Praktische opdracht Aardrijkskunde

5 vwo

Praktische opdracht stedelijke gebieden: een onderzoek in Nijmegen

Welkom op de website van de praktische opdracht aardrijkskunde! De aankomende weken gaan jullie aan de slag met een eigen onderzoek.


Je gaat onderzoek doen naar een ruimtelijk verschijnsel in Nijmegen. Voor onderwerpen moet je denken aan stedelijke uitdagingen voor de stad: voedsel, energie, veiligheid, leefbaarheid, leegstand in de binnenstad, probleemwijken, milieu, cultuur, wonen, infrastructuur, etc.


Je kunt inspiratie halen uit hoofdstuk 4 van je lesboek en natuurlijk de actualiteiten! Voorbeelden van aardrijkskundig onderzoek vind je in hoofdstuk 5.


Belangrijke tip: houdt het klein! Beperk je onderzoek tot een deelgebied binnen Nijmegen. Zoom in op één wijk, vergelijk twee wijken met elkaar of onderzoek een bijzondere plek in de stad. Het is beter om één verschijnsel goed te onderzoeken, dan een groot onderwerp slechts oppervlakkig!!

Doel:


  • Leren uitvoeren van een onderzoek in de eigen omgeving a.d.h.v. een gerichte aardrijkskundige onderzoeksvraag. Vanwege het thema stedelijk gebied is gekozen voor de regio Nijmegen;
  • Leren verzamelen en verwerken van informatie m.b.v. aardrijkskundige werkwijzen;
  • Ontwikkelen van hogere kaartvaardigheden door zelf met kaartmateriaal aan de slag te gaan;
  • Leren presenteren van informatie via een werkstuk met cartografisch materiaal.

Praktische opdracht:

  • Werkvorm: in tweetallen
  • Presentatievorm: een onderzoeksverslag en een presentatie tijdens de les. De presentatie mag in allerlei vormen worden gegeven: met een powerpoint, prezi, poster, video, etc. Wees creatief!
  • Omvang: Onderzoeksverslag is circa 15 pagina's. De presentatie duurt ongeveer 10 minuten.
  • Beoordeling: onderzoeksverslag 60%, presentatie 40%.
    Let op: de eindbeoordeling telt voor 20% mee in het SE-eindcijfer van volgend jaar! Zie het beoordelingsformulier op de ELO voor de exacte beoordeling.
  • Deadlines (digitaal inleveren via magister, ELO - opdrachten):
    5V3:
    27 mei: onderzoeksplan inleveren
    23 juni: presentaties inleveren met toelichting en definitieve versie onderzoeksverslag inleveren
    5V7:
    29 mei: onderzoeksplan inleveren
    23 juni: presentaties inleveren met toelichting en definitieve versie onderzoeksverslag inleveren
  • Verplichte onderdelen en eisen:
    Zie het plan van eisen op de ELO voor de verplichte onderdelen van het onderzoeksverslag en de presentatie.

Werkplan in stappen:

Start t/m week 20:

Tweetallen samenstellen

Brainstormen

Oriënteren en inlezen


Voorbereidingsfase week 20 t/m 22:

1. Een onderwerp kiezen

2. Onderzoeksvragen formuleren

3. Planning opstellen


Uitvoeringsfase week 22 t/m 25:

4. Informatie verzamelen

5. Informatie verwerken

6. Onderzoeksvragen beantwoorden

Afrondingsfase week 26 en 27:

7. Reflecteren en evalueren

8a. Presenteren

8b. Onderzoeksverslag inleveren

Theorie

In het theoretisch deel (1 á 2 pagina's) plaatsen jullie het onderzoek dat jullie uitvoeren binnen de theorie. Je plaatst het onderzoek in een groter kader. Je zoomt dus even uit en beschrijft jullie onderwerp wat algemener.


Hiervoor gebruik je het lesboek (H. 4) en twee of drie andere betrouwbare bronnen. Wikipedia mag, maar zoek ook andere bronnen.


