Taalgericht vakonderwijs

taalbeleid in het voortgezet onderwijs

Sleutelbegrippen

Kenmerken DAT (dagelijks taalgebruik):

  • eenvoudige zinsbouw
  • gelijkwaardiger gesprekspartners
  • alledaagse betekenissen
  • sociale strategieën
  • communicatie gaande weten te houden

Kenmerken CAT (schools taalgebruik):

  • complexere syntaxis
  • typische interactie
  • vaktaalbetekenis van alledaagse begrippen
  • cognitieve strategieën

Uitgangspunt

De leerlingen moeten bij alle vakken de taal van het vak mondeling en schriftelijk leren.

Contextrijk leren


  • De docent schept betekenisvolle contexten, aansluitend bij (talige) voorkennis van leerlingen
  • De docent schept een rijke taalomgeving met een variatie aan leermiddelen
  • Er wordt geleerd met verschillende zintuigen
  • Er wordt in context getoetst.

Leren in interactie

Leerlingen worden aangezet tot praten en schrijven over de leerstof:

  • Manieren om lesinhouden te verdiepen
  • Manieren om groeperingsvormen effectief in te zetten
  • Bewust hanteren van denktijd en begripscontrole in gesprekken
  • Bevorderen van een respectvol klasseklimaat om interactie te bevorderen
  • Gelegenheid bieden tot reflectie.
Taalgericht vakonderwijs - Context
Taalgericht vakonderwijs - Interactie
Taalgericht vakonderwijs - Taalsteun
Taalgericht vakonderwijs - de praktijk