Oude Schoolkind

Door Danny, Jaimy en Jill

Welkom

Het oude schoolkind gaat over de ontwikkeling van kinderen van 9 tot 12 jaar. In de beroepscontext betekent dit: als onderwijsassistent kun je worden ingezet bij activiteiten die de ontwikkeling van kinderen stimuleert. Je hebt kennis en inzicht nodig in de verschillende fasen die een kind doormaakt.

Deze opdracht is voor het vak Ontwikkelingsfasen.

Cognitieve ontwikkeling

Kennisontwikkeling van 9 tot 12 jaar:

* voltooiing van de concreet-operationele fase.

* Sterker prestatiegericht.

* Analyseren en reflecteren.

In deze periode is de ontwikkeling van het denken van concreet naar abstract voltooid. Het oudere schoolkind is er klaar voor om abstract te denken.

Prestaties ontstond tussen 6 en 9 jaar. Kinderen van deze leeftijd wil graag aantonen wat ze kunnen. Die zie je in de organisaties van sportdagen, die vooral bij kinderen populair is.

Het vermogen tot abstract te denken kan leiden tot het vermogen om te analyseren en te reflecteren. Kinderen gaan dan nadenken over zichzelf. Sommige hebben een negatief beeld over zichzelf. Bij het reflecteren kan het tot gevold leiden, dat de leerlingen afvragen of de leraar wel bij het rechte eind heeft. Zij worden kritischer en stellen veel vragen. De autoriteit van een docent veranderd. Het contact wordt meer gelijkwaardig. De leerlingen hebben meer interesse in feiten en ze krijgen meer inzicht. Daarom vragen kinderen vaak met het woord waarom. Er zijn wel eens vraagstukken waar een docent geen antwoord op kan geven. Zij weten het dan ook niet. Je kunt met kinderen doorpraten, nadenken, argumenten verzamelen en het kind stimuleren om niet te snel conclusies te trekken.

Sociaal- emotionele ontwikkeling

Sociaal-emotionele ontwikkeling van 9-12 jaar:
* sociale verbanden nemen een grotere plaats in.
* sterk in samenwerking.
* normen en waarden.
* sportieve en competitie.
* idolen.
* uitsluiten en pesten.

Kinderen maken hun eigen leefwereld. Ze zoeken naar elkaars gezelschap op en vormen een hechte groepjes. Kinderen willen onderscheiden van anderen. Ze dragen soms een bepaald merkkleding. In deze periode zoeken kinderen hun echte vrienden. Bij meisjes zijn de vriendengroepen kleiner dan bij jongens. Op deze leeftijd gaan sommige kinderen op zoek naar hun hobby. Hier bouwen ze hun hobby op voor de rest van hun leven. Oudere kinderen zijn dol op wedstrijden en competitiespelen. Evenementen worden steeds groter en grote toernooien worden steeds populairder. Sportiviteit groeit en de kinderen hebben meer plezier in het spel. Ouderen schoolkinderen luisteren minder naar volwassenen. Ze ontwikkelen hun eigen structuren en willen liever bij hun vriendenkring horen. Kinderen zijn niet altijd lief. Ze houden ook van pesten. Kinderen die gepest worden hebben vaak een negatieve beeld van zichzelf.

Seksuele ontwikkeling

Ze zijn op zoek naar lichamelijk contact. Ze zijn meer gericht op eigen sekse. Aan het begin van deze leeftijd vinden jongens meisjes stom en meisjes jongens stom. Aan het eind van de basisschoolperiode beginnen ze langzaam, maar zeker interesse voor elkaar te krijgen. De verschillen tussen jongens en meisjes zijn rond elf jaar heel groot. De meisjes krijgen eerder hun groei speurt en bij de meisjes komen al lichamelijke veranderingen voor. Oudere school kinderen zijn niet seksueel actief, maar ze vinden het wel interessant.

Sensomotorische ontwikkeling

Bij het oudere school kind is de coördinatie is helemaal in orde. Ze ontwikkelen in een snel tempo meer spierkracht en uithoudingsvermogen. De interesse in wedstrijdspelletjes blijft bestaan. Ook word de oog-handcoördinatie sterker en fijner. Lichamelijk worden de verschillen tussen de jongens en meisjes groter.

Creatief - expressieve ontwikkeling

Oudere schoolkinderen hebben een steeds betere oog-handcoördinatie, waardoor hun tekeningen steeds beter worden. Wat kinderen tekenen, gaat steeds meer op de werkelijkheid lijken. Kinderen gaan steeds meer naar de natuur tekenen, artisticiteit ontstaat. Dit betekent de behoefte om met de werkelijkheid te spelen. Door de werkelijkheid iets anders uit te beelden, kunnen ze iets van zichzelf uitdrukken. Een voorbeeld hiervan zijn cartoons. Kinderen raken geïnteresseerd in verschillende ingewikkelde technieken.

Taal ontwikkeling

Klankontwikkeling

De klankontwikkeling is in deze fase al voltooid.


Woordenschatontwikkeling

De woordenschatontwikkeling groeit het hele leven door. Het gaat bij de een sneller dan de ander. Daardoor is er in deze fase geen mijlpaal.


Grammaticale ontwikkeling

Aan het eind van deze fase is de grammaticale taalbewustzijn voltooid. Ook hier geldt dat er verschillen zijn per individu. De basis is op de basisschool voltooid, maar het kan zich nog verder ontwikkelen en verfijnen in de loop van de jaren. Een voorbeeld van hoe het zich verder kan ontwikkelen en verfijnen is door veel te lezen. In het voortgezet onderwijs zal de aanwezige kennis verstevigd worden door grammaticalessen.


Communicatieve ontwikkeling

Kinderen leren een samenhangend verhaal te vertellen met begin, midden, eind. De verhalen zijn complexer. Taalgebruik is minder gekoppeld aan concrete voorwerpen of handelingen. Daardoor kan er beter gepraat worden over abstracte kwesties, zoals het milieu of dierenwelzijn. Het vermogen om rekening te houden met de toehoorder, leidt ertoe dat het kind zijn taal bewust en effectiever aanpast. Het onderwijs blijft aandacht besteden aan de communicatieve ontwikkeling. De vakken die gebruikt worden hiervoor zijn begrijpend lezen, aardrijkskunde en geschiedenis.


Metalinguïstische ontwikkeling

Kinderen kunnen nu reflecteren over taal. In spellinglessen denken kinderen na over de structuur van de moeilijkere woorden. In grammaticalessen denken ze na over de structuur van zinnen. In de lessen begrijpend lezen denken de kinderen na over de structuur van teksten. Dit gaat verder dan alleen de betekenis van taal, ze moeten ook reflecteren over taal.


Schriftelijke taalontwikkeling

Schrijven wordt in plaats van een doel op zich, een hulpmiddel om je uit te drukken. Deze fase is dus heel individueel. Niet iedereen ontwikkelt zich even ver.

Filmpje over het oudere schoolkind

Groei! 3: 9 jaar