Kamelen melken in Nederland

Welzijnsaspecten in de kamelenmelkerij

Kamelenmelkerij Smits in Den Bosch is de enige kamelenmelkerij in Europa. In de Arabische landen is het al jaren gebruikelijk om kamelen te melken en dit gebeurt op een productiematige manier. In Nederland is er een schaars aanbod en hoge vraag naar kamelenmelk, maar er is weinig bekend over het dierenwelzijn van deze dieren. Dit artikel biedt meer inzicht in het welzijn van de kamelen.

Introductie

De 'Camelus Dromedarius', ofwel de dromedaris is samen met de kameel bij iedereen bekend als het schip van de woestijn. Oorspronkelijk komen ze uit het noorden van Afrika, maar ondertussen zijn ze voornamelijk verspreidt over het zuidelijk halfrond en worden ze gehouden voor vlees, melk en transport. Ondanks het feit dat ze wel herkauwen, zijn ze niet geclassificeerd als herkauwer. Ze hebben een magensysteem met 3 compartimenten, welke wel vergelijkbaar zijn met die van herkauwers.

Dankzij de bult op hun rug hebben ze de mogelijkheid om vet op te slaan, waardoor het dier enige dagen zonder water en voedsel kan. In tegenstelling tot runderen zijn kamelen veel efficiënter in hun mogelijkheid om vocht vast te houden onder droge omstandigheden. (vochtverlies in % van lichaamsgewicht/dag bij runderen: 7-8%, kamelen: 1-2%)

Het dier voedt zich met gras en andere planten die beschikbaar zijn.

De draagtijd van de kameel bedraagt ongeveer 13 maanden en de kameel kan 30 jaar worden. Ze zijn ongeveer 3 meter lang en 1,90 tot 2.30 hoog. Het gewicht varieert tussen de 450 en 700 kilogram.

Beweerd wordt dat dromedarismelk een aantal geneeskrachtige eigenschappen bezit. Zo schijnt dromedarismelk een positief effect te hebben op mensen met suikerziekte (Agrawal e.a., 2005) en kinderen met koemelkallergie (Shabo e.a., 2005). Dit komt omdat kamelenmelk geen beta-lactoglobuline bevat, wat een grote rol speelt bij deze allergie. Verder wordt beweerd dat dromedarismelk een positief effect zou hebben op de behandeling van een aantal auto-immuunziekten, tuberculose en huidkanker (Wernery, 2006), maar wetenschappelijk bewijs hiervoor is niet bekend.

Huisvesting

Gezien het lage aantal kamelenmelkerijen in Europa zijn er geen normen bekend over het aantal dieren per vierkante meter. Bij kamelenmelkerij Smits in Berlicum lopen de dieren zodra het land het toelaat buiten in de wei. Binnen in de stallen worden de kamelen op stro gehouden en niet op zand (zoals in de woestijn) vanwege praktische werkbaarheid met het uitrijden ervan. Daarnaast zorgt het stro voor een droge bedding en is het minder bewerkzaam als zand.

Kamelen hebben geen klauwen zoals koeien, maar dikke eeltkussens. De ondergrond moet droog zijn om infectiehaarden te voorkomen. Stro is daarmee een geschikte ondergrond, mits er voldoende bijgestrooid wordt.

De kamelen kunnen zich goed aanpassen aan het Europese klimaat, maar ze moeten wel beschermd worden tegen regen en een te hoge luchtvochtigheid. Ze hebben geen vette huid waardoor ze het vocht niet gemakkelijk kwijtraken. Daarnaast neemt het risico op gewrichtsproblemen toe door een hoge luchtvochtigheid. De oorzaak hiervan is bij kamelen niet wetenschappelijk onderzocht, maar dezelfde klachten komen ook bij mensen voor. Een mogelijke verklaring voor voor gewrichtsontsteking bij kamelen bij een hoge luchtvochtigheid is het feit dat ze geen vette huid hebben en dus slecht vocht afstoten. Dit kan een slechtere doorbloeding van gewrichten en spieren veroorzaken, wat kan leiden tot gewrichtsontsteking. (www.gezondheid.be)

Melkwinning

Bij de kamelenmelkerij in Berlicum wordt 2 keer daags gemolken in een 2 x 2 tandem melkstal met speciale melkklauw. De gemiddelde dagproductie ligt op 7 kilogram melk en het melken van 25 kamelen duurt bijna 2 uur per melkbeurt.

Om de melk te laten schieten is het hormoon 'oxytocine' net als bij koeien belangrijk. Bij kamelen komt het echter niet vrij door massage van het uier, maar enkel door het zogen door het eigen jong. Het alternatief hiervoor is het bijspuiten van het hormoon, wat veel gebeurt in de Arabische landen. De melkstal is dus ook zo ingericht dat de kalveren bij hun moeder kunnen zogen, waarna het wordt overgenomen door de melkklauw zodat de melk kan worden gewonnen. Wat betreft automatisering en techniek in deze sector kan er veel worden afgekeken van de melkveehouderij.

Big image

Klimaat

Van oorsprong komt de kameel uit het noorden van Afrika en zijn ze verspreid over het zuidelijk halfrond. Het klimaat in het zuidelijk halfrond is verschillend met het klimaat van Nederland. Nederland heeft een zeeklimaat met milde zomers en winters met veel neerslag. Het zuidelijk halfrond heeft een woestijnklimaat en steppeklimaat, dit verschilt per regio en wordt bepaald door het droogte index (klimaatclassificatie van Köppen).

