Bijvoeglijk + zelfstandig naamwoord

Wat houdt het in?

Bijvoeglijk Naamwoord

Bijvoeglijke naamwoorden geven een eigenschap of toestand aan van een zelfstandig naamwoord. Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak direct voor het zelfstandig naamwoord waar ze bij horen, maar kunnen ook als apart zinsdeel voorkomen.

Zelfstandig Naamwoord

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die 'een zelfstandigheid' aanduiden. Zelfstandige naamwoorden kunnen meestal gecombineerd worden met een van de lidwoorden de, het of een: de kast, het geluk, een week, enz. De meeste zelfstandige naamwoorden komen zowel in het enkelvoud (kast) als in het meervoud (kasten) voor. Zelfstandige naamwoorden kunnen met elkaar gecombineerd worden in samenstellingen: kast + deur = kastdeur; kastdeur + sleutel = kastdeursleutel.

Voorbeelden:

Bijvoeglijk naamwoord:

De kleine auto

De dikke man

Zelfstandig naamwoord:

De mooie vrouw

De grote hamer

Uitzonderingen:

Zelfstandig naamwoord:

Uitzonderingen zijn zelfstandige naamwoorden (zoals fruit, vee, politie) die alleen een enkelvoudsvorm hebben en zelfstandige naamwoorden (zoals hersenen, hurken) die alleen een meervoudsvorm hebben.



Bijvoeglijk naamwoord:

Een bijvoeglijk naamwoord blijft bovendien meestal onverbogen in woordcombinaties die als 'vaste verbindingen' beschouwd worden, zoals:


1. officiële termen en benamingen: het bijvoeglijk naamwoord, het lijdend voorwerp, het Koninklijk Besluit, het Algemeen Nederlands, het Openbaar Ministerie, het Europees Parlement, het Belgisch elftal;


2. officiële titels die een bepaald beroep of een bepaalde functie aanduiden: de plaatsvervangend kantoorrechter, de Algemeen Secretaris, de buitengewoon hoogleraar.

Het lidwoord, bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord