Warmte en koude toedienen

Temperatuurregulatie

Big image

Wat is het

Doordat het lichaam zelf de temperatuur niet meer kan regelen zoals bij oudere mensen, bij mensen met een verminderde gezondheidstoestand of bij mensen met een ernstige hersenaandoening kan het temperatuurregulatiecentrum in de hersenen stoornissen gaan vertonen. Deze zorgvragers kunnen daardoor eerder door de hitte (of koude) bevangen worden. Bij deze mensen start je een warmte of koudebehandeling.

Zorgvragers met een te lage lichaamstemperatuur

Zorgvragers met onderkoelingsverschijnselen

Er is sprake van onderkoeling of hypothermie bij een centrale lichaamstemperatuur van minder dan 35 graden celcius. Bij een lichte mate van ondertemperatuur, is de zorgvrager vaak zelf in staat om zijn lichaam te verwarmen. Ook kan een zorgvrager enige tijd aan een lage omgevingstemperatuur blootgesteld zijn.

Toepassing
  • aanbieden van warme kleding en dekens
  • onderbrengen van de zorgvrager in een behaaglijke omgeving
  • stimuleren van de zorgvrager tot drinken van vooral warme dranken
  • tijdelijk aanleggen van een vochtbalans
  • regelmatig opnemen van temperatuur.

Zorgvragers met bevriezingsverschijnselen

Bevriezing is een verschijnsel dat meestal plaatselijk optreedt. Er zijn dan ijskristallen ontstaan in het weefsel waardoor het celmembraan beschadigd raakt en cellen afsterven.
  1. eerstegraads bevriezing, waarbij roodheid en later bleekgrijze huidverkleuring optreedt die gepaard gaat met een stekende pijn;
  2. tweedegraads bevriezing, met blaarvroming die gepaard gaat met een stekende pijn;
  3. derdegraads bevriezing, waarbij sprake is van een spierwitte huid die hard aanvoelt en waarbij de zorgvrager geen pijn ervaart; hierbij is het in het ergste geval mogelijk dat een heel lichaamsdeel afsterft.


Toepassing eerste hulp

  • Zorg voor het snel inschakelen van deskundige hulpverlenenr. breng de zorgvrager direct naar een warme omgeving.
  • Zorg dat eventuele natte kleding wordt uitgedaan.
  • Warm de aangedane lichaamsdelen van de zorgvrager voorzichtig op met de eigen lichaamswarmte op door huid-op-huidcontact.
  • Dek eventuele blaren af met een steriel verband.
  • Werk hygiënisch in verband met het grote risico dat de zorgvrager een infectie oploopt.
  • Controleer regelmatig de vitale functies, het bewustzijn en de huid van de zorgvrager.


In overleg met de arts

  • De zorgvrager warm drinken krijgt aangeboden. de zorgvrager dient dan wel bij bewustzijn te zijn.
  • De zorgvrager op een elektrische opwarmmatras komt te liggen en indien deze voorhanden is.
  • De zorgvrager een warm bad of warme douche krijgt aangeboden. Belangerijk is dat de opwarming geleidelijk gebeurt.

Zorgvrager met een verhoogde lichaamstemperatuur

Zorgvrager met koorts

Een verhoogde temperatuur ofwel verhoging als er sprake is van een lichaamstemperatuur tussen de 37,6 en 38 graden Celcius. Wanner je temperatuur omhoog gaat, hoeft dat niet automatisch te betekenen dat je ziek ben. Als je gaat lopen tijdens een warme zomerdag kan de temperatuur oplopen. Als je lichaamstemperatuur oploopt to boven de 38 gradeb Celcius, spreek je van koorts. het hebben van koort betekent dat er iets aan de hand is.

Stadia bij een koude riling
Er zijn drie mogelijke stadia in het temperatuurverloop van een koude rilling waar te nemen.
De eerste fase wordt het koudestadium genoemd. De zorgvrager rilt van de kou en er vindt een snelle temperatuurstijging plaats.

Toepassing
  • Bij de zorgvrager blijven en stelt gerust.
  • De arts op de hoogte stellen of hem laat warschuwen.
  • De zorgvrager observeren en de temperatuur controleren.
  • Zo nodig extra warmte toedienen door een extra deken te geven of de zorgvrager warme kleding aan te laten trekken.
  • Complicaties als bijvoorbeeld flauwvallen of kou vatten voorkomen door de zorgvrager in bed te helpen en toe te dekken.


De tweede fase is het warmtestadium waarbij de temperatuur hoog kan oplopen. de zorgvrager heeft een versnelde ademhaling en hartactie. de huid is droog en voelt warm aan. de ogen kunnen er glanzend uitzien.


Toepassing

  • De zorgvrager geruststellen.
  • De zorgvrager goed observeren en temperatuur controleren.
  • De zorgvrager een keer extra wassen en van schone kleding voorzien.
  • Het bed van de zorgvrager een keer extra verschonen.
  • Zorgvrager voor een rustige, tochtvrije,niet te warme omgeving en daarbij de slaapkamer goed ventileren.
  • De zorgvrager extra vocht aanbieden.
  • De vochtlijst of vochtbalans voor de zorgvrager bijhouden.
  • Maatregelen nemen om complicaties van bed rust te voorkomen.


