Zelfstandige -en bijv. naamwoorden

Gepresenteerd door Mathijs van Hulzen & Joreno van de Ven

Zelfstandige naamwoorden

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die 'een zelfstandigheid' aangeven. O.a. mensen (vrouw, Saskia), dieren (hond) en dingen (vloer, stoel), maar ook plaatsen (Amsterdam, Nederland) en gevoelens (liefde), tijdsruimten (nacht), eigenschappen (grootte), gebeurtenissen (botsing) en denkbeeldige personen of zaken (geest), enz.

Oftewel: mensen, dieren, planten, dingen of (plaats)namen.


Zelfstandige naamwoorden kun je herkennen door er een lidwoord voor te zetten. Dat zijn: de, het en een.

Zelfstandige naamwoorden

10 oefenzinnen.

Onderstreep bij iedere zin de zelfstandige naamwoorden:


1. Bij de douane hebben agenten drie vluchtelingen een straf gegeven.

2. Caro heeft een wintertrui voor mij gebreid.

3. Voor elk schilderij heeft Renate een grote lijst gebruikt.

4. Na afloop van het feest is Jorieke naar huis gegaan.

5. Bij de douane hebben agenten drie vluchtelingen een straf gegeven.

6. Vanochtend heeft Frans zijn hoofd gestoten aan een openstaand raam.

7. Gisteren heeft Arno een kus gekregen van Nicolien.

8. Mijn Spaanse vriend heeft nooit een portie bitterballen gegeten.

9. Na afloop van de receptie is Frans naar huis gegaan.

10. Bij de bijeenkomst hebben politici tien aanwezigen een flyer gegeven.


____________________________________________________________________________________________

Bijvoeglijke naamwoorden

Bijvoeglijke naamwoorden geven een eigenschap of toestand aan van een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld:
  • de donkere beer
  • de dronken vrouw
  • de ovale tafel
  • Fries suikerbrood
  • het gouden kettinkje
  • de jaarlijkse ledenvergadering


Een bijvoeglijk naamwoord staat niet altijd voor een zelfstandig naamwoord. Let op bij de volgende zin.


  • Sommige dieren zijn levensgevaarlijk.


Levensgevaarlijk (bijvoeglijk naamwoord) zegt in deze zin wat over dieren (zelfstandig naamwoord).

Big image
bijvoeglijke naamwoorden

10 oefenzinnen.

Geef aan bij iedere zin wat de bijvoeglijke naamwoorden zijn:


1: De mooie auto was op een zonnige dag gestolen.

2: Ik vroeg me af waarom dat leuke autootje door een vervelende dief gestolen was.

3: Zou het komen doordat het zo'n enge parkeerplaats is?

4: Ik zag daar wel een grote man lopen in een bruine jas met een suède koffertje.

5: Hij had ook een klein kind bij zich met een roze rugzakje.

6: Ik denk niet dat die forse man de dief was.

7: De plaatselijke politie denkt dat het een criminele bende is.

8: Helaas moest ik naar huis lopen, de gelopen afstand was in totaal 14 kilometer.

9: Een aardige agent bood wel aan om me naar mijn warme huis te brengen.

10: Ik maakte geen gebruik van zijn lieve en royale aanbod.


BRON: http://www.jufmelis.nl/woordsoorten/Bijvoeglijk-naamwoord/Bijvoeglijk-naamwoord-2