Eén gezin, één plan! Week 4

Methodisch werken 4: een multi problem gezin, do 12:45-16:00

Big image

GROEPS INDELING

Big image

1 Onderwijsassistent Rundbeukers David van Oostende Marin Koopman Lisanne van Soest Fevzi Avci

2 PW Jeugdzorg Klavertje4 Ellen van Klompenburg Manon van de Ruitenbeek Rianne Buijsman Joyce Craane

3 Kinderopvang niveau 4 Family help Marielle Tanghe Merel Kamphuis Thomas Bossenbroek

4 Kinderopvang niveau 3 Plan makers Elif Kaya Merve Sahan Mirjam Heshusius Sanne te Brake

5 Onderwijsassistent kinderbeschermers Elvira van de Kolk Ilse Bronkhorst Sterre van der Veen

6 PW Jeugdzorg jcjc Cas Verweij Joost Wever Jesper Hiemstra Cecile van der Geer

7 Kinderopvang niveau 3 MSDR Mandy van den Berg Dana Tamaela Sylvanie Juliana Romy de Vries

8 Onderwijsassistent DDM Margo van der Huure Dale Verschuur Dominique Ekkelboom

9 Kinderopvang niveau 4 De gezusters bril Geraldine Boel Serena Lubbersen

10 Onderwijsassistent De marshmallows Kiki Zwaferink Marinthe Scholten Robert Nijman Marije Moes

11 Onderwijsassistent One of a kind Kelly van Tienderen Maggi Kamara Danielle Vollebregt Joyce Boone

12 Onderwijsassistent Danoontje Joelle Verbeek Danique Seijerlin Naomi Schoonhoven

13 Onderwijsassistent helpende handjes Willicia van de Hee Lotte Dobbelaar

14 Onderwijsassistent all pacas Kimberly Juffermans Verena van Dijk Sara Nijhof

15 Onderwijsassistent De fladders Debbie de Lange Laura Kroeske Madelein Annen

16 Kinderopvang niveau 3 redder in nood Bente Koops Sadhana Draaijer Shirley Schouten Ana Smits

Big image
AANGEMELDE WERKGROEPEN

KLIK HIER VOOR EEN LIJST VAN DE AANGEMELDE WERKGROEPEN

Koefnoen - The Zorg of Holland

THEORIE EN VERDIEPINGSMATERIAAL

Big image
Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming

Multiprobleemgezinnen

Naar schatting is in drie tot vijf procent van alle gezinnen in Nederland sprake van meervoudige en complexe problematiek. Het gaat om 75.000 tot 116.000 zogenaamde multiprobleemgezinnen: een gezin waar minimaal één ouder en één kind langdurig kampt met een combinatie van sociaal-economische en psychosociale problemen. Veel jeugdprofessionals vinden het moeilijk om multiprobleemgezinnen de juiste hulp te bieden. Want werken met deze gezinnen vergt een bijzondere aanpak. Bovendien roept de term multiprobleemgezin vaak negatieve associaties op, ook bij hulpverleners. De nieuwe richtlijn Multiprobleemgezinnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming kiest daarom voor een positieve benadering. Hoe kun je als hulpverlener het gezin benaderen vanuit zijn kracht en mogelijkheden in plaats vanuit problemen? Hoe definieer je samen met het gezin wat de problemen zijn en waaraan gewerkt moet worden? En hoe betrek je de omgeving erbij? Op deze en andere vragen geeft de richtlijn een antwoord.

Klik hier voor de richtlijn. http://www.richtlijnenjeugdhulp.nl/


Deze kan je gebruiken bij de uitwerking.

Samenvatting Richtlijn

Big image

Wet- en regelgeving

Participatiewet

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Jeugdwet

Wet passend onderwijs


Multiprobleemgezinnen kampen met problemen op verschillende gebieden. Zo kunnen ze moeite hebben met het voeren van een huishouding, bijvoorbeeld door een gebrek aan regelmaat, hygiëne, financiële armslag of wooncomfort. Ook kunnen de ouders problemen ondervinden met de opvoeding. Andere problemen kunnen zijn verslaving, psychische problemen, echtscheiding, armoede en werkloosheid. Door deze verscheidenheid krijgen gezinnen of de professionals die hen helpen, te maken met allerlei wet- en regelgeving. Het gaat om een breed palet aan wetten en regels waarvan de belangrijkste worden belicht.


