Feest van de liefde

Enkele overpeinzingen bij het huwelijk van Gert en Renée

Renée, Gert,

Dierbaar bruidspaar,

En jullie, dierbaren van deze dierbaren,

We vieren hier vandaag een feest en wel het feest van de liefde. Dat klinkt verheven en dat is het ook. Dat we gaan feesten is voor iedereen zonneklaar (nou ja, zonnig?). Je hoeft alleen maar te zien hoe iedereen er werkelijk prachtig uitziet, het meest nog het bruidspaar, en je moet het programma kennen: gekke dansjes en iets met bretels…Dus dat feest, dat is wel duidelijk. Als dit een feest van de liefde is, hoe zit dat dan met die liefde, en wat is liefde eigenlijk? Vergelijk dat eens met bijvoorbeeld de vraag ‘wat is buitenspel?’ Buitenspel is klip en klaar (tegenwoordig zelfs voor vrouwen) want de spelregels van voetbal staan vast. Echter, zo’n spelregelboekje voor de liefde is er niet. Dus, omdat de liefde geen vaste regels lijkt te hebben, blijft elk antwoord op de vraag ‘wat is liefde’, vaag en subjectief. Voor het doel van deze prachtige dag is dat even onbevredigend als onwenselijk.

Alvorens verder te gaan, eerst even een vraag aan Gert. Wat zo dadelijk volgt zijn enkele gedachten waar je misschien wat aan hebt Gert. En ik heb gezien dat je dergelijke raad al eerder, namelijk op 30 november 2012 in je handpalm noteerde. Dus ik hoop dat je ook nu een pen bij je hebt…, zo niet, hier is er een! Wel klein schrijven hoor!

Hoe ga ik hier die ogenschijnlijk zo eenvoudige vraag naar de liefde onderzoeken? Allereerst heb ik maar eens wat – vooral filosofische boeken opengeslagen: immers, niets zo praktisch als een goede theorie. En natuurlijk muziek geluisterd. Vervolgens heb ik een klein veldonderzoek gedaan: ik heb het bruidspaar gevraagd onafhankelijk van elkaar de vraag te beantwoorden ‘Wat is liefde?’ Dat levert een kleine antropologie van de liefde op.

Ik denk dat de helft van alle poëzie, waarschijnlijk een nog groter deel van de hedendaagse popsongs, veel van de klassieke drama’s, van de Grieken, via Shakespeare en de grote romans en opera’s uit de 19e en 20ste eeuw, tot de moderne hedendaagse film, gaan over de liefde. En ondanks die overweldigende bewijslast blijft liefde ongrijpbaar en moeilijk te duiden. Als je meer precies kijkt naar de libretto’s van opera’s, maar ook naar de grote romans en tragedies, dan kun je onderscheid maken tussen vervulde liefde, de nog-niet-vervulde liefde, en anderzijds de onmogelijke of verboden liefde en verloren gegane liefde. Voorbeelden van (bijna) vervulde liefde vind ik vooral in de popmuziek met titels als ‘My Girlvan de Temptations; ‘You are the sunshine of my lifevan Stevie Wonder; of wat recenter: You're beautiful van James Blunt. In de opera en romans van de 18de en 19de eeuw vinden we vooral onmogelijke en verboden liefdes. Romeo en Julia, hèt iconisch paar van de onmogelijke, verboden liefde, maar ook Bizets Carmen of Berlioz’s Marguerite in ‘La Damnation de Faust’, en onovertroffen, Wagner’s ‘Tristan und Isolde’, met als slot een fenomenale en heftig ontroerende Liebestod van Isolde. Het zijn alle voorbeelden van muziek waar peilloze diepten van liefdessmart en -koorts zijn getoondicht (nee, niks voor jou Francien, natuurlijk allemaal sopranen). In de popmuziek kennen we vergelijkbaar spektakel, bijvoorbeeld ‘Paradise by the dashboard light’ (dat vindt Francien nou weer wel mooi). Wel, wat leert de muziek ons nu: hoe ondraaglijker het verlangen, hoe fraaier de muziek (maar wellicht is dit zuiver subjectief mijn voorkeur voor het grootse en meeslepende). Nu is opera geen echte dansmuziek dus zal het vanavond wel pop worden. Ik ben wel benieuwd hoe de muziekkeuze zal zijn: in meerderheid feestelijk, dus over gelukte liefde, de verliefdheid in ontwikkeling of toch meer het drama over het onvervulde en onmogelijke verlangen.

