Célestin Freinet

Freinetonderwijs

Célestin Freinet

Célestin Freinet (Gars, 15 oktober 1896 - Vence, 8 oktober 1966) was een Franse onderwijzer die, met collega's, een eigen pedagogie - het Freinetonderwijs - heeft ontwikkeld op basis van zijn ervaringen in de dagelijkse praktijk met kinderen op gewone scholen. Met de leden van de Freinetbeweging bleef hij zoeken naar materiële en technische aanpassingen die ervoor zorgen dat de freinetpedagogiek voortdurend een moderne school oplevert.


Hij begint in 1913 aan een opleiding tot onderwijzer. Deze moet hij staken, omdat hij zwaargewond geraakt tijdens zijn militaire dienst gedurende de Eerste Wereldoorlog. Hoewel zijn onderwijzersopleiding niet was voltooid en zijn lichamelijke toestand niet optimaal was, begint hij in 1920 les te geven aan een schooltje in Le Bar-sur-loup in Zuid-Frankrijk. Hij merkt dat de leerlingen niet erg geïnteresseerd zijn in de leerstof, maar wel zeer enthousiast reageren als het over hun eigen leefwereld gaat. Freinet vindt daarom dat men niet moet vertrekken van het abstract intelligente, maar wel van het alledaagse leven van de leerlingen. Hij introduceert de drukpers in de scholen waardoor leerlingen de kracht van het geschreven woord inzien. Bovendien is dit een drukpers, een vorm van vrije meningsuiting. In 1926 trouwt hij met Élise en samen gaan ze in 1928 werken in een lagere school te Saint-Paul. Door omstandigheden wordt hij dan ook ontslagen in 1933 in het belang van het openbaar onderwijs. Freinet besluit om niet meer terug te keren naar het openbaar onderwijs en in 1935 begint hij samen met Élise een eigen school in Vence. Hier zullen ze blijven werken tot aan zijn dood in 1966.

Wat kenmerkt het Freinetonderwijs?

Geen vast stramien

Er werd al gesteld dat er geen vast stramien is voor het Freinetonderwijs. Er moet immers vertrokken worden vanuit de ervaringen van de leerlingen. De leerlingen moeten zelf kunnen bepalen wat ze willen leren en op welke manier ze vragen het beste kunnen beantwoorden. Toch zijn er een aantal technieken ontwikkeld die helpen de visie van Freinet in de praktijk te brengen. Heel belangrijk hierbij is dat deze technieken of werkvormen geen statische methoden zijn. Door voortdurend verder te gaan in de ontwikkeling blijft het onderwijs modern. Zo is de drukpers, die vroeger het middelpunt van de communicatie naar anderen toe was, grotendeels vervangen door de computer. Ook andere technieken veranderen en worden aangepast aan de moderne tijd. Bovendien moet de leerkracht de behoeften van de klas alsook zijn of haar eigen behoeften kunnen vervullen met de gekozen werkvormen. Veel vooropgestelde werkvormen vragen veel investering en voorbereiding van de leerkracht, het is dus logisch dat niet alle werkvormen evenveel aan bod kunnen komen. Welke technieken gekozen worden is afhankelijk van de tijd, de situatie en de mogelijkheden van de klas. Er wordt in het Freinetonderwijs ook maar heel beperkt met handboeken gewerkt wat toch een groot verschil is met het ‘klassieke’ onderwijs. De leerkracht treedt in een Freinetklas op als een begeleider die de kinderen naar de oplossing leidt. In die zin speelt de communicatie tussen de kinderen en de leerkrachten een heel belangrijke rol.

Goede communicatie

Ook is het belangrijk dat de kinderen onderling en met de ouders goed kunnen communiceren. Om deze communicatie te optimaliseren, wordt er een groepsgroeiboek en een groeiboek per leerling bijgehouden. In het groepsgroeiboek kunnen kinderen en ouders hun belevenissen noteren die dan later terug gehaald kunnen worden. De communicatie is niet beperkt binnen de school. Ook de scholen communiceren met elkaar. De kinderen schrijven zelf teksten waarin ze verwoorden wat ze gedaan of meegemaakt hebben en deze teksten worden verspreid naar andere scholen. Om zich te uiten gebruiken de kinderen ‘vrije expressie’ : mime, dans, toneel, schilderen, tekenen, muziek en boetseren. De waarde die ze daarmee willen meegeven ligt niet alleen in de activiteit maar ook in het resultaat waarmee ze duidelijk willen maken hoe in hun ogen de wereld eruit ziet. Op die manier worden kinderen gestimuleerd om hun bezigheid verder te zetten en een beter resultaat te bereiken.

Realiteitsgebonden

In het freinetonderwijs hecht men belang aan de omgang van het kind met de werkelijkheid. Het kind mag zich niet opsluiten in zijn eigen wereldje maar moet met verstand en plezier kunnen omgaan met de werkelijkheid. Het freinetonderwijs tracht dit te bereiken door kinderen te betrekken aan de hand van de inrichting van de hoeken in de klas.


Klasinrichting

Om het werken met deze werkvormen volgens de visie van Freinet mogelijk te maken is de klasinrichting heel belangrijk. De klas vormt niet alleen een leeromgeving maar is ook een leefomgeving waar leerlingen en leerkrachten zich goed voelen. Enkel dan kan goed onderwijs worden gegeven. De inrichting hangt natuurlijk vooral af van de gebruikte werkvormen. Meestal wordt er gekozen voor goed verplaatsbare tafels zodat de inrichting van de klas snel kan veranderen. De tafels staan meestal in groepjes opgesteld zodat groepswerk een plaats kan vinden. Indien de mogelijkheid er is worden er ook al enkele hoeken voorzien. Vooral in het lager onderwijs werkt men dikwijls met vaststaande hoeken zoals bijvoorbeeld een leeshoek of een knutselhoek.

Didactisch materiaal

Er wordt ook veel didactisch materiaal voorzien in de klas zodat de leerlingen de mogelijkheid hebben om hier zelfstandig mee aan de slag te gaan. Zo zal er in de meeste Freinetklassen minstens één computer met internetaansluiting aanwezig zijn. In de klassen is er ook plaats voor materiaal van de leerlingen. Projecten die de leerlingen hebben uitgevoerd of de klassenkrant krijgen een plaats in de klas zodat het werk van de leerlingen zichtbaar is. Ook een klassenkrant wordt dikwijls voorzien in de klas.

Visie

De visie van het Freinetonderwijs heeft een aantal punten:


* Leren is leuk

* Gelijke behandeling

* Motivatie van het kind

* Technieken en aandachtspunten

* Belangrijkste ideeën