Scheikunde paragraaf 3

Verbranden

Door: Leon van Deursen, Joost ten Barge, Tycho de Meij en Nils Kron A3c

De samenstelling van lucht

Lucht is een mengsel van zuurstofgas en stikstofgas en nog een kleine hoeveelheid van andere gassen. Zonder koolstofdioxide gas kunnen we niet leven op aarde.

Luchtverontreiniging

Smog kan ontstaan doordat er vervuilende stoffen in de lucht komen. Vroeger hadden mensen hier mensen hier meer last van door de steenkool en aardolie die als brandstoffen werden gebruikt. De smog is afgenomen door het gebruik van schonere brandstoffen en betere zuiveringsmethoden bij verbranding.

Fossiele brandstoffen en het broeikaseffect

Het broeikaseffect is een proces waarbij de koolstofdioxide de warmte uitstraling van de aarde tegenhoudt. Door de toename van dit koolstofdioxidegas treedt er steeds minder warmte uitstraling naar het heelal toe op. De aarde houdt de warmte vast waardoor de temperatuur blijft stijgen. Dit is het versterkte broeikaseffect. Twee maatregelen om dit te voorkomen zijn Minder fossiele brandstoffen gebruiken en in plaats daarvan biobrandstoffen. Een andere manier is extra gevormd koolstofdioxide opslaan in lege gasvelden. Een ander broeikasgas is methaan. Dit wordt gevormd in moerassen en komt uit de mest van koeien.

Snelle verbranding (vuur)

Een snelle verbranding is een verbranding waarbij vuur, rook, hitte, as en brandlucht vrijkomt. Bij een snelle verbranding is het belangrijk dat brandstof en zuurstof snel bij elkaar komen en dat de temperatuur altijd hoog genoeg is. Deze temperatuur wordt veroorzaakt door de brandstoffen te laten verbranden. De laagste temperatuur waarbij een stof gaat branden is de ontbrandingstemperatuur. Bij elke stof is deze temperatuur anders.

Branden en blussen

Je noemt iets een brand als de verbranding steeds sneller gaat en de temperatuur tijdens het proces blijft stijgen. Om een brand te blussen zijn er 3 belangrijke factoren.

  • De brandstof weghalen
  • De aanvoer van lucht onmogelijk maken
  • De brandende materialen zodanig afkoelen dat de temperatuur onder de ontbrandingstemperatuur komt.

Water is een goed blusmiddel omdat het brandende materialen afkoelt en het maakt het contact moeilijker tussen brandstoffen en lucht. Bij het blussen met schuim wat voornamelijk gebruikt wordt bij benzinebranden voorkomt het schuim de luchttoevoer naar de brand en gaat de brand uit. Het blussen met schuim wordt gebruikt omdat je een benzinebrand niet met water kunt blussen omdat benzine op water drijft en dus gewoon kan blijven branden.

Schoorsteenbrand

Een schoorsteenbrand ontstaat als er bij een open haard verbrandingsgassen opstijgen die ook onverbrande delen bevatten. Deze slaan vervolgens neer op de binnenkant van de schoorsteen. Als er dan hele hete verbrandingsgassen opstijgen, kunnen de onverbrande delen vlamvatten. Om dit te voorkomen veeg je de onverbrande delen uit de schoorsteenwand. Nu kunnen de onverbrande delen geen vlam meer vatten.