gedragscode voor zorgverleners

betrouwbaar

Als ik…

  1. doe wat ik beloof en afspraken die ik maak nakom,
  2. zorgvuldig ben ten aanzien van de privacy en dingen die me in vertrouwen gezegd zijn,
  3. cliënten niet belast met eventuele onderlinge meningsverschillen op/over het werk,
  4. niet roddel (over cliënten en collega’s) en alleen beroepsmatig spreek binnen het werk over cliënten.
  5. mijn deskundigheid op peil houd voor een goede dienstverlening door aanwezig te zijn bij team overleggen en deel te nemen aan (bij)scholing en toerusting

dan ben ik betrouwbaar.

integriteit

Als ik…

  1. eerlijk ben in het aangeven van de dingen die ik kan/ mag, rekening houdend met mijn eigen geweten en grenzen van mijn deskundigheid en beroepsverantwoordelijkheid,
  2. weet dat ik wel eens fouten kan maken in het werk en bereid ben die te melden of me daarop te laten aanspreken en
  3. accepteer van anderen dat er fouten worden gemaakt en dat we samen zoeken naar oplossingen/ herstel,
  4. altijd streef naar een oplossing als afgesproken zorg niet geleverd kan worden,
  5. open sta voor opbouwende kritiek en bereid ben tot goede collegiale ondersteuning,
  6. niet vloek en geen kwetsende dingen zeg tegen collega’s of cliënten.

dan ben ik integer en gewetensvol.

barmhartigheid

Als ik…

  1. met aandacht luister naar cliënten en (zo mogelijk) een wederkerige relatie met hen aanga,
  2. cliënten behandel zoals ik zelf graag behandeld zou willen worden,
  3. merk dat me iets raakt in het werk (positief of negatief) probeer ik dat op de juiste plek en moment te delen met collega’s: ik zie het uitspreken van complimenten en het uiten van kritiek of een klacht als een vorm van betrokkenheid naar elkaar,
  4. me houd aan de vastgestelde regels en protocollen, maar te gelijk probeer soms iets méér te doen dan dit minimum,
  5. Me ten aanzien van mijn werktijden soepel en flexibel opstel.

dan toon ik me betrokken en barmhartig.

dienstbaarheid

Als ik…

  1. oog heb voor de cliënt als persoon (zijn geloofs- en levensovertuiging, zijn (thuis) situatie, zijn belevingswereld, levensverhaal en hulpverlenings/ ziektegeschiedenis),
  2. het welzijn van de cliënt voorop stel en mijn zorg en aan dacht erop richt de kwaliteit van het leven van de cliënt te bevorderen,
  3. collegiaal ben naar medewerkers en vrijwilligers en probeer voor elkaar in te springen waar nodig en mogelijk,
  4. cliënten in principe aanspreek met meneer of mevrouw en alleen ‘je’ en ‘jij’ zeg als de cliënt daar zelf om vraagt,
  5. zorgvuldig om ga met de eigendommen van de cliënt,
  6. tijdens het werk een uniform draag (als de functie daarom vraagt) of anders kleding die niet uitdagend is of aanstootgevend en mijn uiterlijk goed verzorg.