Meervoud

Hoe maken we van enkelvoud, meervoud?

Wanneer meervoud?

De meeste zelfstandige werkwoorden hebben een enkelvoud en een meervoud. Sommige zelfstandige naamwoorden kunnen alleen in meervoud worden gemaakt (hersenen/hersens), andere alleen in het enkelvoud (politie, zand).

Regels.

Regels van het meervoud.

De meeste zelfstandige naamwoord krijgen in het meervoud -en achter het woord, bijvoorbeeld bij; kast-en, stoel-en, woord-en, boek-en.

Als het zelfstandig naamwoord een korte klank heeft en eindigt op een medeklinker krijgt het woord in meervoud twee medeklinkers, bijvoorbeeld bij; tas-sen, fles-sen, klas-sen, mes-sen.

uitzonderingen op de regel

Er zijn enkele uitzonderingen op de regel.

Als het woord eindigt op twee medeklinkers, komt er alleen -en achter, verder verandert er niets.

Ook bij woorden als, vaten, dagen, daken, paden en wegen is er maar een medeklinker.

woorden die eindigen op -or zoals, isolator en isolatoren.

Als een woord een lange klank heeft (twee dezelfde klinkers) en eindigt op een medeklinker, krijgt het in het meervoud een klinker, en een medeklinker. Bijvoorbeeld; raam - ramen, teen -tenen, brood - broden, kuur- kuren.

Bronvermelding

Juf Melis
Spellingregels deel 2: Meervouden