In de schrijfsels van Renée en Gert – mijn interpretatie!- rijst bij Renée het begrip ‘betrokkenheid’ op. Zeer in lijn zou ik zeggen met haar moeder, Marian. En bij Gert ‘stevigheid’, ‘gegrond zijn’. Meen ik daarvoor een karakterologische grond bij Sini te zien? Enfin, wat in die schrijfsels een beetje verborgen bleef, is de romantische liefde. Niettemin weet ik zeker dat ze beiden hartstikke romantisch zijn. Immers welke man vraagt zijn schoonvader in spe om de hand van diens dochter. Dat ‘romantisch de hand vragen’ was wellicht ook de vraag om echte toestemming en doen ‘zoals het heurt’, maar het was toch vooral de voorpret, de opwinding, het volop genieten van alle aspecten die samenhangen met zijn keuze voor Renée. Prachtig Gert, mij was eerst niet zo duidelijk wat er aan de telefoon gebeurde – het was voor mij een uitslaapochtend, maar daarna: diep geroerd. Verder, welke man vraagt nu nog zijn beoogd gemalin ten huwelijk door op de knie te gaan. Dat gebeurt toch alleen op televisie? En als je dan hoort hoe Renée, telefonisch verhalend over het gespannen bekkie van Gert tijdens zijn aanzoek, zelf met bevende stem hevig geëmotioneerd klonk, dan weet je het zeker: op en top romanticus. Nu heeft ze dat overigens niet van een vreemde. In ieder geval via mij (waarover ik jullie hier niet verder zal vervelen) maar zeker ook van haar oma. Voor de typering van mijn moeder als romanticus zijn tenminste twee stevige bewijzen. Allereerst de manier waarop de liederencyclus van Gustav Mahler Lieder eines fahrenden Gesellen een rol speelde in haar leven. Genoemde vier liederen zijn bij uitstek voorbeelden van de muzikale hoog-romantiek. Mijn moeder kent deze muziek ‘auswendig’ en ze heeft zich jarenlang bekwaamd in het schilderen en borduren, alle gericht om als ‘Meisterstück’ haar interpretatie van deze vier liederen om te zetten in een groots borduurwerk, een kunststuk dat inmiddels bij mijn broer Frans aan de muur hangt. Deze liederen verhalen over, jullie raden het al, een onvervulde, onmogelijke liefde. Een tweede, nog krachtiger bewijs is dat mijn moeder er destijds voor koos om tijdens de uitvaartdienst voor mijn vader zelf voor te lezen uit het Hooglied. Dit lied is waarschijnlijk het vreemdste en fascinerendste hoofdstuk in de Bijbel. Het Hooglied geeft stem aan twee geliefden die elkaar verheerlijken en naar elkaar verlangen en heeft ook vandaag nog niets aan zeggingskracht ingeboet. Was dit een genealogische verklaring van de romantische aard van Renée, hoe dat zit bij Gert, een echt romanticus zoals we zagen, weet ik niet, maar ik vermoed dat Max zijn genenpakket een verklaring zou kunnen zijn.

Laten we nog eens in de boeken duiken. Daar vinden we de opvatting dat liefde een uiterst veelzijdig begrip is. Ontleend aan de Klassieken, is er het complex van erotische, familiaire, sociale, ethische en spirituele liefde, bij de Grieken ‘Eros’ of ‘Philia’, en de naasten- of goddelijke liefde, ‘Agapè’ geheten. De Romeinen noemen dat ‘Amor’ respectievelijk ‘Caritas’.

