De Nijlpaard

De Nijlpaard ♥

Leefgebieden

Nijlpaarden leven in en om het water, in rivieren, plassen, meren en moerassen in een groot deel van Afrika, oorspronkelijk van de Nijldelta tot de Kaap. Ze komen oorspronkelijk in ieder gebied voor waar voldoende water is om in te baden en gras om van te grazen. In bergen kunnen ze tot op 2000 meter hoogte worden gevonden.

Nijlpaarden zijn een belangrijk onderdeel van hun ecosysteem. Er zijn meren die zonder nijlpaarden zo goed als levenloos zouden zijn, bijvoorbeeld doordat ze uit vrijwel steriel bronwater voortspruiten, maar door de bemesting door dit dier een hele levensgemeenschap ondersteunen.

Big image

Leefwijze

Overdag verblijft het nijlpaard in het water, zodat het beschermd is tegen oververhitting, uitdroging en zonnebrand. 's Nachts verlaat het het water om te grazen. Het nijlpaard graast bij voorkeur solitair op korte grasvelden. Het heeft meestal vaste paden van het water naar de graasweide. Op een nacht kan een nijlpaard acht tot tien kilometer afleggen om bij de graasplekken te komen. In uitzonderlijke situaties is het tot 30 kilometer van het water te vinden. Het nijlpaard graast met de grote, stevige leerachtige lippen, niet met de tanden. Gras vormt het voornaamste voedsel: in een nacht kan het tot zestig kilogram aan gras eten.

Leven in kudden

Het nijlpaard leeft in losse kudden van twee tot vijftig dieren. In het droge seizoen, wanneer veel poelen droogvallen, kunnen deze kudden zich samenvoegen in permanente wateren tot grote kudden van meer dan tweehonderd dieren. De oudste mannetjes, die meestal ook het grootst en sterkst zijn, zijn dominant. De dominante mannetjes hebben een territorium, dat zowel delen van het land als het water kan beslaan. Binnen hun territorium hebben ze het recht om te paren. Onderdanige mannetjes worden getolereerd in dit territorium. Mannetjes dagen elkaar uit tot een gevecht door te gapen. Tijdens het gevecht slaan de dieren met de onderkaken tegen elkaar aan.

Onder water

Als het nijlpaard onder water gaat sluit het de neusgaten en oren af. Zodra het weer boven komt blaast het eerst de resterende lucht met kracht uit zijn longen om zo te voorkomen dat het water in de neusgaten krijgt. Een volwassen nijlpaard kan makkelijk 5 minuten onder water blijven en er zijn metingen van bijna 15 minuten. Gemiddeld blijft het echter nog geen twee minuten onder water. Nijlpaarden slapen meestal ook onder water. Al slapend komen ze boven om adem te halen, iets wat net zo automatisch gebeurt als het ademhalen zelf. Nijlpaarden bewegen zich al lopend over de bodem van het meer of de rivier voort. Een vergelijking met het voortbewegen van een astronaut op de maan is hiermee snel gemaakt.

Een volwassen nijlpaard kan niet zwemmen. Om onder water toch vooruit te komen zet hij zich af tegen de grond. Een jong exemplaar kan met behulp van zijn achterpoten wel normaal zwemmen, maar meestal verkiest het, net als de volwassen nijlpaarden, om over de bodem te lopen.