Alzheimer

Informatie

Wat is Alzheimer ?

Ongeveer 70  % van de mensen met dementie heeft de ziekte van Alzheimer. Bij de ziekte van Alzheimer kunnen hersencellen steeds minder goed contact maken met elkaar en met de zenuwen die informatie  naar en van de hersenen doorgeven.  Op een gegeven moment kunnen sommige hersencellen helemaal niet meer functioneren, dit verschilt per persoon hoe snel dit gaat. Alzheimer word vooral veroorzaakt door de plaques en tangles in de hersenen. Alzheimer is eigenlijk geheugenverlies of problemen met het onthouden van dingen. De vernietiging of de plaques en de tangles beginnen in de hippocampus, dit deel van de hersenen is een belangrijk stukje bij de vorming van het geheugen. Hierdoor treden geheugenproblemen als eerste op bij Alzheimer. Hierna worden andere hersendelen aangetast, waaronder het deel waar de emoties gecontroleerd worden en delen van de hersenschors. Deze hersengebieden zijn verantwoordelijk voor de zogenaamde cognitieve functies, zoals het denken, spreken en beslissen. Alzheimer is eigenlijk geheugenverlies of problemen met het onthouden van dingen. De vernietiging of de plaques en de tangles beginnen in de hippocampus, dit deel van de hersenen is een belangrijk stukje bij de vorming van het geheugen. Hierdoor treden geheugenproblemen als eerste op bij Alzheimer. Hierna worden andere hersendelen aangetast, waaronder het deel waar de emoties gecontroleerd worden en delen van de hersenschors. Deze hersengebieden zijn verantwoordelijk voor de zogenaamde cognitieve functies, zoals het denken, spreken en beslissen.

Fases

In het begin van de ziekte van Alzheimer zijn de verschijnselen vaak niet duidelijk aanwezig. In de eerste fase is het vaak dat de persoon vaak dingen vergeet, niet meer weet hoe het ook alweer moet, ze zijn vaak dingen kwijt en worden dan gefrustreerd. Fase 1 & 2 zijn opzich lastig te onderscheiden, bij de een duurt het lang voordat diegene in de 2e fase zit en soms heeft deze persoon meer last van bepaalde dingen of juist niet. In de laatste fase van dementie is de patiënt bijna geheel hulpbehoevend. Hij is de controle over zijn lichaam kwijt en er kunnen lichamelijke complicaties optreden. Vaak is de onrust van de eerdere fases verdwenen en slaapt hij veel. Incontinentie is in deze fase bijna altijd aanwezig. Soms komen ook epilepsieachtige klachten voor.

Kenmerken

*In het algemeen kost alles waar je het hoofd bij moet houden meer inspanning: een gesprek volgen, plannen maken, dingen op een rijtje zetten, problemen oplossen en beslissingen nemen.*Het leren van nieuwe informatie, het onthouden van wat je net gezien of gehoord hebt, wordt moeilijker.*Karakterveranderingen. Soms minder opvallend: iemand is steeds meer met zichzelf bezig; het sociale gedrag neemt af. Soms opvallender, als bijvoorbeeld apathie ( ongevoeligheid, onverschilligheid ), achterdocht of agressie optreedt.*Stoornissen in het langdurend geheugen. Later verdwijnt ook kennis die al in het geheugen was opgenomen. Of het word allemaal vaag of door de war gehaald.*Oriëntatiestoornissen. Eerst in tijd: niet goed meer weten welke dag, maand of jaar het is of het verliezen van het tijdsgevoel over de dag. Later in plaats en persoon: niet beseffen waar je bent, niet weten wie de mensen om je heen zijn (en die je zou moeten kennen) en wie je zelf bent en hoe je leven zich heeft voltrokken.*Problemen met het gebruiken en begrijpen van taal (afasie), problemen met het herkennen van voorwerpen en geluiden om je heen en waar ze voor dienen (agnosie) en problemen met het uitvoeren van handelingen die je eerder wel kon uitvoeren; meestal is er vooral moeite met de volgorde van de verschillende deelhandelingen om tot iets te komen (apraxie). *Problemen met het denken en het beoordelen van situaties.*Snelle stemmingswisselingen.*Onrust, vooral nachtelijke onrust.