Voorbeeld onderzoek naar de herstructurering van Willemskwartier en het effect op de sociale veiligheid: in het theoretisch deel beschrijf je hoe probleemwijken zijn ontstaan in Nederland, welke type wijken dit vaak zijn en waarom juist hier problemen ontstaan. Vervolgens vertel je kort iets over de aanpak ervan door de wijkenaanpak en herstructurering in Nederland.

Veldwerk

Om een antwoord te vinden op de onderzoeksvraag moet je zowel bestaande informatiebronnen raadplegen, als zelf gegevens verzamelen. Om primaire informatie te verzamelen moeten jullie een keer naar Nijmegen om bijvoorbeeld enquêtes af te nemen, metingen te doen, iemand te interviewen, foto's te maken, etc. Dit bezoekje moet je van tevoren goed voorbereiden! Je moet vooraf precies weten wat je gaat doen in Nijmegen. Als je iemand wilt spreken, bijvoorbeeld van de gemeente, een woningcorporatie of een bedrijf, moet je van tevoren een afspraak maken. Voor hulp hierbij kan je de docent aanspreken.


Om te bewijzen dat je echt bent geweest maak je een gezamenlijke selfie op locatie. De foto neem je op in je onderzoeksverslag. Originele foto's zijn uiteraard welkom ;)

Cartografisch materiaal (kaarten)

We doen natuurlijk geografisch onderzoek en daaraan zijn kaarten onlosmakelijk verbonden! Gebruik dat ook cartografisch materiaal in het verslag.


Jullie gaan ook zelf een kaart maken. Eerder in de les hebben we hier al mee geoefend. Je kan de tekening op papier tekenen en inscannen of digitaal maken. Je kan als hulp de contour van Nijmegen of een wijk gebruiken (google maps, website Nijmegen).


In de kaart verwerk je informatie die je hebt verzameld over jouw onderzoeksonderwerp. De kaart dient dan ook als ondersteuning voor de beantwoording van deelvragen of de hoofdvraag.


Een lezer moet de kaart begrijpen zonder dat er uitleg bij wordt gegeven. De kaart moet duidelijk zijn en goed leesbaar. Geef de kaart een titel en teken er een duidelijke legenda bij.

Big image

Bronvermelding

Correcte bronvermelding is altijd erg belangrijk bij onderzoek. Je gaat verschillende secundaire bronnen gebruiken. Dit zijn teksten of illustraties uit boeken, tijdschriften, websites. Vermeld per onderdeel de bronvermelding.


Let op: Je bent verplicht om per (sub-)onderdeel de volledige link van de bronnen te vermelden die je daarvoor hebt gebruikt. Dus bijvoorbeeld niet alleen www.smore.com maar https://www.smore.com/2xbmm-praktische-opdracht-aardrijkskunde ! Anders is de tekst moeilijk terug te vinden.

Presentatie

In de presentatie licht je bijvoorbeeld toe wat jullie hebben onderzocht, hoe jullie dit hebben onderzocht en wat de bevindingen zijn.


Begin vast eens met nadenken hoe jullie het onderzoek willen gaan presenteren. Powerpointpresentatie? Prezi? Een filmpje? Iets interactiefs, zoals een spel? Je mag van alles doen, als het maar binnen 10 minuten past!


Waarom moet je daar nu al over nadenken?! Omdat je misschien al iets moet verzamelen hiervoor tijdens het onderzoek. Denk aan filmen als je in Nijmegen bent of foto's maken.


Bekijk goed wat er in de presentatie moet zitten en waar waar jullie op beoordeeld worden. Dit vindt je in de beoordeling van de praktische opdracht (zie ELO).

Informatiebronnen:

Hieronder staan links naar enkele handige websites. Gebruik ze als startpunt, maar zoek zelf nog andere secundaire informatiebronnen erbij.