Anti psychotica

Vak: Medicatie

Risperdal

Risperdal wordt voorgeschreven bij mensen met een psychose, een manie, onrust, schizofrenie, een tic(s), dementie, een dwangstoornis(sen) of een posttraumatische stresstoornis.

Risperdal behoort tot de antipsychotica. Het verminderd de effecten van natuurlijke voorkomende stoffen in de hersenen. Het stofje dat verminderd wordt is dopamine. Hierdoor worden de psychosen en de onrust verminderd.



Het is verstandig om de eerste paar dagen na uw eerste inname van risperdal niet te gaan autorijden. De bijwerkingen kunnen ervoor zorgen dat u minder alert bent in het verkeer. Bij twijfel raadpleeg uw huisarts.

Het is verstandig om het gebruik van alcohol in combinatie met dit medicijn te minderen of helemaal niet meer te gebruiken. De belangrijkste reden hiervan is dat u van het medicijn snel suf kunt worden. Door alcohol wordt dit extra versterkt.


Het is niet verstandig om risperdal te gebruiken als je zwanger bent of binnenkort zwanger wilt worden. Risperdal gebruiken tijdens de zwangerschap is nog te weinig over bekend om daar iets over te zeggen, maar het beste is om over te stappen op een ander medicijn die wel kan in combinatie met een zwangerschap.

Ook over borstvoeding en risperdal is weinig bekend. Het is zeker dat het medicijn in de moedermelk komt, maar het is niet bekend of dit schadelijk is voor het kind. Raadpleeg daarom uw huisarts voor meer duidelijkheid.

De meest voorkomende bijwerkingen bij risperdal zijn:

- Seksuele stoornissen

- Hoofdpijn

- Duizeligheid

- Zwart voor de ogen

- Onregelmatige menstruatie (of het wegblijven ervan)

- Pijnlijke borsten

- Sufheid, slaperigheid

De volgende stappen moet u goed uitvoeren voor het gebruik van risperdal.

(Risperdal is alleen verkrijgbaar in tabletten.)

  • Ga met het medicijn en een (vol) glas water aan de eettafel zitten.

  • Ga rechtop zitten.

  • Neem een slok water en slik deze door.

  • Neem een tablet uit de verpakking en plaats het tablet op het midden van uw tong.

  • Neem een slok water, MAAR wacht nog even met doorslikken!

  • Buig uw hoofd naar voren, zodat u recht naar beneden kijkt.

  • Slik dan pas door.

  • Neem nog een slokje water.

    Gemaakt door: Kim van Doorn

Zyprexa

De werkzame stof in Zyprexa is olanzapine. Het stofje remt de effecten van natuurlijke stoffen zoals bijvoorbeeld dopamine. Daardoor vermindert onrust en psychosen. Het wordt vooral voorgeschreven bij: schizofrenie, psychose, onrust, manie, posttraumatisch stressstoornis, tics en ernstige misselijkheid.

Schizofrenie & Psychoses

Schizofrenie is een psychische aandoening met stoornissen in het waarnemen, denken en het gevoelsleven. De belangrijkste verschijnselen zijn verwardheid en psychoses. Je ervaart de wereld om je heen anders als de werkelijkheid bij een psychose. Je spreekt dan van hallucinaties en wanen. Ook hebben mensen met een psychose geen vertrouwen in hun omgeving en zijn ze vaak erg verward. Een psychose kan vaak erg eng zijn voor de omgevingen voor de patiënt zelf. Psychoses treden niet analleen op bij mensen met schizofrenie maar ook bijvoorbeeld bij manische depressiviteit. Mensen met schizofrenie voelen zich ook vaak angstig, depressief, gespannen of schuldig. Hierdoor leggen ze moeilijk sociale contacten en kunnen ze zich verwaarlozen en afsluiten van de wereld. Dit worden ook wel de negatieve verschijnselen genoemd van schizofrenie. Zyprexa remt de effecten van natuurlijke stoffen zoals dopamine in de hersenen. Daardoor worden de verschijnselen van een psychose onderdrukt. Dit middel werkt ongeveer bij 7 van de 10 mensen met schizofrenie. Het werkt ook een beetje tegen de negatieve verschijnselen. Zyprexa vermindert de verschijnselen van een psychose. Een tablet werkt ongeveer binnen een paar uur en een injectie binnen drie kwartier. Een dosis heeft ongeveer 24 uur effect.

