Moslims In Dialoog

Volgt kritisch & onderzoekt

Perdiep viel door de mand bij Trouw. Hoe zit het eigenlijk bij NRC ?


De Rotterdamse NRC verslaggever Andreas Kouwenhoven schreef over een jonge moslim die er alles aan deed om naar het Kalifaat af te kunnen reizen om zich zo bij de IS aan te sluiten voor de heilige strijd (Ik wil vechten voor een land dat is zoals Allah bedoelt). De reportage gaf een beklemmend inkijkje in de gedachtewereld van een jihadist. Hoe betrouwbaar is het relaas van Kouwenhoven? Een analyse:

De journalistiek speelt een cruciale rol in het functioneren van een democratische samenleving, door burgers de informatie te verschaffen die hen in staat stelt een geïnformeerd oordeel te vellen over prangende kwesties. De fundamentele vraag ten aanzien van de journalistiek luidt: Doet ze inderdaad wat ze moet doen - namelijk het nemen van haar verantwoordelijkheid - door het nieuws waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met open vizier te brengen en hoe wordt dit gecontroleerd?


Het ligt voor de hand om aan te nemen dat de journalistieke kwaliteit de laatste jaren achteruit is gehold, onder meer als gevolg van de vele ontslagen in de krantenindustrie en de opkomst van het internet. Voor de journalistiek is de introductie van het internet een ramp gebleken. Dramatisch dalende advertentie- en abonnementsinkomsten hebben de problemen die de commerciële journalistiek altijd al plaagden, verergerd. Nu is er nóg minder geld voor waarheidsgetrouwe onderzoeksjournalistiek. Artikelen worden vaak zo snel mogelijk op het net gezet en in kranten gepubliceerd zonder tijd te nemen om de feiten te checken. Kortom; gebrek aan geld en mankracht hebben de journalistiek nog kwetsbaarder gemaakt.


Zo hebben we recent nog het schandaal bij Trouw kunnen waarnemen met in de hoofdrol de frauderende journalist Perdiep Ramesar. Het is dat de hoofdredactie na jaren van wegkijken vermoedelijk in gewetensnood verkeerde en uiteindelijk schoon schip wilde maken, anders zou deze fantast waarschijnlijk steeds verder zijn gegaan met het voorschotelen van tendentieuze indianenverhalen aan de lezers. Dit zou als gevolg hebben dat de journalistiek nog meer beschadigd wordt en dus ook de democratische samenleving.


Onze hypothese is dat dergelijke fraudeleuze praktijken ook bij andere "kwaliteitskranten" aan de orde zijn, alleen durven de hoofdredacties waarschijnlijk de grote gevolgen hiervan niet voor hun rekening te nemen. Je hebt immers een ruggengraat en verantwoordelijkheidsgevoel nodig om hiervoor uit te durven komen, aangezien het ervoor uitkomen betekent dat de gevolgen niet te overzien zullen zijn voor de betreffende krant.


Zo zijn we naarstig op zoek gegaan naar soortgelijke artikelen als die van Perdiep Ramesar. Ons oog viel op een reportage van de Rotterdamse NRC verslaggever Andreas Kouwenhoven. Het ging over een jonge moslim die er alles aan deed om naar het kalifaat af te kunnen reizen om zich zo bij de IS aan te sluiten voor de heilige strijd (Ik wil vechten voor een land dat is zoals Allah bedoelt). De reportage gaf een beklemmend inkijkje in de gedachtewereld van een "jihadist". We hebben geconstateerd dat in de Nederlandse journalistiek een dergelijk verslag nog nooit is vastgelegd door een journalist, met uitzondering van Perdiep. Ook het profiel van Perdiep bleek sterke overeenkomsten te hebben met dat van deze journalist. Allebei zijn ze vrij jonge journalisten, die succesvol aan de weg timmerden en prijzen wonnen voor hun werk. Hiermee hebben ze veel vertrouwen opgebouwd bij de (eigen) hoofdredactie. Ook hielden ze zich de laatste jaren vooral met radicale moslims en de jihad bezig. De artikelen die hierover gaan zijn telkens op basis van "anonieme bronnen" gepubliceerd.

Naar aanleiding hiervan hebben we een onderzoek naar het bovenstaande verricht. Klik op het onderstaande voor het onderzoeksverslag.


Uit het onderzoek komt een onthutsend beeld naar voren dat het artikel vele manco’s vertoont. Het artikel zit zeer onlogisch in elkaar en bevat een aantal verifieerbare onjuistheden en discrepanties. We zijn dan ook tot de conclusie gekomen dat dit slechts twee dingen kan betekenen: Ofwel de geïnterviewde is een fantast en heeft onder toeziend oog van de NRC journalist (waarbij het duidelijk is dat het gezond wantrouwen en kritisch vermogen volledig ontbrak) alles bij elkaar gelogen of de journalist heeft een Perdiepje begaan en heeft alles in scène gezet. Beide scenario’s zijn zeer kwalijk te noemen, vooral als je jezelf profileert als zijnde een kwaliteitskrant.


