Leeshulp

Hoe belangrijk is leeshulp eigenlijk?

Inleiding

Het afgelopen jaar heb ik meerdere leessesies uitgevoerd met één leerling. Het doel van deze leessesies is om te onderzoeken of het interventieprogramma ''Connect klanken en letters'' een zwakke lezer kan helpen om de achterstand te verkleinen qua leesniveau.


Ik vind het interventieprogramma een prettige. en effectieve manier van werken. De leerlingen leren op een actieve en interactieve manier samen met de leerkracht. Het is mij opgevallen dat de leerling er ook veel plezier in had en eigenlijk niet doorhad dat hij bijles kreeg. Zo was er een veilige sfeer en werd er ook met plezier gewerkt. Tussen de sessies door kun je goed evalueren of de leerling de informatie onthoudt. Dat is ook het voordeel als je een letter, drie sessies gebruikt. Het herhalen zorgt er uiteindelijk voor dat de leerling de letters en klanken blijft onthouden.

Ik ben heel erg enthousiast over deze methode en ik hoop dat zo veel mogelijk scholen deze methode gaan gebruiken. In de folder is meer informatie te vinden.

Wat is leeshulp?


Zwakke lezers, of leerlingen die het risico lopen om zwakke lezers te worden, hebben volgens het protocol Leesproblemen en dyslexie (Van Druenen et al, 2012) ‘uitbreiding van de instructie- en oefentijd’ nodig. Deze leerlingen bied je leeshulp aan. De leeshulp kan één op één of in een groepje. Ik ben van mening dat je één op één op meer kunt bereiken met het gekozen kind. Als je alle aandacht op die ene leerling kunt richten zal er een veilige sfeer ontstaan. Je kunt de leerling ook alle aandacht geven. Op de school zal hier wel een goed planning voor moeten zijn zodat elke leerling optimaal kan worden geholpen. Hier kan de leerkracht ook alle hulp bij gekregen die er is (stagiaires, onderwijsassistent etc).

De leeshulp die je de leerlingen geeft is volgens een geprotocolleerde en goed onderbouwde interventie. De leerlingen die voor deze leeshulp in aanmerking komen zijn leerlingen van zorgniveau 3 .

Waarom leeshulp?

Als je als leerkracht lees- en spellingsproblemen hebt gesignaleerd is het belangrijk om de leerling zo snel mogelijk extra instructie en begeleiding te geven.

Aan het eind van groep 3 wordt er verwacht dat de leerlingen op AVI-niveau E3 zitten. Om dat te bereikenen moet er veel worden gedaan. Dit gebeurt niet alleen maar op school maar ook thuis. Kinderen die uitvallen op het gebied van lezen moeten extra hulp krijgen zodat ze aan het eind van het jaar toch op het gewenste AVI-niveau komen.

Door te observeren tijdens de les en door de afname van methodegebonden toetsen kun je al in een vroeg stadium bepalen welke leerlingen onvoldoende van het klassikale aanbod profiteren. Toetsresultaten, observaties en informatie over de leergeschiedenis bieden voldoende handvatten om problemen in lees- en spellingsontwikkeling te onderkennen en aan te pakken.

Het interventieprogramma

Connect KIanken en Letters is een programma voor vroegtijdige individuele interventie in het proces van aanvankelijk lezen (oktober-februari groep 3) en is ontwikkeld door Anneke Smits. Het programma is gericht op het verbeteren van het klankbewustzijn, de klank-teken-koppeling en het technisch lezen (‘decoderen’). Vloeiendheid is geen doel bij dit programma.

Connect Klanken en Letters wordt onder begeleiding van de leerkracht uitgevoerd. Een connectsessie duurt ongeveer 20 minuten en wordt drie keer per week uitgevoerd. In iedere sessie worden zes fasen doorlopen.


De fases van het interventieprogramma en de duur:

Fase 1: Rijmpje voorlezen (2min)

De leerkracht leest het rijmpje over de centraal staande letter voor uit het boek ‘Kijk mijn letter’.

Fase 2: Stoplichtletter (4min)

Er wordt geoefend met de stoplichtletter.

Fase 3: ‘Zoek de letter’ (4min)

Het spel zoek de letter wordt gespeeld en de gekozen letter staan centraal tijdens het spelen. De overige letters worden ook genoemd.

Fase 4: Woorden schrijven (2 min)

Er worden zes woorden gedicteerd uit het combinatierijtje. De leerling schrijft de woorden één voor één op, op het transparante schrijfbordje. Na elk woord toont de leerkracht het kaartje van het woord. Bij een fout woord het woord opnieuw opgeschreven. Op het eind leest de leerlingen de woorden hardop voor.

Fase 5: Woorden lezen (2min)

De woorden uit het connectrijtje worden geschud en voorgelezen. Dit wordt op verschillende manieren gedaan.

Fase 6: Samen lezen (5min)

Uit het leesboek worden de vooraf gekozen bladzijden gelezen.

Afsluiting

De leerkracht leest een aantal bladzijden voor en vult het logboek in.


Na een aantal keer te hebben geobserveerd vielen mij een paar dingen op bij S.


- Op dinsdag mogen de ouders altijd een kwartier in de klas blijven in de ochtend om samen de hun kind te gaan lezen. Wat mij is opgevallen is dat de ouders van S. nooit bleven om te lezen.


- De leerling leest weinig thuis.

