Vormen van Verdraagzaamheid

Tolerantie in de Gouden Eeuw

De tentoonstelling ‘Vormen van Verdraagzaamheid’, in het Museum Catharijneconvent, vertelt het bijzondere verhaal over de tolerantie in de Gouden Eeuw op het gebied van religie. Schilderijen en kunstvoorwerpen, geven antwoord op de vraag: hoe tolerant was Nederland en hoe tolerant zijn we nu? Nederlanders beschouwen zichzelf al sinds de Gouden Eeuw als een tolerant volk, maar zijn wij dit ook?
Sublieme kunstenaars, zoals Frans Hals, Rembrandt van Rijn, Jan Steen en Pieter Saenredam, hebben hun bijdrage geleverd aan deze zeventiende-eeuwse tentoonstelling die van 6 september 2013 tot en met 5 januari 2014 te bezichtigen is. Het Museum Catharijneconvent wil met de tentoonstelling een andere kant van de Nederlandse Gouden Eeuw laten zien en daarnaast ook de Vrede Van Utrecht benadrukken.

Indeling

De tentoonstelling is opgedeeld in vijf zalen waarbij elke zaal een periode uit de zestiende of zeventiende eeuw voorstelt op chronologische volgorde. Aan het begin van elke zaal staat een samenvatting van de periode met betrekking tot het begrip religie. Zo gaat het in de eerste zaal over het regeren van Willem van Oranje, met een bijpassend beeldhouwwerk. In de tweede zaal wordt vertelt over de Reformatie en de vijf grootste geloofsrichtingen: gereformeerden, remonstranten, lutheranen, doopsgezinden en katholieken. In de volgende zaal is een plattegrond getoond waar alle schuilkerken in de binnenstad van Utrecht op staan. In de vierde zaal hangen een aantal schilderijen die tonen hoe men in die tijd met elkaar omging terwijl er, soms zelfs binnen het gezin, diverse geloven heersten. De laatste zaal concludeert dat aan het einde van de Gouden Eeuw het geloof zelden een belemmering tussen de kunstenaars onderling, of tussen kunstenaar en opdrachtgever vormt, en bijna niemand zich druk maakt om de religieuze identiteit van de kunstenaar.


Dramatische contrasten

In de Gouden Eeuw stond de kunststroming Barok centraal. Barok wordt gekenmerkt door de kronkelende vormen, felle kleuren en vaak dramatische contrasten tussen licht en donker. Dit is goed te zien in het portret van Nicolaas Stenius, geschilderd door Frans Hals in 1960. Door de licht-donker contrasten komen de schaduwen goed naar voren waardoor er diepte in het schilderij te zien is. Ook vind ik dat het hierdoor een realistischer geheel wordt. De barokkunstenaars gebruikten de kracht van de uitdrukking en het realisme in een tafereel om hun publiek te overtuigen. Genres als stilleven, genrestuk, historiestuk, portret en landschap werden veel gebruikt om het dagelijkse leven weer te geven en zo, niet altijd ter bewustzijn van het publiek, een moralistische boodschap mee te geven. De in de inleiding genoemde kunstenaars, leefden in de tijd van de Barok en zijn hier dus ook door geïnspireerd. Vooral Rembrandt van Rijn is een zeer bekende Barokkunstenaar die voor elke sociale klasse schilderingen maakte, dankzij de enorme welzijn van de Gouden Eeuw in Nederland. Rembrandt van Rijn gebruikte diverse thema’s, waarvan de allegorische- en religieuze thema’s overheersten.

'Niemand mag worden vervolgd om wat hij denkt of gelooft' (van Oranje, 2013, Catharijneconvent)

Willem van Oranje

In de Gouden Eeuw speelde religie een grote rol in het dagelijks leven van de Nederlander. Karel V regeerde over Spanje en beviel iedereen om het katholieke geloof na te streven, wie dit niet deed werd met de dood bedreigd. Hier ontstond niet alleen in Spanje, maar ook in vele buurlanden onrust over. Dit was één van de oorzaken van het ontstaan van de Tachtigjarige Oorlog, die tot 1648 duurde.

Na de Tachtigjarige Oorlog werd er in Nederland met meer tolerantie over de diverse geloven gesproken, maar desondanks was er sprake van een gelovenkwestie. De gelovenkwestie gaat over de zeer minimale tolerantie ten opzichte van elkaars geloof. Met name na de Reformatie was er een grote opschudding tussen de burgers omdat niet elk geloof werd getolereerd. Het gevolg hiervan is dat er schuilkerken werden gemaakt, om zo in het geheim je geloof te kunnen uiten. Een voorbeeld is de nog bestaande Getrudiskapel in Utrecht, die in 1991 gerestaureerd is. Willem van Oranje zorgde er uiteindelijk in Nederland voor dat niemand mag worden vervolgd om wat hij denkt of gelooft.


Hoge pruiken, plat vermaak

Utrecht werd in 1711 aangewezen als de plek voor alle komende vredesbesprekingen waardoor het een populaire stad werd voor de elite en Europese onderhandelaars. In het Utrechts Archief is daarom de tentoonstelling ‘Hoge pruiken, plat vermaak’ te zien in verband met de 300 jarige Vrede van Utrecht. De tentoonstelling geeft een beeld van de stad in de tijd van de Vrede van Utrecht, door middel van kleding, gebruiksvoorwerpen, koetsen, prenten en plattegronden.
De tentoonstelling schetst het tijdsbeeld op een modernere manier dan de tentoonstelling ‘Vormen van Verdraagzaamheid’. Zij maken gebruik van filmpjes, interactieve spellen en hebben een virtuele koetsrit. De gevolgen van belangrijke gebeurtenissen in die tijd en de invloed van deze gebeurtenissen op het heden laten beide tentoonstellingen sterk terugkomen. Hierdoor hebben beide tentoonstellingen een sterk educatieve functie.


Indrukwekkend

De indeling vind ik erg goed gemaakt omdat je zo als het ware door de verschillende periodes kan lopen. Hierdoor krijg je een erg duidelijk beeld van de gebeurtenissen in die tijd en de opvattingen van de mensen tegenover het onderwerp religie. Ook zijn de samenvattingen erg duidelijk ter ondersteuning van de schilderijen en voorwerpen.

De tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent heeft een zeer positieve indruk op mij achtergelaten. De schilderijen fascineren mij omdat ik het erg knap vindt, en interessant om te onderzoeken, hoe zo’n schilderij tot stand is gekomen.



Debora Geradts