Onrust

Door andere psychiatrische aandoening zoals hersenbeschadigingen of autisme kunnen mensen soms heel onrustig of zelfs agressief worden. Als die niet op een andere manier onder controle gebracht kan worden, word Zyprexa soms voorgeschreven. Het vermindert angst, onrust en agressiviteit binnen een paar uur. De werkingsduur van een dosis is langer als 24 uur.

Manie

Een manie is een periode van opgewektheid met vaak veel onrealistische acties en plannen. Mensen doen in zo’n periode vaak dingen waar ze later spijt van hebben. Soms heeft zo’n iemand dan ook last van hallucinaties en wanen. Een manie treedt meestal op bij iemand die last heeft van manische depressiviteit. Bij manische depressiviteit wisselen depressieve periodes zich af met manische periodes. Bij een manie schrijven artsen vaak valproïnezuur of lithium voor. Maar soms word er ook een antipsychoticum voorgeschreven zoals Zyprexa. Soms wordt het ook wel eens gecombineerd. Als het medicijn goed werkt bij je, kan de arts het ook voorschrijven om een manie te voorkomen. Zyprexa werkt vooral goed bij mensen die tijdens hun manie ook depressieve gevoelens hebben. De rustgevende werking treedt binnen een paar uur in. Als er een snellere werkzaamheid nodig is word er een injectie gegeven. Deze werkt binnen een uur.

Posttraumatisch stressstoornis

Een posttraumatisch stressstoornis ontstaat na een traumatische gebeurtenis. Een voorbeeld kan zijn: verkrachting, een ramp, een ongeluk of het vechten in een oorlog. Als het niet lukt om deze gebeurtenis te verwerken, kan je een posttraumatisch stressstoornis krijgen. Dit kan na de gebeurtenis gebeuren of pas veel later. De verschijnselen zijn: spanning of angst die voor de gebeurtenis er niet waren, concentratieproblemen, slecht slapen en heftige schrikreacties. Ook beleven mensen met een posttraumatische stressstoornis vaak de gebeurtenis opnieuw in de vorm van nachtmerries of herinneringen die ze niet uit hun hoofd kunnen zetten. Om de gebeurtenis te verwerken kun je met een psycholoog of psychiater praten. Ook schrijven artsen vaak een antidepressivum voor tegen de angstgevoelens. Als deze niet goed genoeg werken, kan de arts proberen of Zyprexa wel effect heeft. Het kan ervoor zorgen dat je de gebeurtenis minder vaak herleeft.

Tics

Bij het syndroom van Gilles de la Tourette is er sprake van telkens herhaalde spiertrekkingen en bewegingen en het maken van geluiden zoals grommen en waar de zieke vooral om bekend staat: het dwangmatige vloeken. Zyprexa helpt soms bij het verminderen van deze verschijnselen. Ook heeft het effect op de dwanghandelingen en de angstgevoelens.

Misselijkheid en braken

Misselijkheid en braken ontstaat omdat het braakcentrum wordt geprikkeld. Deze prikkels kunnen komen vanuit: de hersenen, de maag en darmen of uit het evenwichtsorgaan. Zyprexa wordt gebruikt als andere medicatie tegen misselijkheid niet of onvoldoende helpt. Bijvoorbeeld na een operatie, bij mensen die op sterven liggen of bij chemotherapie. Zyprexa blokkeert de prikkelingen van het braakcentrum. Misselijkheid en de neiging om te braken nemen hierdoor af. Het werkt na ongeveer een uur.

