Bowlby

Britse psycholoog

Zijn leven

Edward John Mostyn Bowlby is geboren op 26 februari 1907 in Londen. In zijn jeugd zag hij amper zijn ouders en werd eigenlijk opgevoed door zijn kinderjuffrouw. Toen hij vier jaar oud was ging de kinderjuffrouw bij de familie weg. Het voelde voor hem als verlies van een moeder. Op zijn zevende werd hij al naar een kostschool gestuurd.

Scholing

Vanaf zijn veertiende volgde een opleiding tot marineofficier bij het Royal Nacy College in Dartmouth. maar hij wilde liever werk doen waar de hele samenleving iets aan had. Tussen 1925 en 1933 studeerde hij geneeskunde en psychologie aan het Trinity College in Cambridge en het University College Londen. In 1928 en 1929 werkt op een school voor kinderen met onaangepast gedrag. Zijn begeleiders wezen Bowlby erop dat sommigen van hen problemen vertoonden doordat hun primaire opvoeders hen hadden verlaten. In 1933 kwalificeert hij zich als basisarts. in 1937 als psychoanalyticus en in 1940 als psychiater.

In 1938 werd Bowlby president van het Trinity College. In de Tweede wereldoorlog dient hij als officier en daarna wordt hij onderdirecteur van een kliniek voor psychoanalyse in Londen. Vanaf 1950 werkt hij voor de Wereldgezondheidsorganisatie als adviseur geestelijke gezondheid. Hij pleitte er onder andere voor adoptie van zeer jonge kinderen zonder thuis. Vanwege zijn belangstelling voor kinderen die door hun primaire opvoeders waren verlaten gaat hij werken voor de Child Guidance Clinic in Londen. Daar werden onder meer kinderen opgevangen die hun ouders waren kwijtgeraakt in de oorlog. Zijn verdere professionele leven wijdt hij aan de ontwikkeling van de hechtingstheorie. In 1990 overlijdt Bowlby in zijn zomerhuis in Schotland.

Hechtingstheorie

Bowlby heeft de hechtingstheorie bedacht. De gehechtheidstheorie gaat over gehechtheidsrelaties en de neiging van mensen om zich te hechten. Mensen hebben vanaf de geboorte de neiging om zich te hechten. Voor de ontwikkeling van mensen is het belangrijk dat de hechting er is. Wanneer een kind geen hechting heeft met zijn ouders of verzorgers dan dat later tot problemen leiden in de ontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn problemen met eigenwaarde, moeite met aangaan van relaties en leerproblemen. Een veilig gehecht kind is vaak vrolijk, gelukkig, coöperatief en aangenaam in de omgang. Een onveilig gehecht kind heeft vaak moeite om contact te maken met andere kinderen. Hij of zij is vaak opstandig, niet coöperatief en teruggetrokken.

Folder bij: Tamara, Melissa en Lisa