Naar aanleiding hiervan en ook in de wetenschap dat wij ons onderzoeksverslag binnenkort zouden publiceren, omdat het NRC ons niet serieus nam, heeft de NRC ombudsman - in plaats van ons te voorzien van antwoorden op onze vragen - een column hierover geschreven. Dit moest vooral dienen als damage control, door ons het gras voor de voeten weg te maaien. Dit is ook uitgebreid in het onderzoeksverslag onder de aandacht gebracht.

"En zo wordt het wel heel erg makkelijk gemaakt voor de fraudeurs en gedogende hoofdredacteurs"

In deze column kwam het erop neer dat het belangrijkste is, dat de krant de gepubliceerde artikelen kan verantwoorden en dat daarmee de kous af is. En zo wordt iedere lezer die kritische vragen stelt gepareerd. De hoofdredactie is immers niemand verantwoording verschuldigd. En zo wordt het wel heel erg makkelijk gemaakt voor de fraudeurs en gedogende hoofdredacteurs. Want ook in het onderzoek naar Perdiep Ramesar werd pijnlijk duidelijk dat de voormalige hoofdredacteur direct in de verdediging ging en zelfs glashelder gelogen heeft dat de "anonieme bronnen" bij hem bekend zijn en door hem zijn geverifieerd toen er argwaan ontstond over zijn artikelen en er kritische vragen hierover werden gesteld. En zo maakte de hoofdredactie zich eveneens schuldig aan een journalistieke doodzonde zonder enige consequenties.


Ook de Raad voor de Journalistiek, die als zelfregulerende instantie fungeert, biedt hierin geen soelaas. De Raad doet in dit verband geen zelfstandig feitenonderzoek, zoals in een gerechtelijke procedure het geval is. Het kan wel een oordeel (lees: mening) geven over een geschil, maar aan dat oordeel zijn geen sancties verbonden en daardoor is het niet juridisch afdwingbaar. Daarnaast is het een orgaan zonder enig feitelijk openbaar gezag in de journalistieke kring en het heeft daarom geen enkel effect in de beroepsgroep. Zo kan de gedaagde journalist wegblijven en iedere medewerking aan het onderzoek weigeren. En wanneer die van de Raad gelijk krijgt, wappert hij triomfantelijk met het vonnis, maar bij een negatief oordeel gebruikt hij het net zo makkelijk als wc-papier. Kortom; de klagende burger heeft in beide gevallen het nakijken. Het betreft hier dus een gepamperd orgaan dat als een tandeloze tijger op z’n best wat kruimelwerk mag verrichten.


Je zou denken dat als de journalistiek zich in zo’n kwetsbare gesloten positie heeft gemanoeuvreerd en het zelfreinigend vermogen niet zo groot is als ze zelf van anderen eist, dat hier voor de overheid een mooie taak is weggelegd in de toezichtsfeer ter bescherming van een democratisch fundament. Helaas, niets is minder waar. De overheid is als de dood dat het de schijn van censuur wekt en houdt daarom de handen vooral af van de journalistiek, ook wanneer het om de controlerende taak gaat, zoals wij deze kennen van de tuchtcolleges voor gezondheidszorg en advocatuur.


En zo blijven de integriteitsproblemen in de journalistiek onverminderd en dat is ook goed te merken in de samenleving. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft 32 procent van de bevolking nog vertrouwen in de pers. Alleen de kerk wordt minder vertrouwd. Vertrouwen van lezers, kijkers en luisteraars dat de verhalen kloppen is het enige kapitaal dat de journalistiek heeft. En dan hebben we het nog niet eens over de verstrekkende gevolgen voor de politieke en maatschappelijke cohesie en stabiliteit. Daarom is het van essentieel belang dat het zo niet langer verder gaat en dat er een flinke inhaalslag gemaakt wordt ten opzichte van de andere beroepsgroepen in de wijze waarop deze problemen in de laatste decennia door hun zijn aangepakt.


Tot die tijd moeten we, in een maatschappij waarin journalisten moeten opvallen, waarin oplages steeds verder onder druk komen te staan, er niet van opkijken dat journalisten steeds meer fantast-ische verhalen schrijven die letterlijk te mooi zijn om waar te kunnen zijn. Verhalen die met eigen fantasie zijn aangedikt of geheel uit de duim zijn gezogen, zonder dat hen een strobreed in de weg wordt gelegd.