Digitale fotografie

Wat is de beste camera voor jou?

Beginneling

Kijk-en-klik-model zonder te veel functies

Gevorderde gebruiker

= nachtopname en macrofunctie en zelfontspanner, flitser die uitschakelbaar is.

Op welke functies moet je letten.

Sluitertijd: de tijdspanne dat het licht binnenlaat

Diafragma: de opening waarlangs licht binnenstroomtDeze 2 bepalen de belichting en worden vaak automatisch ingesteld. Bij andere toestellen kun je de instellingen zelf bepalen

Witbalans: geeft kleuren een realistisch beeld, de kleuren aanpassen (kaarslicht geeft een ander beeld dan zonlicht) soms vindt de camera de juiste witbalans niet, bij een camera waarbij je de instellingen zelf kan bepalen, kan je de witbalans zelf corrigeren.


Voor de zeer gevorderde gebruiker

De spiegelreflexcamera: genoemd naar de schuine spiegel in de camera, je kijkt dus letterlijk door de lens

Voordelen

  • Zeer snel
  • Weinig wachttijd na indrukken van sluiterknop
  • Ideaal voor actiefoto’s Lenzen wisselen
  • Filters plaatsen

Resolutie en zoom

Belangrijk:

§ De resolutie

§ De lens

§ De functies van de camera

Pixels: gekleurde puntjes die je foto vormen in de camera (een goede foto: miljoenen pixels)

Resolutie: geeft aantal pixels op de beeldsensor (het licht valt op de beeldsensor of de charge-coupled device = CCD) hoe meer pixels, hoe hoger de resolutie. De cameraresolutie wordt uitgedrukt in megapixels (meer=beter) 1 megapixel = 1 000 000 pixels

Zoomfunctie: vergroot of verkleint de foto op je camera

§ Optische zoom: inzoomen via de lens (belangrijkst)

§ Digitale zoom: vergroten via software

Hoe maak je een mooie foto? - Beeldcompositie

Basiselementen voor een goede foto:

  • Beeldcompositie
  • Belichting
  • Scherpte

Hoe maak je een mooie foto? - Scherpstelling

Digitale camera’s hebbe een automatische scherpstelling of Autofocus (goed scherpstellen doe je door de scherpstelling te vergrendelen voordat je de foto neemt)

Je kan ook manueel of handmatig scherpstellen, let op: dit is complex met een compactcamera. Met een spiegelreflexcamera kan je dit wel nauwkeurig doen.


Scherptediepte: duidt aan welk deel van het beeld scherp is.

  • Grote scherptediepte: voor en achter het object is de foto ook scherp
  • Kleine scherptediepte: enkel het onderwerp en een klein gebied rondom zijn scherp


De scherptediepte is omgekeerd evenredig met de diafragmaopening

Hoe kleiner diafragmaopening hoe groter scherptediepte.

Inzoomen verkleint scherptediepte.


Een bewegend onderwerp fotograferen

Stel een zo kort mogelijke sluitertijd in: 1/500 of minder (doe je dit niet maakt de foto kans op bewegingsonscherpte)

Hoe maak je een mooie foto? - Belichting

Digitale camera’s beschikken over automatische belichting. Dit is niet altijd even correct ten aanzien van de realiteit, wat zorgt voor overbelichte of onderbelichte beelden.

Je kan de belichting instellen op 3 manier:


  • De lichtmeting


Een digitale camera kan op 3 manieren het licht meten:

Matrix: op verschillende punten = standaard methode

Centrumgewogen lichtmeting: meer belang aan centrum van het beeld = onderwerp meer aandacht geven

Spotlichtmeting: camera meet enkel licht in midden van het beeld (handig bij tegenlichtsituaties)



  • De EV-compensatie


Met de exposure value (EV) kan je een foto snel lichter of donkerder maken


  • + EV-waarde: meer belichting (situaties met veel licht vb sneeuwlandschap)
  • - EV-waarde: minder belichting (situaties met weinig licht vb nachtopnames)

  • De ISO-waarde


De ISO-waarde meet de lichtgevoeligheid


  • Hoge ISO-waarde bij weinig licht
  • Lage ISO-waarde bij veel licht


Een digitale camera heeft een standaard waarde van 100 ISO, dit is vrij laag, daarom vraagt deze camera veel licht voor goede foto’s. Een hogere ISO-waarde is handig wanneer je niet mag flitsen en wanneer het toch duister is. Let op: deze foto’s lijden vaak aan ruis (= wazig). Maak daarom eerst enkele proeffoto’s om de kwaliteit te beoordeling.

Hoe gebruik je een flitser?

Elke digitale camera heeft een flitser. Digitale camera’s hebben standaard een lage lichtgevoeligheid (100 ISO) wat wil zeggen dat deze camera veel licht nodig heeft om te fotograferen. De ingebouwde flitser heeft een bereik van 3 à 4 meter, staat je onderwerp verder? Dan schakel je de flitser best uit. (bliksemschicht symbool)


Opties:

Een onderwerp te dicht bij de flitser wordt overbelicht. Zet daarom een bekertje of bakpapier voor de flitser, zo wordt het flitslicht minder hard.

Rode ogen? Gebruik een camera met een voorflitser, deze vermijdt rode ogen. Nog beter is de losse flitser waarmee je indirect flitst, deze kan je naar het plafond richten.

Invulflitsen gebruik je als het onderwerp voor een fel belichte achtergrond staat. Het wordt ook gebruikt om harde schaduwen te verzachten.

Bij een donker beeld stel je best een hogere ISO waarde in, je camera heeft dan minder licht nodig voor een goede foto.

Big image