Voorlichtingspijl

6 fasen voor een goede voorlichting

Fase 1: Openstaan

Openstaan voor de informatie die de verpleegkundige geeft is belangrijk. Controleer of de boodschap binnenkomt en verduidelijk deze eventueel met voorbeelden die aansluiten op het niveau van de cliënt.

Fase 2: Begrijpen

Wat cliënten zien komt vaak beter binnen dan hetgeen dat ze alleen horen. Ga na of de informatie relevant is voor de cliënt en aansluit op het niveau van de cliënt.

Fase 3: Willen

De cliënt motiveren door middel van de omgeving (verpleging, sociale contacten). Creëer een positief klimaat voor de cliënt om tot de handelen te leiden.

Fase 4: Kunnen

Na gaan of de zorgvrager over de vaardigheden beschikt (cognitief en/of lichamelijk ) om de verandering te laten plaatsvinden, of er eventueel belemmerende factoren (uit de omgeving bijvoorbeeld) zijn en of er steun is uit de omgeving van de zorgvrager.

Fase 5: Doen

Het concreet maken van afspraken over de stappen die gezet worden en wanneer die gezet worden. Bespreek hierin vooruitzichten en positieve effecten.

Fase 6: Blijven doen

Ondersteunen in het blijven creëren van blijvende motivatie voor de zorgvrager, ook als er sprake is van een terugval.