zindelijkheid

Wat is zindelijkheid?

Is zindelijkheid iets wat je kunt trainen?


Nee. Het enige wat je kunt doen, is je kind begeleiden bij het zindelijk worden. Maar hoe moet dat dan? Wanneer kun je ermee beginnen? en wat doe je aan potjesangst?

Wanneer wordt een kind zindelijk


Een kind kan al vóór zijn 2e jaar zijn behoefte doen op een potje, maar dan moeten zijn ouders hem daar wel neerzetten. Maar dat wordt geen zindelijkheid genoemd, omdat het kind dan niet zelfstandig reageert op de aandrang. Maar op deze manier kan hij wel wennen aan het potje.


De meeste kinderen tussen de 24 en 36 maanden overdag zindelijk. Maar voor ze ’s nachts ook zindelijk zijn duurt vaak nog 6 tot 12 maanden langer. Meisjes worden over het algemeen iets eerder zindelijk dan jongens.

Niet alle kinderen zijn met 3 jaar zindelijk, Maar liefst 25 à 30% is pas na het 4e jaar helemaal zindelijk.

Je mag van een kind verwachten dat het (overdag) zindelijk is met 5 jaar, omdat pas dan alle organen die een rol spelen bij de zindelijkheid volledig zijn ontwikkeld. Bedplassen wordt pas gezien als een probleem als het kind ouder is dan 6 jaar. één op de zes 5-jarigen plast 's nachts nog wel eens in bed. Bij 6-jarigen is dit één op de tien.

Signalen dat je kind er aan toe is

Er zijn verschillende signalen waaraan een ouder kan merken dat een kind eraan toe is om zindelijk te worden:

· het kind heeft steeds vaker een droge luier;

· het is zichtbaar dat het kind merkt dat hij plast of poept;

· het kind toont interesse voor wat er uit het eigen lichaam komt;

· het kind begint zelf aan de luier te trekken om hem af te doen.

Als een ouder deze signalen ziet, kan langzaam begonnen worden met oefenen op het potje

Op het potje of naar de wc

Op het potje
Je kunt beginnen met de aanschaf van een potje. Het handigst is om dit ergens neer te zetten waar het kind makkelijk bij kan, zodat het kan wennen aan het potje. Het voordeel van een potje is dat het kind zelf kan beslissen om erop te zitten en ook om weer op te staan. De WC is vaak te hoog en een kind heeft dan hulp nodig.


De meeste kinderen doen tijdens of na het eten hun behoefte. Het kind kan dan bijvoorbeeld na het eten even (maximaal 5 minuten) op het potje gezet worden. Begin met het kind na iedere maaltijd op het potje te zetten (dus 3 keer per dag) en breid dit langzaam uit.

Het is handig om na verloop van tijd, als het kind al vaak zijn behoefte op het potje doet, vaste regels in te stellen. Zoals:

· goed afvegen (van voor naar achter!)

· en handen wassen na afloop.



Op de WC
Na verloop van tijd kun je overschakelen naar de WC. Overweeg dan het gebruik van de volgende nuttige hulpmiddelen:

· een brilverkleiner

· een voetenbankje

Potjes en WC angst

Sommige kinderen zijn bang voor het potje of de WC. Het is dan erg belangrijk dat je het kind niet gaat dwingen. Als je dat wel doet wordt het meestal een machtsstrijd, daardoor wordt het alleen maar erger.

Over de mate waarin je aandacht moet besteden aan de angst op zich, zijn verschillende meningen. De een zegt: praat er niet overheen en neem het serieus. De ander zegt: besteed er niet te veel aandacht aan. Sommigen raden zelfs aan om het angstige gedrag te negeren, omdat je anders de angst alleen maar zou versterken. Wat dat betreft zit er dus niet veel anders op dan te doen wat u zelf het beste lijkt en wat volgens u het beste voor uw kind is.


Tips tegen potjesangst en WC-angst:

  • Het belangrijkst is om het kind vertrouwd te maken met het potje en de wc.
  • Wat de WC betreft kun je het kind meenemen als je zelf gaat, of te wijzen op broertjes en zusjes die het ook doen. Laat ook zien hoe je doortrekt;
  • probeer het kind te verleiden om gebruik te maken van het potje of de WC. Dat doe je door ze aantrekkelijk te maken. Bijvoorbeeld door een leuk potje te nemen in de vorm van een dier of een auto, of door leuke dingen op te hangen in de WC;
  • lees er samen boekjes over.

Medische problemen

Dat het zindelijk worden niet lukt, kan komen door medische problemen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een infectie (zoals een blaasontsteking) of van een aangeboren afwijking.

Medische oorzaken voor niet zindelijk worden komen weinig voor. Maar bij twijfel kunt u natuurlijk altijd uw huisarts raadplegen.