Mogelijke bijwerkingen van Zyprexa:

  • Regelmatig:

    • Droge mond, verstopte neus, keelpijn en slikklachten

    • Gewichtstoename

    • Wazig zien en droge ogen

    • Verstopping

    • Plasproblemen

  • Soms:

    • Slaperigheid & sufheid

    • Bewegingsstoornissen

    • Afvlakking van de gevoelens

    • Zwart voor de ogen of duizeligheid

    • Seksuele stoornissen

  • Zelden:

    • Langzamere hartslag, hartkloppingen of onregelmatige hartslag.

    • Hartritmestoornissen

    • Vermoeidheid

    • Vocht vasthouden

    • Teveel cholesterol

    • Teveel glucose

    • Huiduitslag en jeuk

  • Zeer zelden

    • Onregelmatige menstruatie

    • Bloedafwijkingen

    • Maligne neurolepticasyndroom

    • Trombose

    • Als je epilepsie hebt, kan dit medicijn een aanval uitlokken

    • Overgevoeligheid voor olanzapine

      Hoe gebruik je het medicijn

      Kijk ten eerste altijd voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

      Hoe?

  • Gewone tabletten: innemen met een half glas water of een andere drank

  • Smelttabletten: in je mond laten smelten en daarna doorslikken. Je kunt de tablet eventueel ook eerst in een glas water of een andere drank uiteen laten vallen en daarna doorslikken

  • Injecties: deze wordt toegediend in een bilspier door een verpleegkundige of een arts. Dit is meestal 1 keer per 2 of 4 weken.

    Hoelang?

    Schizofrenie:

    Als de psychotische periode over is dan zal je deze medicatie nog een tijdje moeten gebruiken. Anders is de kans op een nieuwe psychose groot. De dosering wordt dan wel vaak wat verlaagd.

  • Als je voor het eerst een psychose hebt gehad, moet je deze medicatie vaak nog 1 tot 2 jaar blijven slikken voordat je mag stoppen. Alleen als je erg snel bent herstelt kan er na een half jaar geprobeerd worden om te stoppen. De kans op terugval is dan nog wel erg groot en dit moet natuurlijk ook onder goede begeleiding gedaan worden.

  • Als je al eerder in je leven een psychose hebt gehad, is de kans groot dat je je hele leven deze medicatie moet blijven slikken

    Manie

    Als de ernstige verschijnselen weg zijn kan de arts je aanraden om de medicatie langzaam af te bouwen. Valproïnezuur of lithium moet je dan meestal wel nog blijven gebruiken. Soms kan de arts voorstellen om Zyprexa te blijven gebruiken om een manie te voorkomen.

    Onrust

    Zyprexa wordt meestal meerdere jaren gebruikt door mensen met agressiviteit, ernstige onrust of angst, zoals mensen met dementie, mensen met autisme en verstandelijk beperkte. Als de verschijnselen afnemen, wordt de dosering verlaagd.

    Tics

    Als het medicijn goed werkt, moet je het meestal meer jaren gebruiken.

    Posttraumatische stressstoornis

    Als het goed werkt, moet je het een langere tijd gebruiken

    Misselijkheid en braken

    Je neemt het medicijn als je last hebt van misselijkheid en braken.

