Moslims In Dialoog

Voor een islâmitisch bewustzijn

De afkeer van de foetus voor het wereldse...‏



Bismillâhi Rahmâni Rahîm, Alhamdulillâhi Rabbil 'Âlamîn was-salâtu was-salâmu 'alâ nabiyyinâ Muhammadin wa 'alâ âlihi wa ashâbihi ajma'în amma ba'd.


In de Naam van Allâh, de Erbarmer, de Meest Barmhartige.

As-salâm 'alaykum warahmatullâhi wa barakâtuhu beste broeder of zuster,

Allâh de Verhevene heeft in Zijn Luisterrijke Qur’ân gezegd (interpretatie van de betekenis):

“...het kan zijn dat jullie afkeer van iets hebben, terwijl het goed voor jullie is; en het kan zijn dat jullie van iets houden, terwijl het slecht voor jullie is. En Allâh weet, terwijl jullie niet weten.” {Qs 2:216}

En ook heeft Hij gezegd:

“En dit wereldse leven is niets dan vermaak en spel. En voorwaar, het Huis van het Hiernamaals is zeker het echte leven, als zij het wisten!” {Qs 29:64}

De grootste beproeving voor een moslim is dat hij teveel van het wereldse leven gaat houden en de dood gaat minachten. De geloofsovertuiging wordt hierdoor minder en de ziel gaat steeds meer vertrouwen op de menselijke zintuigen om zo zijn geloofsovertuiging te hervormen. Dan doet hij afstand van het geloof in het onwaarneembare en gaat zich vastklampen aan het wereldse. Hij wordt tevreden met dit wereldse en keert zich af van het Hiernamaals, omdat hij onrustig wordt bij het denken hieraan. Hij heeft zich toegewijd aan het materialisme, dat voor hem een concreet en werkelijk iets is. Dit in tegenstelling tot het Hiernamaals, wat voor hem een abstract begrip is geworden.

Het wereldse leven wordt nu zijn waarheid en realiteit en het Hiernamaals slechts een fantasie en iets onbekends. Dit is waar de mens afdwaalt in zijn geloofsleer. Hij wordt een slaaf van zijn vijf zintuigen. Het enige waarin hij nog gelooft zijn de wereldse verleidingen die hij kan zien. Zijn verstand is op dat moment totaal niet in staat om zich een ander soort leven voor te stellen, naast dit leven dat hij kan zien. Zijn situatie is als die van de foetus in de baarmoeder. Hij bevindt zich in drie lagen van duisternis, hij kan nauwelijks zien, horen of spreken en heeft totaal geen macht over wat er om hem heen gebeurt. Hij weet niet waar hij naar toe gaat, wanneer en waarom.

Hij ligt in de baarmoeder zonder enige vrijheid of keuzemogelijkheid. De foetus kent de ware aard van het leven buiten de baarmoeder nog niet. Hij zou dit kunnen zien als iets onbekends of iets dat niet bestaat wanneer hij uitgaat van de informatie waar zijn beperkte zintuigen hem van voorzien. En wanneer Allâh de Verhevene het mogelijk zou maken voor deze foetussen om met hun beperkte verstand met elkaar te communiceren, dan zouden zij waarschijnlijk boeken en poëzie schrijven om het moment van geboorte te minachten. Zij zouden het hebben over haar moeilijkheden, de pijn en bloedingen en hoe sommigen bij hun hoofden worden gegrepen, terwijl anderen bij hun voeten worden gepakt. Zij zouden de eerste schreeuw bij de geboorte beschrijven als één van de doodstrekkingen. Het moment van de geboorte zou in hun literatuur gelijkstaan aan het moment van de dood in onze literatuur en zij zouden zich vastklampen aan hun comfortabele leven in de baarmoeder ondanks haar eenzaamheid, ondergeschiktheid en duisternis. Zij zouden zingen over haar schoonheid en perfectie, terwijl zij bang zijn voor de geboorte en hieraan zouden willen ontsnappen. Dit zou hun namelijk kennis laten maken met een nieuwe fase, iets wat zij nog nooit met hun zintuigen hebben ervaren.

Maar de waarheid is tegengesteld aan wat de foetus denkt. Hij is de baarmoeder alleen ingegaan ter voorbereiding op een werelds leven en de jaren van zijn levensloop beginnen pas na zijn geboorte, welke hij zag als een plotselinge dood. Wij weten dit met zekerheid omdat wij beide fasen hebben meegemaakt. Onze zintuigen hebben dit ervaren en daarom zal je geen mens vinden die terug zou willen keren naar de baarmoeder. En zo is ook de dood in de ogen van een gelovige die met zekerheid weet dat hij het wereldse leven slechts in is gegaan ter voorbereiding op het eeuwige leven in het Hiernamaals. Hij ziet dit slechts als een nieuwe geboorte voor een leven van eeuwig geluk. Het is slechts een overgang van een leven vol beperkingen naar een volmaakt leven. Een moslim heeft dit weliswaar nooit meegemaakt, maar hij is overtuigd van haar bestaan vanwege de talrijke beschrijvingen van Allâh de Verhevene in de Edele Qur’ân en de authentieke overleveringen van onze geliefde profeet Muhammad (vrede en zegeningen zij met hem).

En zo wordt ons bestaan, zowel in deze wereld als in de fase ervoor en in het Hiernamaals gekenmerkt door verschillende fases die telkens overlopen in een nieuwe fase. Het Hiernamaals zal ons eindpunt zijn. Vaak denken wij hier niet bij na, omdat wij ons teveel laten opslokken door de huidige fase van het wereldse leven en haar geneugten. Om ervoor te zorgen dat ons eindpunt een vervolmaking zal zijn van alle genietingen die wij in dit leven hebben mogen ervaren, dienen wij hier actief naar toe te werken door hetgeen Allâh de Almachtige geboden heeft te verrichten en hetgeen Hij ons verboden heeft achterwege te laten. Alleen met de Genade en Leiding van Allâh, en vervolgens onze oprechte goede daden in dit wereldse leven, hoeven wij niet te vrezen voor de volgende overgang, zoals wij als foetussen vreesden voor het moment van onze geboorte.

En Allâh de Alwetende weet het beste en is de Schenker van al het succes!

Subhânaka Allâhumma wa bihamdik, ash-hadu allâ illâha illâ anta, astaghfiruka wa atûbu ilayk.

Wa 'alaykum as-salâm warahmatullâh,