Opvoeden en begeleiden

Opvoedingstheorieen & Gedrags- leerstoornissen

Maria Montessori

Maria Montessori leefde van 1870 – 1952.


Ze verdiepte zich in pedagogiek en psychologie. In Rome werkte ze in de psychiatrie waar zij kinderen behandelde die gedragsgestoord waren. Door haar succes met haar methode besloot ze dit ook toe te passen op gezonde kinderen.

Zij hanteerde hiervoor 4 uitgangspunten in haar theorie:

Structuur – zelfstandigheid bevorderen

Ordenen – overzichtelijke dagindeling

Ontwikkeling – Leren van elkaar – zintuiglijk en verstandelijk

Stimuleren en motiveren – aanleren van leerstof passend bij de levensfase

Thomas Gordon

Thomas Gordon was een ontwikkelingspsycholoog die zich vooral bezighield met de relatie tussen ouders en kinderen. Hij vindt dat kinderen met respect benaderd moeten worden en dat ze serieus genomen moeten worden. Dwang tast de relatie aan en past daarom niet bij deze opvoedtheorie.


De methodes van Thomas Gordon zijn erop gericht om de communicatie te verbeteren en de kinderen zoveel mogelijk hun conflicten zelf op te laten lossen. De ouder/opvoeder is daarbij een scheidsrechter.


3 theorieën van Thomas Gordon:

1. De methode actief luisteren.

2. De geen-verlies-methode

3. De zelf laten oplossen methode

Gedragsstoornissen

Wat is een gedragsstoornis?

Jongeren met een gedragsstoornis gedragen zich langere tijd op zo’n manier dat anderen er erge last van hebben. Het gedrag staat ook hun eigen ontwikkeling en geluk in de weg. Veel jongeren met een gedragsstoornis zien zelf niet dat er een probleem is, maar geven de schuld aan anderen.


Er zijn 3 soorten gedragsstoornissen:

- oppositioneel opstandige gedrag,

- antisociaal gedrag en

- adhd.


De hersenen van jongeren met een gedragsstoornis werken net een beetje anders dan andere jongeren. Het is niet zo dat zij minder goed kunnen leren. Elke jongere is anders maar de jongere met een gedragsstoornis zijn juist anders door hun gedragsstoornis.


Bij de agressieve gedragsstoornis maken we onderscheid tussen de antisociale gedragsstoornis (CD) en de oppositioneel opstandige gedragsstoornis. Het belangrijkste onderscheid tussen ODD en CD ligt in het feit dat kinderen met CD ook gewelddadig kunnen zijn en geen respect hebben voor de gevoelens en rechten van andere. Bij ODD zien we vooral het verzet op de voorgrond treden.

Oppositioneel opstandig gedrag (ODD)

Wat is het:

Kinderen met ODD laten over het algemeen bij het ouder worden geen crimineel gedrag zien. Vaak zijn jongeren met ODD wel meer op zichzelf omdat ze buitengesloten worden door hun neiging mensen te irriteren.


Oorzaak:

ODD komt bij 5% van de kinderen voor. Op jongere leeftijd wordt ODD meer gezien bij jongens, maar bij oudere kinderen komt het zowel bij jongens als meisjes voor.

Een combinatie van omgevingsfactoren en erfelijkheidsfactoren lijken te zorgen voor het ontstaan van ODD. Er is vaak sprake van een lagere intelligentie en mindere prestaties op school. De kans op erfelijke aanleg bij ODD is 3 keer zo groot wanneer een ouder alcoholist is of in aanraking is geweest met de politie, ook is de omgevingsfactor hierbij erg belangrijk. De kans op ODD is dan 18%.

Ook als ouders weinig steun geven en weinig betrokken zijn bij hun kinderen, zichzelf ook agressief gedragen en niet consequent handelen is de kans op het ontwikkelen van ODD of CD groter. Roken tijdens de zwangerschap verhoogt het risico en ook kinderen die lichamelijk mishandeld of verwaarloosd zijn hebben een grotere kans op gedragsproblemen als volwassene.


Kenmerken:

Dwars en uitdagend gedrag.

Een kind met ODD vindt het moeilijk te gehoorzamen en doet “lekker niet” wat volwassenen hem vragen. Dat kan leiden tot ruziemaken met volwassenen en gaat daarmee ook steevast in discussie.

