Platen en breuken Haïti

Bart ten Bras en Jonas van Waveren

Aaardbeving Haïti 2012

De aardbeving in Haïti was een zware aardbeving, op dinsdag 12 januari 2010 werd Haïti getroffen door de aardbeving.

De aardbeving in Haïti in 2010 was een zware aardbeving die zich voordeed op dinsdag 12 januari 2010 om 16:53:09 uur lokale tijd. De beving met een kracht van 7,0 op de momentmagnitudeschaal vond plaats 25 kilometer ten zuidwesten van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. De intensiteit van de aardbeving op de schaal van Mercalli varieerde in Port-au-Prince van schaal 7 tot 9: dit wordt getypeerd door "behoorlijke schade" tot "verwoestend". Volgens het KNMI was de grote beving de zwaarste op de breuklijn sinds 1860.

Het hypocentrum lag op 25 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad van Haïti, Port-au-Prince, nabij de plaats Léogâne, op een diepte van ongeveer 13 kilometer. De aardbeving was ook voelbaar in Venezuela en op enkele naburige eilandstaten, waaronder Jamaica, Cuba en de Dominicaanse Republiek. Haïti, de Bahama's en de Dominicaanse Republiek werden gewaarschuwd voor een eventuele tsunami, maar dit alarm werd binnen 12 uur ingetrokken. De beving werd gevolgd door meerdere zware naschokken, variërend van 4,5 tot 5,9 op de momentmagnitudeschaal. Op 20 januari 2010 vond een krachtige beving plaats met een kracht van 6,1 op de momentmagnitudeschaal, 56 kilometer ten noordwesten van Port-au-Prince.

Op 24 januari waren er 150.000 slachtoffers begraven en op 10 februari was het dodental reeds opgelopen tot 230.000, volgens cijfers van de Haïtiaanse regering. Het aantal gewonden bedroeg op 24 februari 310.000. Op 23 januari werden door de regering de zoek- en reddingsacties gestaakt, al werden ook in de dagen en weken daarna nog enkele mensen levend uit het puin gehaald. Door de aardbeving zijn ruim 1,5 miljoen Haïtianen, een zesde van de bevolking, dakloos geworden. Door: Jonas van Waveren

Big image

Aardbevening haiti

Hoe is de aardbeving onstaan?

Haiti ligt op een gevoelig stuk aardkost. Het ligt op namelijk op de breuklijn. De Caribische plaat hindert de Amerikaanse plaat in zijn beweging richting het westen, omdat hij zo goed als stil ligt. Hierdoor onstaan twee spanningsvelden.


1. Ten Oosten van de Caribische plaat duikt de Amerikaanse plaat onder de Caribische plaat, (subductiezone) hier door ontstaat er een diepe smalle kloof. (trog) Subductie is als er twee platen naar elkaar toe drijven en dan de zwaarste onder de ene plaat verdwijnt. Ten Noorden van de Caribische plaat ligt Haiti, daar schuiven de Caribische plaat en de Amerikaanse plaat langs elkaar. er onstaat een transforme breukzone. Een transforme breukzone is als er twee platen langs elkaar. De Amerikaanse plaat beweegt veel sneller dan der Caribische plaat. De Amerikaanse plaat beweegt 2,5 cm per jaar naar het westen en de Caribische plaat beweegt maar 1 cm per jaar naar het westen.


2. Een eigenschap van een transforme breukzone is dat het hypocentrum (ondergrondse locatie) heel ondiep ligt. Het hypocentrum is het centrum van de aarbeving. Omdat het hypocentrum laag ligt onstaat er meer energie direct naar het epicentrum dan bij divergente of convergente breukzones. Het epicentrum is de locatie waar de aardbeving alle kanten opgaat. Het epicentrum ligt loodrecht boven het hypocentrum. Het verschil tussen hypocentrum en epicentrum is dat het epicentrum op de aardoppervlak ligt en het hypocentrum ligt veel diper in de grond. In Haiti was het een nog zwaardere aarbeving omdat het hypocentrum dus dichterbij het epicentrum ligt dan bij andere aarbevingen. Daardoor onstaat er meer energie direct naar het epicentrum dus ishet ook meteen zwaarder. Door: Bart ten Bras

Bewegingsrichtingen van platen

De aardkorst is verdeeld in verschillende platen. Langs de breuklijnen is de aardkorst voortdurend aan het bewegen, dat zijn gebieden met vulkanisme en aardbevingen.

