Groenland

Afbraak en opbouw door ijs

IJstijd (bb 86)

In Groenland zijn een ijskappen ontstaan. Volgens onderzoekers zeker 5 miljoen jaar geleden.

De ijskap bedekt 80% van Groenland. De ijskap is ontstaan in de ijstijd (glaciaal). IJstijd is een periode die in het verleden voorkwam. Het klimaat in de ijstijd is veel kouder. 2,5 miljoen jaren geleden waren en veel ijstijden (glacialen). Koepelvormige, samenhangende ijsmassa dat is een ijskap. In een ijstijd daalt de temperatuur gemiddeld niet meer dan 5 graden. Tijdens zo'n ijstijd valt er meer sneeuw in de winter dan dat er smelt in de zomer. Sneeuw gaat zich ophopen en wordt dan samengedrukt tot ijs, een gletsjer. Zoals de LLulissat gletsjer in Groenland.


Een interglaciaal is een warme periode als het klimaat op de aarde enkele graden opwarmt. Door het interglaciaal (stijging temperatuur) smolt in 6000 jaar 25% van de Groenlandse ijskappen.


Bron: scientas.nl en wikipedia

Glaciale landschapsvormen (bb 88)


Door de zware gletsjers is er sprake van een schurende beweging in op het land, dat heet erosie. Door de erosie ontstaan er verschillende glaciale landschapsvormen zoals een berg of heuvel etc. Een gletsjer is een ijsmassa die gevormd wordt op land. Een gletsjer is groot genoeg om bergafwaarts te stromen. Ca. 15 miljoen km2 aardoppervlak op de aarde worden bedekt door gletsjers inclusief de Antarctische en Groenlandse IJskap. Zij bevatten samen ongeveer 29 miljoen km3 ijs. Dat is ongeveer 87% van al het zoete water op aarde.


Als het ijs van de gletsjer begint te smelten neemt het gletsjerijs morenen met zich mee. Morene zijn alle gesteente, (zand, gruis, stenen, rotsblokken) dat door ijs vervoerd en afgezet wordt. Ligt het puin aan de zijkanten van de gletsjer, dan heet dat een zijmorene.


Er ontstaat een middenmorene op het punt waar 2 gletsjers samenkomen. Een eindmorene bestaat uit puin dat de gletsjer voor zich uit heeft gedrukt en ligt aan de uiterste grens van het landijs. Een andere morene is de grondmorene dit bestaat uit sediment (puin) dat onder het ijs ligt als de gletsjer smelt. Bijvoorbeeld keileem, dat is een mengsel van tot leem vermalen keien, vermengd met nog heel gebleven stenen. Het landijs verplaatst zich ook via rivierdalen. Hierdoor schuift het landijs niet vooruit in een rechte lijn maar in ijstongen.


Rivierdalen werden uitgediept door het landijs, dit noem je tongbekkens. Stuwwallen ontstonden weer doordat door de druk van het ijs de zijkanten van de rivierdalen opzij- en omhooggeduwd werden. Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe zijn stuwwallen.


Trogdalen hebben een U-vorm en een platte bodem met aan beide zijden steile wanden. Een trogdal is in berggebieden uitgeschuurd door een gletsjer. Fjorden zijn ondergelopen trogdalen met zeewater. In Groenland heb je de IJsfjord van llulissat.

Geologie (bb 85)

Geologie, het houdt zich bezig met alles wat er gebeurd op deze aardkorst. Geologen zijn wetenschappers die de aarde bestuderen, hoe deze is ontstaan en gevormd. Zoals bijvoorbeeld het ontstaan van de berg Mont Forrel in Groenland (afbeelding rechts) en veel meer andere bergen over de hele wereld. Maar bergen ontstaan niet alleen maar helaas slijten en breken ze ook af door wat wij noemen; verwering en erosie. De geologie heeft natuurlijk wel een grote geschiedenis, die geologische geschiedenis hebben ze verdeeld in een aantal tijdperken. En die tijdperken samen vormen de geologische tijdschaal. Met die tijdschaal kan je niet precies opzoeken hoeveel ouder de Qaqqaq Kershaw dan de Napasorsuaq in Groenland is. Gelukkig zijn er wel andere manieren de je dat kunnen vertellen. Bijvoorbeeld met het blote oog zelf kan je zien welke berg meer afgesleten is door verwering en erosie, maar je kan het het best uitzoeken met hulp van fossielen op die berg. Fossielen zijn overblijfselen van dieren of planten die zijn versteend in de aardkorst.

Gletsjers (bb 87)

Groenland is een van de koudste landen ter wereld. In veel delen van Groenland is het hele jaar winter, ook in andere landen is er vaak een plek waar het bijna het hele jaar winter is. Zoals bijvoorbeeld hoog in de bergen, daar is het altijd wel koud en als het hoog genoeg is is het daar ook het hele jaar door winter. Die sneeuw die er het hele jaar door ligt valt af en toe naar beneden in de kommen tussen de bergen. Dat komt doordat sneeuw op de hoge steile toppen geen grip heeft. Natuurlijk blijft er ook veel sneeuw liggen op die bergen, dat stapelt zich op en vormen firnbekken. En dat kan het begin zijn van een gletsjer.


Maar dat gaat niet zomaar, een gletsjer kan pas na jaren gevormd worden. Alleen al het opstapellen van sneeuw op de firnbekken duurt al jaren. Al dat sneeuw word op elkaar gedrukt waardoor het ijs word, en als het niet meer past in de firnbekken dan gaat het ijstrog langzaam naar het dal toe. Dat bij elkaar heet een gletsjer. Het lijkt alsof en gletsjer stil licht maar in werkelijkheid is hij voordurend in beweging. Dat komt omdat de gletsjer verder gaat als een gletsjerrivier, doordat als het ijs van de gletsjer steeds meer naar beneden gaat word het ook steeds warmer en smelt het ijs. Er ontstaan kleine beekjes, en dat is het begin van een gletsjerrivier.

Bronvermelding

wikipedia

encyclo.nl

Boek De Geo

mountain-forecast.com

peakbagger.com