Hoofdletters

Belangrijke regels

1. Alle namen beginnen met een hoofdletter.

- Ik ben het met Couwenberg eens.

- Ik ben het met Jan Couwenberg eens.

- Ik ben het met de heer Couwenberg eens.

2. Een zin begint met een hoofdletter, ook als die hoofdletter bij een afkorting hoort.

- I.v.m. inventarisatie is het gebouw heden gesloten.

- 's Morgens moet je me niet lastig vallen, dan heb ik een ochtendhumeur.


3. Na een dubbelepunt komt een nieuwe hoofdletter.

Angstig opende ze de deur op een kier en vroeg: "Wat moet je? Waar kom je vandaan?"

4. Feestdagen krijgen hoofdletters, en moeten dus worden onderscheiden van perioden.

De advent gaat aan Kerstmis vooraf.

5. Hetzelfde geldt voor eigennamen van dieren of zaken.

  • - Heeft Blackie zijn bakje weer niet leeggegeten?
  • - De Rode Halve Maan was snel ter plaatse.
  • 6. Als een naam met een hoofdletter IJ begint, worden zowel de I als de J als hoofdletter geschreven.

    De heer IJsvogel is vorige week bij ons in dienst getreden.

    7. Als de titel begint met een lidwoord krijgt dat de hoofdletter.

    bijvoorbeeld bij De aanslag, De waarheid

    8. Een hoofdletter kan in een aanhef worden gebruikt als men uitzonderlijk respect wil uitdrukken.

    - Heilige Vader

    Vroeger schreef men U, Uw en Uwe met een hoofdletter.

    9. Aardrijkskundige namen krijgen een hoofdletter.

  • - De Noordpool wordt ook wel Arctica genoemd, de Zuidpool Antarctica; ik haal ze altijd door elkaar.
  • - De Nieuwe Waterweg heeft geenszins aan belang ingeboet.
  • 10. In het dagelijks leven schrijven we de drie alledaagse hemellichamen met een kleine letter.

    Op aarde kun je overdag de zon zien schijnen, en 's nachts de maan. Tja, behalve als het weer eens regent, natuurlijk.
    Spellingregels deel 1: Hoofdletters
    Taal oefenen: spelling, hoofdletters