    Wanneer mag je dit medicijn niet gebruiken

    Het kan gevaarlijk zijn om deel te nemen aan het verkeer als je deze medicatie gebruikt. Dit komt door bijwerkingen zoals: slaperigheid, sufheid, wazig zien en duizeligheid. Je mag de eerste paar dagen als je dit medicijn gebruikt niet autorijden. Rijd ook geen auto als de dosering groter word. Pas als je een paar dagen dezelfde dosering gebruikt mag je weer auto rijden. Ga ook alleen maar autorijden als je geen last meer hebt van de bijwerkingen. Schizofrenie, manie en psychoses kunnen ook een reden zijn om niet te rijden. Drink ook geen alcohol bij de medicijn want alcohol versterkt het effect van dit medicijn. Ook moet je opletten als je gaat stoppen met roken want de hoeveelheid van het medicijn kan dan toenemen in je bloed. Hierdoor kan het sterker werken en meer bijwerkingen geven. Overleg met je arts als je wilt stoppen met roken. Bij dit medicijn mag je alles eten en drinken. Pas ook op met andere medicatie. Als je andere medicatie gebruikt overleg dan even met je arts. Je kunt dit medicijn beter niet nemen als je zwanger bent of borstvoeding geeft overleg ook hier even met je arts.

    Taken aanreiken medicatie slikken medicatie:

  • Laat de cliënt aan tafel zitten met de medicatie en een glas water

  • Let erop dat de cliënt rechtop zit

  • Laat de cliënt eerst een slok water nemen

  • Geef de cliënt een tablet uit de verpakking en plaats deze midden op de tong van de cliënt

  • Neem een slok water en laat de cliënt nog even wachten met doorslikken

  • Laat de cliënt het hoofd naar voren buigen zodat hij recht naar beneden kijkt en laat de cliënt doorslikken

  • Laat de cliënt nog een slok water nemen

  • Bij sommige mensen gaat het innemen van medicatie makkelijker met een dikke vloeistof. Vraag aan je arts na of dit mag met bijvoorbeeld appelmoes.

    Gemaakt door: Carly Janssen

Haldol

De werkzame stof van Haldol is Haloperidol.

Belangrijk:
- Haloperidol remt wanen, hallucinaties en tics.
- Bij psychose (zoals bij schizofrenie), manie, onrust (onder meer bij dementie), dwangstoornissen en tics. Ook bij misselijkheid en braken en bij voortdurende hik.
- Druppels en tabletten werken binnen enkele uren. De werkingen houdt ongeveer een halve dag aan.
- Er zijn snelwerkende injecties die een halve dag werken. En langzaam werkende injecties die ongeveer 4 weken lang werken.
- U gebruikt haloperidol een half jaar tot meerdere jaren. Bij misselijkheid en hik zolang u klachten heeft.
- U kunt suf, slaperig of depressief worden en u kunt hoofdpijn krijgen.
- Ook seksuele stoornissen komen voor en bewegingsstoornissen, zoals spiertrekkingen, stijve spieren en niet stil kunnen zitten. Raadpleeg uw arts bij bewegingsstoornissen.
- Andere bijwerkingen zijn maagdarmklachten, gewichtsverandering en kwijlen, vooral tijdens de slaap. Raadpleeg uw arts, als u hier veel last van heeft.
- Rijd de eerste 3 dagen geen auto en daarna niet zolang u suf of slaperig bent. Pas op met alcohol. Dit kan u nog suffer maken.
- Gebruikt u haloperidol al een paar weken? Stop dan niet in een keer. Bouw het langzaam af in overleg met uw arts of apotheker.

Wat zijn de bijwerkingen?
Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Regelmatig:
-Seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen en moeilijker een erectie krijgen.

Soms:
- Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte. Ook kan een depressie ontstaan of een bestaande depressie verergeren.
- Bewegingsstoornissen, zoals rusteloosheid, plotselinge spiertrekkingen in hoofd, mond of gezicht en spierstijfheid.
- Akathisie kan zich ook uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens. En parkinsonisme in trillen, moeite met bewegen, lopen of spreken.
- Door deze bijwerkingen kunt u ook spier- of gewrichtspijn krijgen.
- Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen. Overleg met uw arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan uw arts de dosering verlagen of u een ander medicijn voorschrijven waar u minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan.

  • Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson of als u al een bewegingsstoornis heeft. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

  • Sufheid, slaperigheid, verwardheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u `s nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.

