Hoofdletters en leestekens

Je krijgt er een punthoofd van!

Hoofdstuk 1: Hoofdletters, wanneer gebruik ik ze?

1: Op het begin van de zin. Na een zin die met apostrof begint krijgt het tweede woord een hoofdletter.
- In de Ochtend, 's Ochtends

2: Personen en zaken die als heilig worden beschouwd.
- Allah, God

3: Aanduidingen van vorstelijke personen, staatshoofden of kabinetsleden als de staatsrechelijke functie bedoeld is.
- Hare Majesteit, De president, de Koningin

4: Persoonsnamen. Het voorzetsel of lidwoord krijgt een hoofdletter als er geen naam of voorletter aan voorafgaat.
- Jan, Mevrouw De jong, A. de Vries, mevrouw Van der Velde

5: Aardrijkskundige namen.
- Brussel, Heythuysen, Zuid-Afrika

6: Namen van talen en dialecten.
- Duits, Brabants, Swahili

7: Namen van feestdagen en historische gebeurtenissen.
- Koninginnedag, Pasen, de Tweede Wereldoorlog

8: Namen van culturele, maatschappelijke en religieuze stromingen krijgen een kleine letter!! ook aanhangers hiervan krijgen een kleine letter!
- liberalisme, rooms-katholieken

9: Namen van organen instellingen, verenigingen, diensten, bedrijven enz.
- Europese Unie, het Rijk, Koninklijke Marechaussee
Spellingkampioen - Hoofdletters
Big image

Hoofdstuk 2: Leestekens

2.1
de meest gebruikte leestekens:
. punt
, komma

? vraagteken
! uitroepteken
: dubbele punt
; puntkomma
é accenten/apostrof

2.2
Wanneer gebruik ik ze?

1. De punt gebruik je op het einde van de zin.
Let op!
Geen spatie voor de punt, wel een spatie na de punt en het volgende woord
+ Als een zin eindigt met een afkorting die al een punt heeft (bijv. a.s.) komt er geen tweede punt

2. De komma gebruik je bij:
- een opsomming --> hij traint op maaandag, dinsdag, donderdag en vrijdag
- tussen 2 persoonsvormen --> Zoals ik al via de telefoon zei, is de afspraak verzet naar woensdag
- bijstellingen--> Jan Janssen, leerling van klas 14a, komt iedere dag te laat.
- tussen bijvoeglijke naamwoorden --> de oude, rode, eiken, kast
- voegwoorden zoals; omdat, doordat, zodat, nadat --> Hij viel op de grond, omdat zijn skateboard brak.
- echte en onechte citaten --> 'het wordt al donker', zei Jan.
Er is al teveel extra tijd bijgetrokken, vinden wij.

3. vraagtekens worden gebruikt aan het einde van een directe vraag --> ben je morgen thuis?

4. Uitroeptekens worden gebruikt als een zin extra aandacht nodig heeft en na een uitroep. --> kom z.s.m.! of Help! of U bent knettergek!

5. een dubbele punt gebruik je bij:
- een opsomming ( zie deze regel )
- bij een citaat/letterlijke opsomming


6. accenten op een woord zijn streepjes op de klinker die naar links of naar rechts wijzen.
Streepjes die naar rechtsboven wijzen hebben de klank van de één ( denk aan de klokwijzer die ook naar rechtsboven wijst als hij naar de 1 wijst ). streepjes die naar linksboven wijzen hebben de klank van het woord elf. denk hierbij ook aan de klokwijzer die naar rechtsboven wijst als hij naar de elf wijst.

Voorbeelden: Café, touché
blèren

7. een puntkomma wordt gebruikt bij 2 hoofdzinnen die bij elkaar horen.
Ik heb een super leuke zomervakantie gehad; vooral in Augustus was het lekker warm.



Big image
Voorlezen met Paul Middellijn - Gebruik de leestekens

Oefenzinnen

1. shakespeare was een engels toneelschrijver dichter acteur en groot schrijver
2. istanbul voorheen constantinopel is de hoofdstad van turkije
3. stop daar mee riep johnny

4. ik heb zojuist een brief geschreven aan mevrouw m van der aagd

5. de leerlingen van de volgende klassen 13a 13c 13g en 14a boeken de beste resultaten tot dusver
6. sociale indicaties vooral mogelijke financiële problemen zullen aldus de voorzitter aanleiding geven om af te wijken van het voorgestelde benoemingsbeleid
7. de dag begint altijd met een heel ritueel opstaan douchen aankleden ontbijten en dan naar school
8. de hele samenleving kan straks profiteren van kennismanagement aldus de lotus topman
9. he kun jij alsjeblieft de wasmachine voor mij aanzetten
10. de wijn in het amsterdams cafe vindt maartje heerlijk ze is vooral gek op de witte wijn

antwoorden

1. Shakespeare was een Engels toneelschrijver, dichter, acteur en groot schrijver.
2. Istanboel, voorheen Constantinopel, is de hoofdstad van Turkije.
3. "Stop daar mee!" riep Johnny.

4. ik heb zojuist een brief geschreven aan Mevrouw M. van der Aagd.

5. De leerlingen van de volgende klassen; 13a, 13c, 13g en 14a boeken de beste resultaten tot dusver.
6. Sociale indicaties, vooral mogelijke financiële problemen, zullen, aldus de voorzitter, aanleiding geven om af te wijken van het voorgestelde benoemingsbeleid.
7. De dag begint altijd met een heel ritueel: opstaan, douchen, aankleden, ontbijten en dan naar school.
8. "De hele samenleving kan straks profiteren van kennismanagement", aldus de Lotus-topman
9. hé, kun jij alsjeblieft de wasmachine voor mij aanzetten?
10. De wijn in het Amsterdams café vindt Maartje heerlijk; ze is vooral gek op de witte wijn.