De vraag ‘Wat is liefde’ heeft dus geen eenduidig antwoord. Hoe anders is dat met het eerdergenoemde ‘buitenspel’. Als je eenmaal begrepen hebt wat dat is, is er geen bijzonderheid meer. Het is gewoon zo. Maar met de liefde ligt dat anders. Die is altijd, telkens opnieuw bijzonder in al zijn gewoonheid en zijn algemeenheid. Dat hangt samen met een kenmerk van wat liefde is. Aan Georges Perec’s ‘Het leven een gebruiksaanwijzing’ ontleen ik de volgende analogie: liefde “is niet een optelsom van elementen die je zou moeten isoleren en analyseren, maar een geheel, dat wil zeggen een vorm, een structuur, en een inhoud tegelijk: het element gaat niet aan het geheel vooraf, het is noch recenter noch ouder, en het zijn niet de elementen die het geheel bepalen, maar het is het geheel dat de elementen bepaalt…Kunnen jullie het nog volgen? Wat ik wil zeggen is dat liefde kan groeien en zich kan verdiepen, jammer genoeg soms ook verdwijnen, maar dat je dat niet precies kunt toewijzen aan een of andere concrete oorzaak: er is overduidelijk een genese, een worden, maar geen ‘smart’ proces. Bovendien, als er eenmaal liefde is, kun je alleen met behulp van metaforen en vergelijkingen duiden waaruit die liefde bestaat. En precies dat laat dit bruidspaar in de beantwoording van de vraag ‘Wat is liefde’ zien. Geen strakke definities, maar vage duidingen, aspecten, beelden met als gemeenschappelijk kenmerk het relationele, door woorden als ‘samen’, ‘elkaar’ en ‘de ander’. Ze beschrijven het delen van een leven waarin een wederzijdse beaming van elkaars bestaan zich uitdrukt. Het leven van twee mensen die zo ervaren dat ze voor elkaar gemaakt lijken te zijn, is dan één weg waarin twee vrije en zelfstandige wegen zo met elkaar verstrengeld zijn, dat het gaan en staan van de een, het hebben en houden van de ander bepaalt.

Liefde is een levende ervaring nietwaar? Het is in relatie treden met jezelf en met de ander. Liefde haalt de ‘ik’ uit zijn zelfgenoegzaamheid en dwingt hem zichzelf steeds weer te overtreffen. Tolstoj verwoordt het helder: “om daden van liefde te verrichten, moet men zichzelf onvolmaakt vinden”. Tegelijkertijd is liefde de tegenproef van het geloof dat iedereen zijn eigen belang nastreeft. Liefde is daarmee zowel geven als ontvangen en de uitdaging ligt daar waar eros en agapè samenkomen. Werden die beide tot voor kort als antithetisch, als tegenpolen gezien, het was kardinaal Ratzinger die beide verbond en als complementair beschreef. Eros is dan als werkende kracht versterkend voor agapè (wie had gedacht dat ik me nog eens positief zou uitlaten over paus Benedictus XVI). Liefde kan voor buitenstaanders onmogelijk en onbegrijpelijk zijn en zelfs voor jullie zelf als binnenstaanders is liefde vaak vele malen groter dan jullie zelf kunnen bevatten. In de beschrijving die Renée maakte, klinkt het indringende besef door dat liefde ‘weten is, dat je niet weet’, en, juist omdat het onbegrijpelijk is, liefde is. Niet verrassend is dat ze daarbij gewag maakt van directe, intense gevoelens in buik en hart.