- De leerling is wel gemotiveerd om te lezen en om te schrijven. Hij is er altijd heeft geconcentreerd mee bezig.

De punten heb ik meegenomen in mijn leeshulp. De leerling leest op dinsdagochtend vaak alleen terwijl de andere leerlingen met een ouder lezen. Tijdens de leeshulp lees ik samen met de leerling. Ik probeer de leerling ook te stimuleren om thuis meer te gaan lezen en dat er in de bibliotheek een heleboel boeken zijn die hij leuk gaat vinden. Dat de leerling geconcentreerd kan lezen is een positief punt. Er is dus niks met de inzet van S. en dat zal ook zeker helpen tijdens de leessesies.

Het is heel erg positief dat S. zich wel goed inzet en dat hij plezier heeft in het lezen. Als dat niet het geval was dan het interventieprogramma ook minder effectief zijn.

Big image

Leesinterventie

Het onderzoek

De leeshulp is uitgevoerd in groep 3. De geprotocolleerde aanpak die groep is hoort is : Connect klanken en letters. Er is elke week minimaal één sessie afgenomen en er zijn in totaal 12 sessies gedaan. Bij het onderzoek is gekozen om de sessies met één op één te doen. De leerling die is gekozen wordt S. genoemd. Deze leerling is gekozen omdat hij het laagst heeft gescoord op de afgenomen herfstsignalering. Deze herfstsignalering is door de school zelf afgenomen. Om de herfstsignalering te bevestigen heb ik zelf ook een nulmeting afgenomen. Dit bevestigde het resultaat van de herfstsignalering (onvoldoende).

Tijdens de sessies streefde ik naar zo veel mogelijk leesplezier. S. had het ook ontzettend naar zijn zin en vond voornamelijk het spel ‘zoek de letter’ leuk. Leesplezier en technisch lezen versterken elkaar ook.

Na elke tweede sessie van een letter merkte ik dat er vooruitgang werd geboekt. De leerlingen zijn in de klas al bezig met de letter, en door de extra leeshulp leert S. de letter nog beter. Het lezen van de gekozen tekst ging ook met stappen vooruit. De connectrijtjes hielpen daar ook bij omdat de woorden op elkaar lijken maar toch anders zijn.

De leerling reageerde heel positief. Hij vroeg elke dag wel een keer wanneer we weer zouden gaan lezen. S. zag het waarschijnlijk helemaal niet als bijles en dat is ook goed voor het zelfbeeld van de leerling.

Ik heb de leeshulp als iets leuks en iets nieuws ervaren. Ik heb in mijn vorige klassen vaker met leerlingen gelezen, maar de stappen die bij dit interventieprogramma werden genomen halen het maximale uit het kind. Ik vind het een effectieve manier van leeshulp en tevens ook een leuke.

De scores

Uitslag nulmeting:

Grafementoets: van de 18 letters kon S. er 15 direct opnoemen (+). Van het tweede rijtje kon hij er 6 opnoemen(+). Het aanwijzen ging iets beter dan het opnoemen.


Fonemendictee: Van de 18 letters waren er 11 goed(+)


Woorden lezen: minder dan 70% goed en deed er langer dan 70 seconden over. Las veel spellend en kon daarna soms het woord niet meer opnoemen.


Tekst lezen: minder dan 85% goed en deed er langer dan 2 minuten en 40 seconden over.



uitslag eindmeting:

Grafementoets: De leerling had 1 fout in de eerste rij en kon er 11 noemen uit de tweede rij. De leerling deed er 32 seconden over. Dat is iets langer dan de streeftijd.


Fonemendictee: De leerling had 2 letters fout.


Woorden lezen: de leerling had rond de 80% goed en deed er 1 minuut en 2 seconden over.


Tekst lezen: De leerling las 34 woorden direct goed en 5 woorden spellend goed. 3 woorden werden direct fout gelezen. De leerling zit rond het streefdoel alleen deed hij er 3 minuten en 4 seconden over.


Als je naar de beginsituatie en de eindsituatie kijkt zie je dat de leerling vooruit is gegaan.

Conclusie

De conclusies die je kunt trekken is dat S. op elk onderdeel vooruit is gegaan. De leerling heeft enorm veel progressie geboekt en dat is allemaal te danken aan het interventieprogramma. Door de sessie herkende de leerling de letters beter. Door het spel ‘Zoek de letter worden dezelfde letters elke keer behandeld. Er worden ook nieuwe letters aan toegevoegd en die leert de leerling dan ook. Het samen lezen is ook doorslaggevend. De leerling kan direct worden gecorrigeerd en zal het na een paar keer ook onthouden. Na 3 sessies is het meer dan reëel dat de leerlingen de letters onthoudt.



Ik zou alle basisscholen aanraden om gebruik te maken van het interventieprogramma. Het is een hele fijne methode en de leerlingen zullen er ook veel plezier aan beleven. De basisscholen kunnen het interventieprogramma bij één leerling gebruiken, en zullen al snel merken dat de leerling snel stappen zal maken.



Het leesplezier en het technisch lezen versterken elkaar dus daar moet goed rekening mee worden gehouden. Ik ben van mening dat de leerlingen echt kunnen worden geholpen door het interventieprogramma. De resultaten liegen niet. Een leerling moet elk jaar op een bepaald streefniveau komen en daar help je ze met dit programma enorm mee. Dit is dus ten goede van de leerling maar ook van de school.