Werkwoordspelling

Uitleg en oefeningen van de werkwoordspelling

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Als je weet wat de persoonsvorm is, zoek je de stam: hele werkwoord -en.

In enkele gevallen zijn het echter andere letters, zoals bij verhuizen.

Als je weet wat het onderwerp in de zin is (ik, hij, wij), kun je de regels toepassen.


Tip: vul bij twijfel ‘maken’ in.

Big image

Voorbeeld

Ik .... (verbeelden) me niets meer.

Ik-vorm - schrijf de stam - verbeeld


Hij .... (verbeelden) zich niets meer.

Hij-vorm - schrijf stam + t - verbeeldt

Persoonsvorm verleden tijd

Sterk werkwoord?

Het werkwoord heeft de kracht om te veranderen.


Zwak werkwoord?

Pas de regels toe.

Gebruik: 't ex-kofschip om te bepalen of het -de(n) of -te(n) is.

Big image