tijdens de wreeftrap (Aan de kant van het been waarmee geschoten wordt):

  • Fase 1

Bekken: Rotatie (posterieur)

Heup: Flexie en abductie

Knie: Flexie

Enkel: Plantairflexie

  • Fase 2

Bekken: Rotatie (anterieur)

Heup: Flexie en abductie

Knie: Flexie

Enkel: Plantairflexie

  • Fase 3

Bekken: Rotatie (anterieur)

Heup: Flexie en abductie

Knie: Flexie

Enkel: Dorsaalflexie, abductie en plantairflexie

  • Fase 4

Bekken: Protractie bekken stopt

Heup: Flexie en adductie

Knie: Flexie

Enkel: Van plantairflexie naar dorsaalflexie


Bronnen

Klinische biomechanica van de wreeftrap in voetbal

Syllabus Sporttraining - Fitness