  • Hoofdpijn. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

Zelden:
- Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling. Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.
- Gewichtsafname en minder eetlust hebben.
- Bij vrouwen kan de menstruatie stoppen. Dit kan geen kwaad. Na stoppen met het medicijn komt de menstruatie weer op gang.
- Maagklachten. Dit kunt u voorkomen of verminderen door de tabletten tijdens het eten in te nemen.
- Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel.
- Pijn en irritatie op de injectieplaats. Als u haloperidol als injectie in de spier krijgt, kan dit pijnlijk zijn. Ook kunt u last krijgen van een onderhuidse knobbel op de injectieplaats. Dit verdwijnt vanzelf na een paar dagen.
- Kwijlen, vooral tijdens de slaap. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

Zeer zelden:
- Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn.
- Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen.
- Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite heeft met plassen door een vergrote prostaat.
- Huiduitslag, roodheid, jeuk, overmatig zweten of overgevoeligheid voor zonlicht.
- Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten.
- Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid.
- Hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Vooral mensen met de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.
- Borstvorming (bij mannen) en melkafscheiding.
- Ontsteking van de lever. Bij geelzucht moet u direct een arts waarschuwen.
- Droge mond, droge ogen en wazig zien. Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel.

- Dit medicijn kan bij mensen met epilepsie een aanval uitlokken. Ook andere antipsychotica hebben deze bijwerking. Artsen kiezen bij mensen met epilepsie vaak voor haloperidol omdat het minder kans op een aanval geeft dan de meeste andere antipsychotica.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Hoe moet je dit medicijn gebruiken?
Tabletten: innemen met een half glas water of met een andere drank.

Druppels: druppel deze in een half glas water of in een andere drank (geen alcoholische drank). Drink dit dan op. Eventueel kunt u de druppels ook innemen zonder water of andere drank.

Injecties: deze zal de arts of verpleegkundige toedienen. Meestal is dat elke 4 weken.

Mag je deze medicijnen gebruiken met andere medicatie?
De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u meer van dergelijke medicijnen gebruikt.

  • Veel medicijnen tegen de ziekte van Parkinson, en haloperidol verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.

  • Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: raadpleeg uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson verergeren.

  • Bij combinatie van haloperidol met een van de volgende medicijnen heeft u een verhoogd risico op hartritmestoornissen. U kunt last krijgen van plotselinge duizelingen of kortdurend buiten bewustzijn raken. Gebruik de volgende medicijnen NIET samen met haloperidol: amiodaron, anagrelide, arseentrioxide, azitromycine, chloorpromazine, chloroquine, citalopram, claritromycine, disopyramide, domperidon, droperidol, erytromycine, escitalopram, flecaïnide, haloperidol, ibutilide, ketanserine, kinidine, methadon, moxifloxacine, ondansetron, pentamidine, pimozide, sevofluraan, sotalol, sulpiride en vandetanib. Overleg met uw arts. Mogelijk kan hij een ander medicijn voorschrijven.

  • Sommige medicijnen tegen hiv. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.

    Door de volgende medicijnen kan haloperidol sneller uit het lichaam verdwijnen. Het is dan slechter werkzaam. Neem contact op met uw arts als u één van de volgende medicijnen gebruikt:

  • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon.

  • De medicijnen tegen tuberculose rifabutine en rifampicine.

  • Bosentan, een medicijn tegen pulmonale arteriële hypertensie, een ernstige vorm van hoge bloeddruk in de longen.

  • Uw arts kan dan als dat nodig is de dosering van haloperidol aanpassen. Let u wel op dat als u met één van bovenstaande medicijnen stopt, het effect van haloperidol juist kan toenemen. Overleg daarom altijd eerst met uw arts als u met één van deze medicijnen wilt stoppen.

Mag je deze medicijnen gebruiken bij het volgende?

Zwangerschap:
Overleg met uw arts als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen.