Ook heeft het kind de neiging anderen te plagen of expres te ergeren maar geeft anderen de schuld van zijn eigen fouten.

Het kind gedraagt zich zo vooral tegen volwassenen, niet tegen leeftijdgenoten.

Emotionele symptomen bij ODD zijn dat het kind snel boos en gefrustreerd kan raken. Het kind is erg driftig en prikkelbaar, waardoor hij zich snel ergert aan anderen.

Wraakzuchtig gedrag bij kinderen met ODD is dat ze hatelijk en wraakzuchtig kunnen zijn, doen vervelende dingen vaak om “iemand terug te pakken.”


Oppositioneel opstandig gedrag is een mildere vorm van antisociaal gedrag zoals je dat binnen het onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen nogal eens tegenkomt.

Antisociaal gedrag (CD)

CD is gedrag waarbij je anderen iets ergs aandoet.

Bijvoorbeeld vechten, stelen, bedreigen, liegen of anderen expres pijn doen.


Oorzaak:

'Het ligt vast en zeker aan de ouders'!? of is het aanleg en omgeving!

Er ontstaat een negatieve relatie tussen kind en opvoeder.

CD is een combinatie van erfelijke aanleg en omgeving.


Naar schatting heeft 5,6% van de Nederlandse jongeren van dertien tot achttien jaar een antisociale gedragsstoornis, 0,7% heeft een oppositionele stoornis.

Kenmerken:

Agressie tegen mens of dier:

Pest, bedreigt of intimideert anderen.

Zet aan tot vechtpartijen.

Mishandelt dieren of mensen.

Maakt gebruik van een wapen.

Steelt in direct contact met het slachtoffer.

Dwingt iemand tot seksueel contact.

Ernstige overtreding van regels:

Het kind blijft ‘s nachts van huis weg, vaak beginnend voor het dertiende jaar.

Het kind loopt voor langere periode van huis weg.

Het kind spijbelt regelmatig.


Vernieling van eigendommen:

Sticht opzettelijk brand.

Vernielt opzettelijk spullen van een ander.

Onbetrouwbaarheid of diefstal:

Steelt ook zonder direct contact met het slachtoffer.

Breekt in, in iemands auto of huis.

Liegt.

DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)

DSM is internationaal het meest gebruikte classificatie-systeem voor psychiatrische aandoeningen. (zie ook 'client en omgeving', pag. 355)


De kenmerken die zijn genoemd aan de hand van dit bovenstaande classifficatie systeem is erg gericht op een eenzijdige kant.

Voor ouders is dat soms moeilijk, omdat het geen recht doet aan andere kanten van het kind. Kinderen met deze stoornissen kunnen soms ook lief en aardig zijn. Het gedrag slaat alleen heel snel en bij de minste of geringste aanleiding om in negatief gedrag.


Een kind met CD heeft een ernstiger stoornis dan een kind met ODD, met name vanwege de agressie.

Agressieve gedragsstoornissen worden vaak in verband gebracht met later optredend crimineel en delinquent gedrag.


Behandelmogelijkheden

Allereerst moet een kinder- en jeugdpsychiater het kind onderzoeken en de diagnose stellen. Voorbeelden behandeling: ouderbegeleiding en gedragstherapie voor het kind, die specifiek aansluit op de problemen.

Medicatie wordt bij gedragsstoornissen soms toegepast als de psychotherapeutische therapieën niet voldoende helpen of als er sprake is van:

- acute situaties om gevaar af te wenden

- een chronische situatie, om patronen te doorbreken

- ADHD als bijkomende stoornis

- een stemmings- of angststoornis

Ouderbegeleiding: Hierdoor kunnen ouders zich minder schuldig gaan voelen. Ook ontstaat inzicht in het eigen opvoedgedrag.
Oudertraining: Bij een oudertraining leren de ouders positief gedrag te bevorderen en negatief gedrag te negeren of te bestraffen, en duidelijke grenzen te stellen zonder het kind af te wijzen.

Cognitieve gedragstherapie: training in hoe zij zich in bepaalde situaties kunnen gedragen. Ook leren ze beter interpreteren en verwerken van wat er om hen heen gebeurt, en hoe ze overkomen op anderen.

Scholen: aanbevolen om gedragsproblemen aan te pakken op diverse niveaus richt zich op de hele school, per klas en zo nodig per individuele leerling. Zowel voor school breed gebruik, als voor de aanpak in de klas zijn diverse programma's ontwikkeld.