Er zijn drie bewegingsrichtingen van de platen:


1. Divergentie: dat betekent dat de platen uit elkaar drijven. Dat gebeurt op de bodem van de oceaan. Op de plek waar de platen uit elkaar drijven, komt er magma naar boven. Als de magma het water heeft bereikt op de bodem van de oceaan stolt het, het 'gat' tussen de platen in word dan opgevuld door het gestolde magma. Daardoor ontstaat er een langgerekte bergrug met flauwe hellingen onder de zee, dat heet de mid-oceanische rug.


2. Convergentie: dat betekent dat de platen naar elkaar toe drijven. Meestal duikt de ene plaat onder de andere plaat. Bijvoorbeeld de oceanische plaat onder de continentale plaat. Dat komt omdat de oceanische plaat zwaarder is dan de continentale plaat. Dit heet subductie. Op de plek waar de ene plaat wegduikt onder de andere plaat ontstaat er een diepe kloof in de zee.(soms wel meer dan 10 km diep). Zo'n diepe kloof in onder de zee heet een trog.

Het kan ook zijn dat de platen even zwaar zijn en dus tegen elkaar aan botsen waardoor er een gebergte ontstaat.


3. Transforme beweging: dat betekent dat de platen langs elkaar gaan schuiven. Bijvoorbeeld bij de San Andreasbreuk in San Francisco. Dat was ook het geval bij de aardbeving in Haïti, dat kunt u hier boven lezen. Door:Bart ten Bras

Aardbevingen

De aarde bestaat uit platen. Die allemaal drijven op vloeibaar gesteente (magma), dat langzaam stroomt , gemiddeld een paar centimeter per jaar. Langs de plaatranden is de aardkorst voortdurend in beweging. Dat schuiven gaat heel schokkerig. Een paar jaren gebeurt er niks en dan opeens verschuiven de platen een paar meter tegelijk. Dat levert de aardbeving op. Een aardbeving begint ergens diep in de aardkorst. Dat heet het hypocentrum, het punt daar loodrecht boven heet het epicentrum. Daar voel je de zwaarste schokken. Bij convergentie kan het hypocentrum heel diep liggen, soms wel 100 tot 700km diep. Bij transforme bewegingen ligt het hypocentrum niet zo diep.


Aardbevingen worden gemeten met de schaal van Richter. De mensen die aardbevingen bestuderen heten seismologie, zij meten de aardbeving dus met de schaal van richter. Bij de aller lichtste trilling meet de schaal van richter het getal 0. Als de trilling tien keer zo zwaar is gaat het één getal omhoog, als hij weer tien keer zo zwaar is gaat hij weer een getal omhoog. Dat gaat zo door. Elke keer als er dus een nummertje bij komt op de schaal is hij tien keer zwaarder. De waarden 0,1 en 2 op de schaal zijn zo licht dat de mensen het daar niet voelen, pas bij 3 beginnen mensen het te voelen. De aller zwaarste aardbeving ooit gemeten was 9,5 op de schaal van richter. Dat was in Chili in 1960.

Een aardbeving op de bodem van de zee heet een zeebeving. De beving tilt een stuk zeebodem op en ontstaat er een tsunami. De meeste tsunami's ontstaan bij een beving van minimaal 8 op de schaal van Richter. Midden op de oceaan gaat de tsunami soms wel met een snelheid van 800 km/u. Hoe dichter bij de kust gaat de golf langzamer, maar hij wordt wel steeds hoger. De hoogste golf ooit gemeten was in 1917, bij eilanden ten zuiden van Japan, hij was 85 meter hoog! Door: Jonas van Waveren

Aardbeving Haiti 2010