Jeugdwet

De door het kabinet gewenste samenwerking bij de ondersteuning van multiprobleemgezinnen heeft zijn wettelijk beslag gekregen in de Jeugdwet, die sinds 2015 van kracht is. Lees meer over de Jeugdwet.


Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Gemeenten zijn volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015)verantwoordelijk voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problemen aan het maatschappelijke verkeer. Volwassen leden uit multiprobleemgezinnen die vanwege een beperking of psychische problemen ondersteuning en begeleiding nodig hebben en hiervoor een beroep deden op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, moeten zich sinds 1 januari 2015 wenden tot de gemeente. Als zij in aanmerking komen voor begeleiding wordt dit vergoed op grond van de Wmo 2015.


Participatiewet

Per 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd. Wat betekent dit voor multiprobleemgezinnen? De gezinsleden met een arbeidsbeperking die ondersteuning nodig hebben, moeten hiervoor aankloppen bij de gemeente. De gemeente heeft, volgens de wet, een aantal instrumenten om te zorgen dat ze werk kunnen vinden en behouden. De belangrijkste zijn loonkostensubsidie en beschut werk. Loonkostensubsidie kan worden gegeven aan werkgevers voor mensen die per uur niet volledig productief zijn. Beschut werk is bedoeld voor mensen die zoveel begeleiding en aanpassing van de werkplek nodig hebben, dat niet van een werkgever mag worden verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt. Met beschut werk kan de gemeente deze mensen toch in een dienstbetrekking laten werken.


Wet passend onderwijs

Scholen krijgen vanaf 1 augustus 2014 volgens de 'Wet passend onderwijs' een zorgplicht. Wat betekent dit voor een kind uit een multiprobleemgezin dat extra ondersteuning nodig heeft? De ouders melden het kind aan bij de school van hun voorkeur. Binnen zes tot tien weken moet de school een zo passend mogelijk aanbod regelen op de eigen, een andere reguliere of een speciale school binnen de regio. Lees meer over de Wet passend onderwijs.


Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Multiprobleemgezinnen die in aanmerking willen komen voor schuldhulpverlening krijgen te maken met regels volgens de 'Wet gemeentelijke schuldhulpverlening'.


Huiselijk geweld

Het risico op kindermishandeling en partnergeweld is groot in multiprobleemgezinnen. De verschillende problemen waar de gezinnen mee kampen vormen stuk voor stuk risicofactoren voor huiselijk geweld: psychische of psychiatrische problemen van de ouder(s), verslaving aan alcohol of drugs, neiging tot woede en agressie bij de ouder(s), gebrek aan structuur en regelmaat, werkloosheid, armoede en slechte huisvesting, sociaal isolement, negatieve gezinsinteracties, gebrek aan pedagogisch besef (Van Rooijen en Berg, 2010). Hier worden de belangrijkste wetten en regels genoemd die huiselijk geweld een halt toeroepen.


Verbod op gebruik van geweld in de opvoeding

In april 2007 is in artikel 247 van het Burgerlijk Wetboek een bepaling toegevoegd die gebruik van lichamelijk of geestelijk geweld of enige andere vorm van vernedering tegen kinderen in de opvoeding afkeurt.


Kinderbeschermingsmaatregelen

Om kindermishandeling door ouders te stoppen, kan de rechter kinderbeschermingsmaatregelen opleggen. Er zijn verschillende kinderbeschermingsmaatregelen zoals de ondertoezichtstelling, de ontheffing en ontzetting uit het ouderlijk gezag en de machtiging uithuisplaatsing.


Wet tijdelijk huisverbod

Sinds 1 januari 2009 bestaat de 'Wet tijdelijk huisverbod' voor preventie en aanpak van huiselijk geweld. Die wet houdt in dat een pleger van huiselijk geweld tien dagen lang zijn woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner en kinderen. De tien dagen zijn bedoeld als afkoelingsperiode én een periode waarin hulp in gang gezet moet worden voor het hele gezin. Als de pleger niet bereid is hulp te accepteren of de hulp aan slachtoffer en kinderen belemmert, kan het huisverbod verlengd worden tot maximaal vier weken. Het huisverbod kan ook worden opgelegd in situaties van (dreigende) kindermishandeling.


Meer informatie over het huisverbod vindt u op de website over huiselijk geweld van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

NOG NIET AANGEMELD? ZIE WEEK 1