Antibiotica in de veehouderij

Waarom antibioticagebruik verminderen in de veehouderij?

Inleiding

Heb je een blaasontsteking? Vervelend, maar het is niet echt ernstig. Je haalt eventjes een antibioticum kuur bij de huisarts en het is weer over. Dat zonder zo'n geneesmiddel een simpele ontsteking je dood zou kunnen betekenen, daar staat we nauwelijks bij stil.


In 1909 ontdekte de Duitser Paul Ehrlich dat een syfilis-patiënt van de veroorzakende bacterie te verlossen was met een arseeninjectie. Ehrlich lanceerde daarop als eerste de magic bullet-hypothese: het idee dat de mens in staat moet zijn om ziekteverwekkers heel gericht uit te schakelen. Twintig jaar later ontdekte de Schotse arts Alexander Fleming een schimmel die hij de naam Penicillium gaf, vanwege de borstelvormige voortplantingsorganen. De schimmel scheidt een stof uit waarmee deze omliggende bacteriën kan doden. Fleming kon het belang van die stof echter niet helemaal doorzien en het duurde nog elf jaar voordat de Australische patholoog Howard Walter Florey het werk aan Penicillium voortzette. Het lukte hem en zijn collega Ernst Chain om penicilline op grote schaal te produceren. Talloze soldaten ontsnapten tijdens de Tweede Wereldoorlog aan een gewisse dood, omdat het wondermiddel ernstige infecties kon genezen. In 1945 kregen Florey en Fleming, welverdiend, de Nobelprijs voor hun vinding.

Penicilline ging de wereld in als het belangrijkste geneesmiddel van de eeuw. Het was dè magic bullet die Ehrlich voor ogen had. De mensheid had eindelijk een geneesmiddel in handen waarmee ze zich dodelijke micro-organismen van het lijf kon houden.


Antibiotica zijn voor ons vanzelfsprekend. Dat geeft te denken. Wanneer mensen te veel antibiotica gebruiken, veranderen bacteriën van vorm en worden zij ongevoelig (resistent) voor dit middel. Gruwelijke ziekten die onder controle leken, steken weer de kop op. De steeds toenemende antibiotica-resistentie van kwaadaardige bacteriën leidt tot allerlei problemen.

In verhouding tot het buitenland...

In Europa staat de Nederlandse veehouderij in het midden op de lijst. Dit gemiddelde zegt echter weinig over de reistentieontwikkeling. Zie de bron hieronder. In Nederland is de melkveehouderij de sector waar het antibioticagebruik het laagst is.


Wat de bewoners in Nederland betreft, in Nederland is het antibioticabruik het laagst in vergelijking tot Europa. Nederlandse huisartsen schrijven per dag gemiddeld zo'n 10 tot 11 dagdoseringen antibiotica uit per duizend inwoners. In vergelijking met Griekenland, schrijven de Griekse doktoren een drie keer zo hoog aantal voor. Hetzelfde geldt voor landen als Frankrijk en Italië. Daar zijn 25 tot 50 procent van de bacteriën resistent tegen antibiotica.


Volgens het Europees centrum voor ziektepreventie (ECDC) is deze resistentie een gevaar voor de volksgezondheid. Wanneer dit zo doorgaat, zal er over een paar jaar geen middel meer zijn om ziektes als een eenvoudige longontsteking te bestrijden.

Big image

Hoe dragen veehouderijen bij aan het optreden van antibioticaresistentie?

Varkens en kippen in de Nederlandse bio-industrie krijgen samen jaarlijks 850 kilogram antibiotica binnen, omdat ze daar sneller van groeien. Een deel hiervan, de helft tot driekwart, kan in de mest en uiteindelijk in de bodem terechtkomen. Dit constateerde de Stichting Natuur en Milieu vorig jaar in een rapport.


Hoe dragen veehouderijen bij aan het optreden van antibiotica resistentie? Ten eerste brengt antibioticagebruik in de veehouderij een direct risico met zich mee. De resistentie van bacteriën kan via voedsel, direct contact of het milieu overgedragen worden naar de mens en deze kan daardoor ziek worden.


Ten tweede ontstaat een indirect risico als in darmbacteriën resistentie genen worden overgedragen naar de menselijke darmflora. (Dit zou mogelijk kunnen plaatsvinden bij ESBL's (Extended Spectrum β-lactamases). Dat zijn enzymen in bacteriën die alle beta-lactam-antibiotica kunnen inactiveren.) De genen die voor de productie van deze enzymen zorgen, zijn relatief gemakkelijk overdraagbaar van dier naar mens.


Ten slotte verspreidt antibiotica resistentie zich in het milieu. In oppervlaktewater in gebieden met veel veehouderij zijn hoge percentages bacteriën met resistentie tegen antibiotica aangetroffen. Uit onderzoek van bodemmonsters is gebleken dat de hoeveelheid resistente bacteriën vanaf 1940 is toegenomen. Ook waren er vindingen dat bemesting de hoeveelheid van bepaalde resistentie genen in landbouwgronden kan verhogen. Resistentie genen in het milieu zouden door mutaties en kruisingen kunnen leiden tot verspreiding van resistenties.

