Sociale hulp

Ancien Régime

Sociale hulp is een gunst (Lei)

De dag van vandaag heb je voor bijna alles een verzekering. Als het even moeilijk is, zijn er genoeg organisaties die je een handje helpen. OCMW, VDAB, ziekenfondsen, etc. Het Belgische systeem = geld verdienen = belastingen betalen = zorgen voor de medemens. Maar ook voor jezelf, stel je bent plots werk onbekwaam dan kunnen die organisaties jou helpen. Wel in de 12e - 13e eeuw was dit helemaal anders. Vroeger als je ziek was of arm dan hielpen de kloosters je en-of de familie. Ze ontviegen ook reizigers of pelgrims. Deelde voedsel uit aan de armste. Door de lage lonen en hoger wordende voedselprijzen werd het moeilijker en moeilijker voor iedereen. Kloosters konden dus niet langer hulp verlenen. In steden kwamer er de 1ste soort vormen voor van sociale hulp. Dit alles lag in de handen van de geestelijken, privépersonen, ambachten en stadsdiensten. Alles werd gefinacierd door schenkelingen. Enkel bij zware epedemiën of hongersnood kwamende overheid een financieële bijdrage leveren. Enkel stedelingen konden gebruik maken van deze hulp. In het Ancien Régiùe werden de Christenen verplicht om aan naast liefde te doen en barmhartig te zijn. Zo probeerde ze de armen onder controle te houden en opstanden te voorkomen.

De gasthuizen redden vooral zielen (Maeva)

De gasthuisen redden vooral zielen

Gasthuizen en hospitalen vangen in de 12e-13e eeuw pelgrims en arme reizigers op, later pas zieken. Tot de 18de eeuw waren het geen deskundigen maar religieuzen die verzorgden. Een chirurgijn verrichte meestal de operaties. Elk hospitaal had een kruidentuin om medicijnen te maken. De zieken lagen naakt met 3 man in 1 bed. Vanaf de 16de eeuw droegen ze pas nachthemden. Ze moesten meerdere keren per dag bidden, voor hun zielte redden. De rijken konden verzorging betalen maar armen niet dus na hun dood nam de gasthuis hun schamele bezittingen.