Dementie

Kimberley de Boer

Symptomen

Letterlijk betekent dementie 'ontgeesting, geestelijke aftakeling'. Dementie is eigenlijk geen ziekte maar een combinatie van ziekteverschijnselen die samen het dementiesyndroom vormen.

Dementie wordt vaak geassocieerd met ouderdom, maar is geen onvermijdelijk gevolg van ouderdom. De meeste 65-plussers functioneren verstandelijk gezien goed. Alleen zijn bepaalde cognitieve capaciteiten minder goed dan in de 'jonge jaren', hetgeen een heel natuurlijk proces is. In vijf procent van de gevallen is dementie een omkeerbaar proces. In die gevallen is bijvoorbeeld ernstige depressie of medicijnvergiftiging de oorzaak. Tijdelijke dementie kan ook optreden na een hersenoperatie.

Bij dementie worden denken, oriëntatievermogen, begrip, leer- en oordeelvermogen en taalgebruik minder, terwijl het bewustzijn helder blijft. Maar het meest opvallende aspect van dementie zijn de ernstige geheugenproblemen. In het begin tast dementie het kortetermijngeheugen het meest aan. Later breiden de problemen zich ook uit over het lange- termijngeheugen. Het opnemen van nieuwe informatie lukt niet meer, en er ontstaan problemen met lezen, praten, schrijven en rekenen.

Zelfstandig handelen en het nemen van initiatieven worden bemoeilijkt en raken onder het vroegere niveau. Ook persoonlijkheids- en gedragsveranderingen kunnen optreden, zoals de versterking van karaktereigenschappen. Vaak raakt iemand gedesoriënteerd in tijd en/of plaats en gaan sociale vaardigheden verloren. Veel patiënten krijgen klachten van depressieve aard. In de laatste fase van het ziekteproces is de patiënt zeer hulpbehoevend en herkent hij zijn familie en omgeving niet of nauwelijks meer.

Verschillende vormen

Er zijn veel vormen van dementie, en er zijn ook aandoeningen waarbij bepaalde symptomen van dementie voorkomen. De meest bekende vorm is de ziekte van Alzheimer. Dementie kan ook ontstaan na herseninfarcten (vasculaire dementie). Andere vormen zijn frontotemporale dementie (vroeger ook wel ziekte van Pick genoemd) en dementie met lewylichaampjes. Voorbeelden van andere aandoeningen waarbij dementie kan optreden zijn parkinson, huntington, aids en OPS.

Diagnose

De diagnose dementie wordt gesteld bij een ernstige geheugenstoornis in combinatie met minstens één ander probleem: een verstoord taalbegrip, voorwerpen niet meer kunnen herkennen terwijl de zintuigen nog werken (agnosie), meervoudige handelingen niet kunnen uitvoeren (apraxie) en problemen met het intellectuele vermogen (plannen, regelen en abstract denken). Voor de diagnose moeten deze problemen het dagelijks functioneren in enige mate verstoren.

De diagnose dementie kan met grote zekerheid gesteld worden in geheugenpoliklinieken en alzheimercentra. De hier genoemde vormen van dementie kunnen worden onderscheiden door middel van gedragstesten en -observaties in combinatie met beeldvormend onderzoek en onderzoek van hersenvocht.

Geheugenpoli

In een geheugenpoli werken meerdere specialisten samen om tot een diagnose te komen. De werkwijze en aanwezige specialisten kunnen per geheugenpoli verschillen. Vaak wordt er een neuropsychologisch onderzoek (NPO) uitgevoerd. Hierbij wordt er gekeken naar verschillende functiedomeinen zoals motoriek, taal, geheugen en aandacht. Voor een bezoek aan de geheugenpoli is een verwijzing nodig.

Beeldvormende technieken

In combinatie met de gedragstesten kan beeldvorming door bijvoorbeeld MRI- of CT-scans de diagnose dementie bevestigen. De scans brengen de verschrompeling van (delen van) de hersenen in beeld, waardoor de specifieke diagnose bevestigd kan worden. Tegenwoordig kan ook met de PET-scan de stofwisseling van de hersenen (of de vermindering daarvan in het geval van dementie) in beeld gebracht worden.