"Meer kennis over antibiotica nodig!" Minister Edith Schippers (Volksgezondheid)

Wat betekent antibioticaresistentie voor het behandelen van infecties in ziekenhuizen?

Voor mensen met een verminderde weerstand, zoals ziekenhuispatiënten vormt antibioticaresistentie een groter risico. Zij hebben meer kans op een bacteriële infectie die soms leidt tot ernstige klachten.


Sommige bacteriën, bijvoorbeeld stafylococcen, raken binnen enkele jaren ongevoelig voor antibiotica. Bij de Staphylococcus aureus komt bij twee op de drie mensen in de neus voor. Het vermenigvuldigt zich op de overgang van huid naar neusslijmvlies. Dit organisme bezorgt een gezond iemand weinig last, maar bij een patiënt met een verminderde weerstand of een wondje kan de bacterie makkelijk infecties veroorzaken. In een ziekenhuis verspreidt deze Staphylococcus aureus zich makkelijk en snel en komen infecties vaker voor.

Welke maatregelen wil de overhied nemen om het probleem 'antibioticaresistentie' te verminderen?

Vanwege het enthousiasme, waarover werd geschreven in de inleiding, rond penicilline kreeg het artikel van de Amerikanen Abraham en Chain in 1940 weinig aandacht. Zij hadden ontdekt dat bacteriën een enzym aan kunnen maken dat penicilline versneld afbreekt. De twee onderzoekers waarschuwden dat penicilline wel eens een slechte invloed kon hebben op de antibioticum-therapie. Niemand was geïnteresseerd in hun verhalen, maar helaas kregen ze wel gelijk.


De snelheid waarmee bacteriën erin slagen om antibiotica te weerstaan, hebben we zelf in de hand. Er blijkt een nauwe relatie te bestaan tussen de hoeveelheid gebruikte antibiotica en de mate van resistentie. Toch schrijven Nederlandse doktoren heel wat recepten ten onrechte uit. Bijvoorbeeld bij een keelontsteking: In negen van de tien gevallen heeft een antibiotica behandeling geen zin. De infecties zijn niet het werk van een bacterie. En zou het wel zo zijn... De keelpijn gaat vaak vanzelf weer over.


Toch is het, in het verband met resistentie, belangrijk om een antibioticum kuur af te maken. Wat betekent dat je moet blijven slikken, ook al heb je geen klachten meer. Tuberculosepatiënten moeten nog een half jaar antibiotica slikken voordat de laatste ziekteverwekker is gedood. Stoppen patiënten voortijdig, dan zijn ze een wandelende besmettingsbron van resistent geworden bacteriën. Wat kunnen we doen?


1. De internationale Alliance of Prudent Use of Antibiotics werd enkele jaren geleden opgericht om erop toe te zien dat het antibioticagebruik wereldwijd verminderd. Hiermee is tegemoet gekomen aan een verzoek dat de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) al in 1988 heeft gedaan. Zij streeft een ingetogen antibiotica beleid na.


2. Ook een goede surveillance en registratie zijn belangrijk om resistente bacteriën vroegtijdig op te sporen en te bestrijden. Nederland heeft zeven laboratoria die al hun gegevens over resistentie naar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) sturen. Het instituut houdt de landelijke registratie bij voor Neisseria gonorrhoeae, de gonorroe-verwekker, de tuberkelbacil Mycobacterium tuberculosis en Staphylococcus aureus. Bij een melding van besmetting wordt de bron opgespoord en bestreden. In New York daalde daardoor vorig jaar het aantal nieuwe gevallen van tuberculose voor het eerst met 15 procent.


3. Hygiëne is een belangrijke factor om de verspreiding van resistente bacteriën tegen te gaan. In een ziekenhuis is het dus de bedoeling om nauwgezet te verschonen en om gebruikt materiaal goed te steriliseren.


4. De belangrijkste conclusie is echter dat wij - uit de rijke westerse landen - ons weer zullen moeten realiseren dat we dood kunnen gaan aan infecties. De rest van de wereld heeft daar de kans nooit voor gekregen: drie miljoen tuberculoseslachtoffers, twee miljoen doden door leverontsteking en twee miljoen doden door malaria.


De dreiging van onbehandelbare en dodelijke infecties is sterk op de achtergrond geraakt in ons maatschappelijk bewustzijn. We zijn gewend geraakt aan het idee dat we bacteriën de baas kunnen met antibiotica. Het tegendeel is echter waar; dat tonen de ontwikkelingen van de laatste jaren maar al te duidelijk aan.

Conclusie: Waarom antibioticagebruik verminderen in de veehouderij?

De frequentie waarmee antibiotica in de veehouderij wordt gebruikt, leidt tot bacteriële resistentie. Het gebruik staat in schril contrast met de terughoudendheid waarmee antibiotica worden toegepast in de gezondheidszorg. Nederland heeft met 11 standaarddoseringen per 1000 inwoners per dag het laagste gebruik binnen Europa bij mensen. In de veehouderij kent Nederland een groter aantal: 20-70 standaarddoseringen per dag... Om de antibiotica resistentie in Nederland tegen te gaan, zullen we het antibioticagebruik in de veehouderij dus moeten verminderen.