Een allusie met kinderen heb ik in hun beider liefdesbeschrijvingen niet gevonden. Wel ken ik een mail de dato 20 januari 2009. Uit die mail aan zijn ouders blijkt dat Gert, een artikel over een Brits onderzoek citeert dat bericht dat kinderen zo rond hun 22ste hun ouders beginnen te waarderen (meestal samenhangend met het inzicht dat ouders eigenlijk wel een heleboel voor hun kids doen) en zijn ouders blij maakt met de ‘wetenschap’ dat mannen zo vanaf hun 29ste naar advies van hun moeder beginnen te luisteren terwijl vrouwen dat al doen vanaf hun 27ste. Die relatie wordt bovendien op een nog hoger plan getild als zij zelf kinderen krijgen, aldus het onderzoek. Of Gert nu achterligt op schema, of dat het een charmante wijze was om zijn moeder te pleasen weet ik niet. Wel constateer ik eerdergenoemde omissie. De volledige eenheid die de liefde teweegbrengt, drukt zich uit in een ‘resultaat’, dat man en vrouw eerder mee-maken dan maken: het verrassende wonder van een kind. Wat de liefdevolle toewending van man en vrouw niet kon bereiken, namelijk de radicale eenheid van beider leven, is nu werkelijkheid (Peperzak).

Dit is iedereen weleens overkomen: je staat voor een ingewikkeld besluit of je bevindt je in een moeilijke situatie waarin je al je opties lang hebt gewikt en gewogen. Neem ik deze weg of toch die andere? Zo ook bijvoorbeeld de vraag: “Moet ik trouwen of daar nog een tijdje mee wachten”. En iedereen heeft ooit weleens meegemaakt dat de oplossing van een dergelijke vraag zich uiteindelijk vanzelf aandient. Om de een of andere reden, die je niet precies kunt peilen, weet je plotseling precies wat je eigenlijk wilt en wat de volgende stap moet zijn. Ik weet natuurlijk niet hoe dat bij Gert is gegaan, maar ik maak me sterk dat er zo ergens in de loop van 2016 zo’n moment is geweest. Waar komt zo’n inzicht vandaan, wat is dat voor een merkwaardige kracht die ons zo onmerkbaar, maar effectief stuurt in ons leven? Het antwoord staat in de titel van een briljant boek namelijk ‘Ons geniale geheugen’ (Monyer & Gessmann). We zullen hier de rest van de 250 pagina’s ervan laten rusten. Voor deze dag, is het besluit tot het huwelijk als ‘product’ van het eigen geheugen nu verklaard. Gaat dat ook op voor de liefde? Nee, dat ligt oneindig complexer. Ongetwijfeld, er zullen talloze kleine en grotere causaliteiten geweest zijn die invloed hebben gehad op de ontluikende gevoelens van liefde tussen Gert en Renée (ze kennen elkaar als vrienden al heel lang). Mogelijk kunnen ze er zelfs een aantal noemen. Maar hoe dat dan precies uitwerkt, wat nu de precieze effecten zijn, zal onduidelijk blijven. En dat heeft te maken met de aard van wat liefde is.

