Syndroom van Down

Trisomie 21

Wat is het Syndroom van Down?

Het Syndroom van Down wordt veroorzaakt door het drievoudig 21e chromosoom.

Het wordt daarom ook wel trisomie 21 genoemd. Dat het Syndroom van Down wordt veroorzaakt door trisomie 21 werd in 1959 ontdekt door Dr. Jerome Lejeune.

Gemiddeld wordt bij 1 op 800 á 1000 geboorten een baby met het Syndroom van Down geboren. In Nederland worden ongeveer 3 kinderen per dag met het Syndroom van down geboren.


Hoe ontstaat een kindje met het Syndroom van Down?

Een kindje met het Syndroom van Down heeft 47 chromosomen. Een gezond kindje heeft 46 chromosomen. Het Syndroom van Down ontstaat door een delingsfout in de eicel of soms in de zaadcel. Waarom er iets fout gaat in de celdeling is niet duidelijk. Het heeft wel iets te maken met de leeftijd van de moeder. Hoe ouder de leeftijd van de moeder, hoe groter de kans is op een delingsfout.


Bij minder dan 5 van de 100 kinderen is één van de ouder drager van een fout in de chromosomen.

Bij de ouder zit er één chromosoom 21 aan een ander chromosoom vast.

Of iemand drager is van een afwijking in de chromosomen kan worden aangetoond met een bloedonderzoek.

Hoe herken je een kindje met het Syndroom van down na de geboorte?

Het kindje heeft geen uitdrukking op het gezicht. Het hoofdje is mooi rond en het achterhoofd is vaak afgeplat. Bij het huilen is een scheve oogstand zichtbaar.
De tong is vaak glad en groter dan normaal, ook zijn er vaak witte vlekjes zichtbaar in de iris.
De oorschelpen zijn klein en rond, de handjes en de voetjes zijn meestal opvallend klein.
Vaak is er ook een grote ruimte tussen de grote teen en de tweede teen. Soms heeft het kindje ook een dwarse lijn over de handpalm.


Het kindje reageert weinig op geluiden uit de omgeving. Het kindje slaapt veel, drinkt langzaam en is erg rustig. Ze worden ook wel rustige en weinig eisende baby's genoemd.

Het rustige gedrag zal daarom ook een uiting zijn van de vertraagde ontwikkeling.

Als er wordt gedacht dat het kindje het Syndroom van Down heeft, dan moet er een onderzoek naar het chromosomenpatroon worden gedaan.


Ontwikkeling van een kindje met het Syndroom van Down

De verstandelijk, motorisch en de lichamelijke ontwikkeling van het kindje gaat erg langzaam. Het zal dus even duren voor dat het kindje 'mijlpalen' heeft bereikt, zoals lopen, zitten, praten enz. Kinderen met het Syndroom van Down hebben ook problemen met leren en de zintuiglijke waarneming. Baby's met het Syndroom van Down hebben vaak slappe spieren, ze kunnen last hebben van een slechte bloedcirculatie en kunnen sneller vatbaar zijn voor luchtweginfectie.


Zodra de baby kan zitten, zal de kans ook groter zijn dat hij contact gaat maken met de mensen om hem heen. Wanneer de baby controle over zijn armpjes heeft, kan de baby speelgoed gaan pakken er ook zelf mee gaan spelen.

Vroeg beginnen met activiteiten die het doel hebben om het kind te stimuleren zijn dus erg belangrijk.

De omgang van een kindje met het Syndroom van Down

Veel van dagelijkse activiteiten kan het kind zelf leren. Dingen zoals aan en uitkleden, wassen, eten en drinken enz. Het is belangrijk dat het kind dit ook zelf leert. Het geeft een gevoel van eigen waarde en onafhankelijkheid. Het leerproces kost veel tijd en zal in kleine stapjes verlopen. Probeer zoveel mogelijk om deze stapjes te stimuleren. Als het kind bijvoorbeeld met zijn mond dicht kan eten, zie dit niet als iets van zelfsprekends, maar laat echt blijken dat je blij bent en dat het heel knap is dat het kind dat kan. Het kan geen kwaad om het kind af en toe een handje te helpen, maar let wel op dat niet alles voor het kind wordt gedaan.


Mocht er een keer iets niet lukken, laat dan wel zien dat het heel knap is dat het kind het heeft geprobeerd. Het belangrijkste is dat het kind kan vertrouwen op zijn ouders en hun stem.


Kinderen met het Syndroom van Down hebben vaak meer tijd nodig om informatie te verwerken. Ze reageren hierdoor vaak met 5 tot 20 seconden vertraging op een vraag of in een gesprek. Gun het kind de tijd om de informatie te verwerken en om te antwoorden op een vraag of te reageren in een gesprek.


Als je in gesprek bent met het kind, probeer dan ook op de leeftijd niveau te praten. Begin niet tegen een kind van 10 op kleuter niveau te praten. Gebruik ook geen verkleinwoordjes. Gebruik wel korte en duidelijke zinnen en articuleer goed.



Een filmpje over mensen met het Syndroom van Down

Down syndroom - Inleiding