De derde fase is het transpiratiestadium. In deze fase probeert het lichaam de overtolige warmte kwijt te raken. de zorgvrager transpireert sterk en zijn lichaamstemperatuur daalt. Hij heeft het koud en ligt te rillen. Bij een te snelle daling van de lichaamstemperatuur, kan de zorgvrager een flauwte krijgen.


Toepassing

  • De zorgvrager observeren en de temperatuur controleren.
  • De arts waarschuwen als er zich shockverschijnselen voordoen.
  • Teveel afkoelt en tocht voorkomen.
  • Extra vocht aanbieden zoals bouillon in verband met het verlies aan zouten en zorg voor licht verteerbare, voldoende energierijke voeding.
  • De zorgvrager extra keer verfrissen.
  • Zorg voor schoon linnengoed en kleding.
  • Zorg voor een aangename woon/leefomgeving van de zorgvrager en zorg dat de zorgvrager voldoende rust heeft om bij te komen.

Zorgvrager die door de hitte bevangen is

Een zorgvrager die te lang aan te veel warmte is blootgesteld kan last krijgen van hyperthermie. Hyperthermie is een sterkt verhoogde lichaamstemperatuur die twee gradaties kent:

In de eerste fase is sprake van een temperatuur tot 40 graden Celcius. Men noemt dit warmte-uitputting en verschijnselen hierbij zijn bleekheid,overmatig transpireren, hoofdpijn,spierkrampen,duizeligheid en misselijkheid.

In de tweede fase is er sprake van een temperatuur boven de 40 graden celcius. Dit wordt warmte stuwing of hitteberoerte genoemd. De zorgvrager met ee nhitebroerte heeft last van een hoogrode kleur op het gezicht, een droge huid, hoofdpijn,misselijkheid,dorst en verwardheid. Door verlies van veel zouten en vocht kunnen de hersenen,spieren,hart en andere organen niet goed meer werken. Snel handelen is dan noodzaak.

Toepassing

  • De zorgvrager naar en koele ruimte brengen.
  • De zorgvrager afkoelen met behulp va neen koeldeken, ee nkoelbad of koudwatercompressen,terwijl ook de ventilator aanstaat.
  • Als de zorgvrager nog bij kennis is, krijgt hij/zij een ORS (Oral Rehydration Salts) opgelost in water toegediend. Dit is een poeder waarin zich zouten bevinden die opgelost worden in water zodat een snelle opname in het lichaam mogelijk is.
Big image

Zorgvrager met brandwonden

De huid heeft een belangerijke functie in het regelen van de temperatuur. De huid beschermt onze organen tegen ee naantal schadelijke invloeden van buitenaf. Raakt de huid echter beschadigd,dan word het lichaam in meer of mindere mate blootgesteld aa ndie invloeden. De huid kan op vele manieren beschadigd raken, onder andere door verbranding. Als de huid in aanraking komt met vuur, hete vloeistoffen of straling, zal het verbranden. Wonden die zijn onstaan door inwerking van chemische stoffen worden vaak ook brandwonden genoemd. Hierbij kun je denken aan zuren als zoutzuur of ammoniak die het weefsel zodanig aantasten dat het afsterft.

Gradaties brandwonden
  • Eerstegraads verbranding
Eerstegraads verbranding is een verbranding waarbij sprake is van een nog gave, maar droge rode huid die pijnlijk en soms gezwollen is. een voorbeeld hiervan is de zonverbranding. de pijn verdwijnt naar enkele dagen, waarna de huidlagen afschilferen en de aangedane huid zich hersteld.

  • Tweedegraads verbranding
Bij een oppervlakkige tweedegraads verbranding kan het dekweefsel beschadigd zijn geraakt. Dat is zichtbaar aan een rode,natte en pijnlijke huid. Soms treed er blaarvorming op. Bij een diepe tweedegraads verbranding is er sprake van een wond die er roodachtig en/of wit kan uitzien. De wond is nat en zeer pijnlijk.

  • Derdegraads verbranding
Bij een derdegraads verbranding is een diepe verbranding ontstaan, waarbij het onderhuidse weefsel beschadigd is geraakt. Een derdegraads brandwond is herkenbaar aan een witte of zwartgekleurde huid die droog en leerachtig is. Doordat zenuwuiteinden zijn verbrand, voelt men op die plek geen pijn. Een derdegraads verbranding wordt vaak omgeven door tweedegraads verbrandingen, die wel pijnlijk zijn.

Eerste hulp bij brandwonden
Eerste hulp die er moet worden gegeven als je iemand aantreft met een verbranding.

Toepassing
  • Verwijder zo snel mogelijk de warmtebron uit de buurt van de zorgvrager.
  • Probeer brandende kleding te doven met water of met ee ndeken of jas, trek de jas goed dicht bij de hals zodat het vuur niet bij het gezicht kan komen.
  • Begin meteen na verbranding vijftien a twintig minuten lang te koelen met lauw water. Als de kleding aan de huid zit vastgekleefd, deze niet verwijderen.
  • Regel vervoer naar het zieknhuis als er sprake is van uitgebreide verbranding of brandwonden in het gezicht. Bij verbrandingen aan het bovenlichaam moet de zorgvrager zittend worden vervoerd.
  • Observeer de zorgvrager op verschijnselen van shock en mogelijke andere complicaties.
  • Stel de zorgvrager gerust en ga in op zijn emoties en zijn angstgevoelens.