Koppeling opvoedingstheorie en gedragsstoornis: CD en Maria Montessori

Montessori heeft zich in de pedagogiek en psychologie verdiept, waarbij zij jarenlang in de psychiatrie, kinderen behandelde die gedragsgestoord waren. Later heeft Montessori haar methode ook gericht op kinderen die gezond waren.


In de behandeling van kinderen met CD is het uitgangspunt, voor deze kinderen duidelijk grenzen te stellen, zonder dat het kind zich afgewezen voelt. Dit uitgangspunt sluit naar mijn mening heel goed aan op de methode die Montessori hanteerde.


Deze theoretische methode bied:

Structuur – zelfstandigheid bevorderen

Ordenen – overzichtelijke dagindeling

Ontwikkeling – Leren van elkaar – zintuiglijk en verstandelijk

Stimuleren en motiveren – aanleren van leerstof passend bij de levensfase


Naar mijn mening is hierbij het doel het positieve gedrag van het kind te bevorderen en het negatieve gedrag te leren negeren.


Nadeel hierbij is dat de methode een vrije invulling geeft, maar tevens richting vrije invulling en opvoeding neigt. De theorie vind ik passend, maar ik vind wel dat kinderen met gedragsproblematiek vraagt om duidelijke structuur. Met een kritische blik vraag ik me wel af of deze methode niet te vrij is weergegeven en wel duidelijke structuur op papier heeft staan, welke stappen je wanneer moet zetten als het gaat om verdieping van de theorie en de tools die je hiervoor nodig hebt om in te zetten.

Koppeling opvoedingstheorie en gedragsstoornis: ODD en Thomas Gordon

Thomas Gordon was een Amerikaanse klinische psycholoog. Hij had een grote deskundigheid en ervaring in complexe psychische problemen.

Met die achtergrond kan hij zeker een goede opvoedingsstijl hebben ontwikkeld om om te gaan met ODD.


Over het algemeen komt deze opvoedingstheorie voor mij iets te democratisch over. Gelijkwaardigheid staat centraal. En dat is denk ik, juist tegenstrijdig. In de structuur die een kind met ODD nodig kan hebben, kan gelijkwaardigheid soms belemmerend werken. Soms moet je als ouder toch structuur en grenzen kunnen stellen. In mijn ogen is dat met gelijkwaardigheid in gedachten, niet altijd mogelijk. Soms moet je als ouder "boven" het kind staan.


Wel is het zo dat als je op deze democratische manier opvoedt, het volgens Gordon de volgende resultaten geeft:

- Jij en je kind hebben meer zelfvertrouwen

- Jij en je kind begrijpen elkaar beter

- Er heerst een betere sfeer in huis

- Jullie hebben minder conflicten

- Als er conflicten zijn, kunnen jullie die beter oplossen

- Je kind krijgt meer verantwoordelijkheidsgevoel

- Jullie hebben meer positieve gevoelens.


Dit zijn natuurlijk mooie resultaten, die ook zeker van belang zijn voor een kind met ODD. Al heeft het kind natuurlijk wel een gedragsstoornis en in hoeverre heeft de opvoedingstheorie van Gordon dan invloed op zijn gedrag? Dat is wat ik me dan afvraag.


Conclusie:

Bepaalde aspecten van deze theorie zijn zeker ook van belang in de opvoeding van een kind met ODD. Communicatie is daarbij een belangrijk aspect. Maar ook zijn grenzen stellen en structuur bieden een belangrijk item in de opvoeding van kinderen met een gedragsstoornis. En naar mijn mening biedt deze opvoedingstheorie te veel vrijheid aan het kind waardoor structuur en grenzen stellen lastiger wordt.

Een kind met ODD vindt het moeilijk om te gehoorzamen en doet "lekker niet" wat volwassenen van hem vragen, dus gelijkwaardigheid in de opvoeding wordt dan al lastiger, als het kind niet doet wat de ouder vraagt lijkt mij.

Aan de andere kant kan de win-win oplossing voor conflicthantering daarin misschien wel weer iets helpen.


Ik denk zelf dat het een combinatie van een democratische opvoeding en duidelijke structuur en grenzen goed zou werken. Daarom zou deze opvoeding theorie daarin wel een steentje kunnen bijdragen maar ik denk dat Maria Montessori qua structuur meer te bieden heeft.