Borstvoeding:
Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. Het medicijn komt in de moedermelk. Hierdoor kan het bijwerkingen geven bij het kind. Dit merkt u doordat uw baby suf wordt en minder goed drinkt. Als uw arts vindt dat u borstvoeding kunt geven: let dan goed op deze verschijnselen. Als deze verschijnselen optreden, neem dan contact op met uw arts.

Gemaakt door: Kim Wolf

Fluanxol

Voorbeelden van klachten die je kan krijgen bij dit medicijn zijn als volgt:

  • Je kan last krijgen van trillingen.

  • Je kan last krijgen van vermoeidheid, hierdoor kan je bijna niet meer lopen en slaap je veel.

  • Contra indicaties

    Auto rijden

    Bij dit medicijn is autorijden gevaarlijk. Enkele bijwerkingen hiervan zijn namelijk slaperigheid en wazig zien. De eerste paar dagen mag je met dit medicijn geen auto rijden omdat je lichaam nog aan dit medicijn moet wennen. Ook als je dosering verhoogd worden mag je niet gaan autorijden. Na een aantal dagen, als je lichaam aan het medicijn gewend is mag je pas weer autorijden. Dit is als je tabletten of dragees gebruikt. Bij het gebruik van injecties moet je dit overleggen met de arts omdat het ook gevaarlijk kan zijn om deel te nemen aan het verkeer.

    Alcohol drinken

    Bij dit medicijn kun je het beste geen alcohol drinken. Dit komt omdat alcohol het versuffende effect van dit medicijn alleen maar erger maakt. Ook als je gewend bent aan het medicijn krijg je als nog een versuffend effect. Het wordt dus afgeraden alcohol te gebruiken in combinatie met dit medicijn.

    Medicatie met een gele waarschuwingssticker

    Je mag dit medicijn niet innemen in combinatie met medicijnen met een gele waarschuwingssticker. Dit kan dan ook je reactievermogen nog erger afnemen.

    Medicatie ziekte van Parkinson

    Als je medicatie voor Parkinson gebruikt moet je overleggen of je dit in combinatie met fluanxol mag slikken. Dit omdat de werking van dit medicijn hierdoor afneemt.

    Zwangerschap

    Bij de zwangerschap mag je dit medicijn niet gebruiken. En ook niet als je binnenkort zwanger wilt worden. Er is hierover nog weinig bekend, wel is er bekend dat er problemen kunnen ontstaan bij het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap. Je kind kan bewegingsstoornissen krijgen en ontwenningsverschijnselen. Bijvoorbeeld slecht drinken en huilen.

    Borstvoeding

    Als je borstvoeding wilt geven in combinatie met dit medicijn moet je dit altijd eerst met je arts overleggen. Het is niet bekend of het medicijn wel schadelijk is, maar je kan soms overstappen op een ander medicijn.

    De werking van het medicijn is als volgt:

    Dit medicijn behoort tot een algemene antipsychotica. Het verminderd stoffen in de hersenen waardoor psychoses ontstaan. Hierdoor nemen de psychoses dus af.

    Je moet dit medicijn op de volgende manier toedienen:

    Tabletten of dragees: Innemen met een half glas water of een andere drank.

    Injecties: Deze zal de arts of verpleegkundige in een bilspier toedienen. Meestal is dit 1 of 2 keer per 4 weken.

    Standaard methode voor het slikken van dit medicijn:

    Stap 1: Ga met u medicijnen en een half glas water aan de eettafel zitten.

    Stap 2: Neem een tablet uit de verpakking en leg deze midden op uw tong.

    Stap 3: Neem een slok water , maar wacht nog even met doorslikken.

    Stap 4: Buig uw hoofd naar voren zodat u recht naar beneden kijkt.

    Stap 5: Slik dan pas door.

    Stap 6: Neem nog een slokje water.

    De taak die je hebt bij het toedienen bij deze medicatie bij bijvoorbeeld een cliënt is:

    Je moet er voor zorgen dat de cliënt zijn hoofd naar beneden houd bij het inslikken van tablet.