Opbouw en afbraak van de aardkorst

in Brazilië - Raf Jongejan en Luka Hoefnagel A2c

Dalvormende rivier

De Iguaçu watervallen in Brazilië zijn ontstaan door afbraak door water. De watervallen zijn ontstaan doordat er bovenop de watervallen een erosie-bestendiger gesteente ligt. Onderaan de waterval ligt een voor erosie kwetsbaarder soort gesteente. Door de kracht van water ontstaat er veel reliëf. Doordat het water eerst via de wand naar beneden stroomt slijt de wand, daardoor ontstaat er een holte en valt het water door de lucht naar beneden. De Iguaçu watervallen zijn zo groot omdat er veel rivieren naartoe stromen. De rivieren brengen veel water mee dus slijt er veel gesteente weg en krijg je enorme watervallen.

Meanderende rivier

De rivier de Amazone

De Amazone begint op 5200m hoogte in het Andes-gebergte in Peru. In het eerste deel, de bovenloop, komt er veel water bij van zijrivieren. Zodra de rivier in Brazilië aankomt is hij geworden tot een enorme waterstroom. Als de rivier het laagland bereikt, de benedenloop, bestaat hij uit een meanderend netwerk met ongeveer 10.000 zijrivieren.

Op de foto zie je hoe de Amazone door het regenwoud meandert.

Zodra een rivier in het laagland komt maakt de rivier ruime bochten. Dat heet meanderen. Meanders ontstaan doordat het water in de buitenbocht sneller stroomt, dan in de binnenbocht. De oever kalft langzaam af. Dat heet de stootoever. In de binnenbocht wordt klei en zand afgezet. Dat heet de glij-oever. De oever groeit daar dus juist aan. De bochten worden dus grote lussen. Na een tijdje wordt de ruimte tussen twee lussen steeds kleiner. Het water neemt de kortste weg. De afgesneden bocht valt droog. Dat noem je het hoefijzermeer. Daar groeien in verloop van tijd weer bomen en planten in.

De Amazone is de meest waterrijke rivier van de wereld. Na ongeveer 6450 km afgelegd te hebben, mondt hij uit in de Atlantische Oceaan. De stroomsnelheid is groot, per seconde voert de Amazone op 190.000 kubieke meter water naar de oceaan. Door de sterke stroming kunnen de sedimenten in bezinken. Daardoor is de monding van de rivier uitgesleten tot op de bodem van de oceaan. Door eb- en vloedstromen is de monding verder uitgeschuurd en verbreed, hierdoor is een brede trechtervormige riviermonding ontstaan van wel meer dan 240 km breed. Zo'n riviermonding heet ook wel een estuarium.

Kustvormen

De kustlijn van Brazilie grenst aan de Atlantische Oceaan en is ongeveer 8000 km lang.

De Braziliaanse kust kent daardoor ook een aantal verschillende vormen.
In het Noorden zijn er brede zandstranden met strandwallen en duinen. Dit zijn aanslibbingkusten waar er meer zand wordt aangevoerd dan afgevoerd. Zo wordt het strand steeds groter. Ook ontstaan er zandbanken voor de kust, die bij eb droogvallen. Als deze strandwallen boven water komen te liggen, waait het naar de kust en blijft het achter hout en planten liggen en ontstaan er duinen. In Brazilië zijn de duinen begroeid met kokospalmen.

In het Zuiden bestaat de kust uit kustgebergten. Voor de kust liggen riffen van zandsteen en koraal. Dit zijn waarschijnlijk afbraakkusten. Bij afbraakkusten is de zee vaak diep. Hoe dieper de zee, hoe krachtiger de golven. Een voorbeeld van een afbraakkust is de klifkust. Golven ondermijnen de onderkant van de kust. Er ontstaan gaten, grotten en natuurlijke bogen. Als die bogen instorten wijkt de kust verder terug. In Brazilië zijn stukken lagunes ook begroeid met mangrovebossen. Dit zijn bomen die tegen zout water kunnen.

Afbraak en opbouw door wind

In Brazilië zijn bijna geen gebieden zonder of met weinig begroeiing dus kan de wind in Brazilië bijna geen rol spelen. In Brazilië zijn wel stormen en de wind kan dan natuurlijk ook nodige dingen afbreken, maar niet zoals de wind dat doet in gebieden met weinig of zonder begroeiing.

https://youtu.be/g5kcaKNQg_A