Zoals benoemd in het hoofdstuk huisvesting kan de kameel slecht tegen hoge luchtvochtigheid en regen. Nederland heeft een hoge luchtvochtigheid en relatief veel neerslag. Het is dus van belang dat de dromedaris een schuilplaats heeft als het regent zodat de regen niet direct op de huid komt. Door middel van ventilatie kan de luchtvochtigheid enigszins bestuurt worden wanneer de dromedarissen op stal staan(Owen.J et al, 1994). Het maximaal gemeten verschil van RV buiten en binnen is 15% (Raven.E.A) dus tijdens de stal periode kunnen problemen goed beperkt worden. Daarnaast is het verwarmen van de stal een optie, dit brengt hogere productiekosten met zich mee. Dus de luchtvochtigheid binnen in de stal is van groot belang, door middel van de juiste ventilatie kan hier opgestuurd worden zodat de kamelen geen gewrichtsproblemen krijgen.

In tegenstelling tot vocht heeft kou minder invloed op de dieren. In hun natuurlijke omgeving kan het 's nachts ook flink afkoelen.

Wet-regelgeving

De Gezondheids- en Welzijnwet voor dieren (GWWD, 1992, nu 'Wet Dieren') bepaald welke dieren er in Nederland gehouden mogen worden voor het verkrijgen van producten die van deze dieren afkomstig zijn. Aan deze lijst (positieflijst) kunnen dieren worden toegevoegd of weggehaald, mits ze kunnen worden gehouden zonder 'aanvaardbare welzijnsproblemen'. Daarvoor worden 2 vragen gesteld:

- Kan de betreffende diersoort in theorie zo gehouden worden dat er voldoende recht wordt gedaan aan de primaire behoefte van het dier?

- Kan deze wijze van houden in de Nederlandse praktijk worden gerealiseerd?

In 2006 is bij het ministerie van LNV een verzoek ingediend voor het in Nederland melken van dromedarissen en kamelen. Er is een ontheffing toegekend van 2 jaar om in die tijd onderzoek te doen naar diverse onderwerpen zoals: knelpunten, gedragingen, melkproces en het opdoen van ervaringen van de kamelenmelkerij.

Aan de hand van onderstaande punten diende inzichtelijk te worden gemaakt of het houden van de dromedaris vanuit welzijnsoogpunt op een aanvaardbare wijze kan plaatsvinden in Nederland:

• Biologische karakteristieken van de dromedaris

• Algemene informatie met betrekking tot het houden en melken van dromedarissen

• Specifieke welzijnseisen met betrekking tot het melken van dromedarissen

• Doel waartoe de dromedarissen gehouden worden

• Handelingen die met de dromedarissen verricht worden

• Ervaringen van elders met het houden en melken van dromedarissen


Na deze periode van twee jaar dient een volledig welzijnsdossier aangeleverd te worden bij het Ministerie van LNV.(Bokkers, Schippers, Eilers, 2008)

Kamelenmelkerij 26 juni met " `t leste endje"

Voeding

De voeding van dromedarissen is eigenlijk alles dat plantaardig is en verteerd kan worden door de drie magen. In de woestijn is hoogwaardig voedsel schaars, dus de kameel heeft zich hierop in gesteld. Maar de kameel is gelijk aan een herkauwer en kan daarom kuilgras, stro en gras opnemen en verteren. Het is van belang dat het voer geen snel verteerbare suikers bevat. Dus voer met veel bestendig zetmeel moet vermeden worden. Krachtvoer en vers gras moet in mindere mate verstrekt worden in verband met vorming van melkzuur in de pens. Het melkzuur zorgt voor een verlaging van de pH waardoor pensverzuring optreedt. Voor kamelen in lactatie is graskuil voldoende met eventueel vers gras (weidegang) en krachtvoer om bij te voeren.

In de droogstand moet het rantsoen minder energie rijk zijn en meer structuur bevatten. Dit om de kamelenin de gewenste conditie te behouden waardoor problemen na afkalven voorkomen worden. Daarnaast heeft de kameel structuur nodig voor de vertering/penswerking.

Graskuil met eventueel krachtvoer en vers gras als toevoeging is voldoende. Weidegang doormiddel van strip grazing is voor kamelen beter omdat het aanbod zo beperkt blijft. Tijdens de droogstand moet het rantsoen energie arm zijn om vervetting tegen te gaan. Het rantsoen moet voldoende structuur bevatten om de penswerking optimaal te houden.

Dierenwelzijn

Kamelen en dromedarissen vertonen stress door op de grond te gaan liggen met hun kop op de grond gedrukt. Als ze bang of angstig zijn, vluchten ze niet maar gaan ze op de grond liggen. De dieren hebben een goed geheugen en stress is ook te herkennen aan dunne ontlasting, grommen, spugen en met de ogen rollen.

Er bestaat een hiërarchie binnen de groep en agressiviteit komt voornamelijk voor bij mannelijke dieren in de paartijd. Waarschuwingstekenen voor agressief gedrag bij dromedarissen zijn de houding van de dieren, het open staan van de neusvleugels, meer urineren en het met de staart wapperen (Schwartz, 1992).