We komen nu bij het pièce de résistance, namelijk de filosofische zoektocht naar de oorzaak van verlangen. Daar gaan we. De mens beleeft zich als een wezen dat voor zichzelf evenzeer een gegeven als een opgave is. Dat ik mens ben, wil zeggen, dat ik een mens kan worden en dat ook moet. Het eigenaardige van het wezen mens is dat hij gedefinieerd kan worden in een imperatief: ‘Word wat je bent’, of zoals Nietzsche in ‘Die fröhliche Wissenschaft‘ formuleerde, ‘Du sollst der werden, der die du bist’. En dat betekent nadrukkelijk niet dat je op zoek moet naar een of andere onveranderlijke kern of zo die je zou kunnen vinden in je hoofd, hart of lichaam en die zich zou moeten ontvouwen. ‘On n’est pas, on s’est’: men is niet, men is zich. Maar er is geen inhoud voor dit ‘zich’. De raadgeving ‘wees jezelf’ is daarom een voorschrift zonder betekenis, want er is geen apart en onveranderlijk ‘zelf’ dat je zou kunnen zijn. Je kunt alleen zijn wie je hebt te zijn aldus Levinas. Maar wat dat is, ligt niet vast. Dat is juist de moeilijkheid: het ‘erzijn’ mist iets, maar kan dat niet aanvaarden. Ik hoop dat jullie het nog een beetje kunnen volgen, want we komen nu dichterbij inzicht… Peperzak, mijn leermeester, beschrijft die concrete ervaring van het ontbreken als verlangen. Dat verlangen is niet een onmiddellijk gegeven, een ding, een beweging, die ik zou kunnen waarnemen. Het is in zekere zin niets: het is de ervaring van een gemis aan iets, waarvan ik wens, hoop, wil, dat het er wel zou zijn. Dat noemden de Grieken nu ‘eros’. Plato is bij uitstek de filosoof van deze eros. Zijn grondgedachte is dat wij zijn afgestemd op iets dat we niet zomaar in onszelf kunnen opdiepen, maar dat oriëntatie geeft waarnaar we uitreiken. Niet alleen de einder van het verlangen, maar het verlangen zelf is het gezochte. Verlangen is verwijzen naar een toekomst en daarmee naar een weg, die naar die toekomst leidt. Zo verstaan is verlangen een principe van zelfbeweging. Evenals behoeften bevat ook het verlangen een gemis, maar het verlangde is geen deel of bezit van mij; het komt van elders en moet van mij gescheiden blijven om de relatie mogelijk te maken waarnaar ik verlang. Het is een onstilbare honger die groeit naarmate het verlangde dichterbij komt. Het wezen waarnaar ik verlang, obsedeert mij, maar het moet zichzelf ontplooien volgens mogelijkheden die niet de mijne zijn. Verlangen is dus een vrijlaten en vrijmaken van het andere. Daarin ligt de sleutel voor de opdracht ‘wordt wat je bent’: datgene wat wij in ons hart toelaten, bepaalt wie wij worden (Taylor).

Liefde en verlangen, beide vragen ze uitgestelde tijd. Laat ik dat toelichten aan de hand van het fenomeen liefdesbrieven. Iemand van jullie er ooit een geschreven? Wel, in deze moderne tijd van supercommunicatie lijkt het enige criterium een snelle, liefst onmiddellijke respons te zijn. Wordt er niet onmiddellijk gereageerd, denken we meteen dat we niet langer geliefd zijn. We zijn constant op zoek naar bevestiging. Maar daarmee verdwijnt de kern, de inhoud en blijft slechts vorm over. Hoe anders in vroeger tijden: als je een liefdesbrief verstuurd had, begon het (dagen)lange wachten, een wachten waarin alle twijfel en paniek toe kon slaan. Een wachten dat de liefde of het verlangen vaak alleen maar verhevigde. Luister ook eens naar Claudia de Breij wanneer zij zingt: ‘Ik mis je zo graag…’. René, Gert, ik wens jullie daarom heel veel uitgestelde tijd en daarmee heviger wederzijds verlangen.

En tijd speelt nog een belangrijke rol. ‘La mémoire est l’avenir du passé’ (Paul Valéry). Het geheugen is de toekomst van het verleden: ik hoop dat de krachtige herinneringen aan deze machtig mooie dag de voorboden mogen zijn van een toekomstig prachtig samen leven.

Wel, nu we verhelderd hebben waarom we gaan feesten, dat liefde zowel uniek of bijzonder en tegelijkertijd ook gewoon of algemeen is, dat liefde weliswaar oorzaken moet hebben, maar dat die zich niet of slecht laten kennen, dat liefde er uitsluitend is als een geheel, dat liefde niettemin kan groeien en verdiepen, dat popmuziek voor een trouwfeest geschikter is dan de klassieken, dat er wondere mechanismen werken als we de belangrijke keuze voor een huwelijk moeten maken, dat liefde bepaalt wie je word, dat ‘tussentijd’ het verlangen versterkt, kortom, dat we hopelijk dieper inzicht kregen in wat zich vervullende liefde is en vermag, in die wetenschap kan ik nu afronden met één statement -en, misschien was dat op zich al voldoende geweest - ik heb jullie lief!

Graag geef ik voor het ceremoniële en officiële deel van dit samenzijn nu het woord aan Sini.