Anorexia

Nervosa

Een beschrijving van het ziektebeel:

Een beschrijving van het ziektebeeld:

- Anorexia Nervosa is een eetziekte. De naam Anorexia Nervosa of de afkorting Anorexia betekent letterlijk gebrek aan eetlust door nerveuze zaken. Eigenlijk klopt dit niet want ze hebben wel honger maar eten gewoon niet. Ze zouden het beter lijnziekte kunnen noemen. Anorexia patiënten zijn namelijk gewoon verslaaft aan lijnen, waardoor ze steeds magerder worden. Alles wat te maken heeft met eten, gewicht en lichaamsomvang is voor Anorexia patiënten een obsessie. Als ze zich wegen vinden ze zicht te zwaar. Staan ze voor de spiegel, dan vinden ze zich te dik en willen ze afvallen. Als anorexia patiënten wat eten, eten ze niet alleen weinig maar ook elke dag hetzelfde. Sommige mensen houden dit niet vol en hebben soms eetbuien, waarbij ze in een korte tijd veel naar binnenwerken maar ook meteen weer uitbraken. Dan spreek je niet van Anorexia Nervosa maar van Boulimia Nervosa. Om nog meer af te vallen doe anorexia patiënten veel aan sport. Sommige beoefenen bijvoorbeeld twee uur per dag aerobics, joggen dagelijks 10 kilometer of doen iedere avond 500 buikspieroefeningen. Anorexia patiënten merken bij andere mensen wel dat ze mager zijn, maar toch blijven ze ontkennen dat ze zelf te mager zijn. Ze proberen dit dus ook zo lang mogelijk te verbergen. Het lukt ze meestal ook om het lang te ontkennen.

Wat is de oorzaak?

Wat is de oorzaak:

- Anorexia heeft heel veel nare gevolgen, het heeft zowel lichamelijke gevolgen als sociale gevolgen.

De lichamelijke gevolgen zijn:

Bij de vrouwen stopt de menstruatie, de hormonen nemen af tot het niveau tot voor de puberteit. Daardoor ben je dus ook onvruchtbaar.

De ademhaling en de hartslag wordt trager. Ook de bloeddruk daalt. Als gevolg hiervan voelen ze zich vaak moe, duizelig en depressief. Ze voelen naar langere tijd ook niet meer als ze honger hebben, of negeren het honger gevoel. Anorexia patiënten slapen vaak slecht en komen vaak moeilijk in slaap.

De sociale gevolgen zijn:

Mensen met anorexia voelen zich vaak eenzaam en alleen. De familie en vrienden snappen vaak niet dat de patiënten zich zo voelen en dat anderen het zo zien. Daarom proberen de patiënten de ziekte altijd zoveel mogelijk te verbergen, en verzinnen ze vaak allerlei smoesjes. Ze worden ook vaak nerveus voor iets gewoons een etentje of een verjaardag bijvoorbeeld. Anorexia patiënten zonderen zich na een tijdje ook af van mensen. Ze zijn alleen nog maar bezig met wel of niet eten wel of niet sporten of dik of dun zijn. Door alles komen ze er vaak alleen voor te staan.

Hoe kun je de ziekte herkennen?

- De patiënten hebben vaak een negatief zelfbeeld. Ze gaan minder eten meer sporten en geven vaak over na het eten.

Welke hulp kun je iemand bieden?

- Als je weet als iemand anorexia heeft ga dan met die persoon om de tafel, zeg dat je er voor deze persoon bent. Ga er op in als er niks uit de persoon komt want deze mensen hebben hulp nodig. Ook jij kan dit doen.

Wat is er aan te doen?

- Er zijn 9 verschillende behandelingen

Gedragstherapie: Met behulp van beloning en straf kan het gewenste gedrag worden beïnvloed.

Cognitieve therapie: Het doel van deze therapie is dat slechte dingen moeten worden veranderd. En de goede dingen moeten komen en blijven.

Gezinstherapie: Als het gezin grote invloed heeft op de ziekte willen ze het gezinsklimaat te veranderen door het voorstellen van open en gezondere communicatiepatronen.

Groepstherapie: Met deze therapie praat je met mensen erover die het zelfde probleem hebben.

klinische psychotherapie: Tijdens deze therapie worden patiënten intensief behandeld in een therapeutische gemeenschap.

Zelfhulpgroepen: Dit is een groepstherapie, waarbij doormiddel van wederzijds hulp en steun de gemeenschappelijke problemen overwonnen proberen te worden.

Exporsure: Patiënten blootgesteld aan verboden voedsel. Ze mogen dit opeten maar niet uitbraken..

Cue Exporsure: Hier worden de patiënten ook blootgesteld aan verboden voedsel. Ze mogen het voedsel ruiken en aanraken maar niet opeten.

Waar kunnen patiënten terecht?

In de Nederlandse gezondheidszorg speelt de huisarts een centrale rol. Hier komt dan vaak ook de eerste hulpvraag binnen. De huisarts kan de patiënten doorverwijzen naar bijvoorbeeld een psycholoog, psychiater, een RIAGG, een polikliniek van een psychiatrisch ziekenhuis of van de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ), of een speciaal behandelcentrum voor eetstoornissen. Hier kan de behandeling plaatsvinden.
De behandeling bestaat uit verschillende onderdelen en verloopt in fasen.

Zijn er patiëntenverenigingen?

Er zijn niet echt verenigingen. Wel kun je in een therapie samen met mensen praten die hetzelfde probleem hebben.