Molukse Uitvaart

tradities en rituelen

Inleiding

In de Molukse gemeenschap deel je het verlies van een dierbare met je hele familie. Samen over het verlies praten, bidden en vooral samen zijn om het verlies verwerken, is erg belangrijk.


De dood is een deel van het leven en wordt niet als erg beschouwd, omdat men gelooft in een leven na de dood in het Koninkrijk van God.


De ziel gaat naar de hemel en mag gevierd worden, geen feest maar er wordt veel gegeten en gezongen.


Er wordt gebeden voor en na elk ritueel.

Voor de dood

Als men weet dat iemand op sterven ligt, begint meteen de stervensbegeleiding die tevens ook al rouwverwerking is. Iedereen gaat naar de stervende toe.
Men wil samen zijn, samen praten, samen bidden.
Bij Molukkers rust er geen taboe op de dood, men spreekt openlijk over het naderende einde, want de dood is deel van het leven.
De dominee gaat op bezoek bij de stervende, maar ook de ouderlingen en leden van de kerkenraad komen op bezoek.


De kleding, uitgezocht door de overledene zelf, ligt al gereed.
Voor de 1e generatie Molukkers is dat de traditionele zwarte kleding voor de man

en de sarong en kebaja voor de vrouw.
Vaak zeggen hebben ze al tegen de kinderen gezegd: als ik kom te overlijden, hier liggen mijn kleren!

Als iemand overleden is

De overledene wordt door de familie gewassen en aangekleed.

Nu wordt er ook tegen de overledene gepraat om “mee te werken”

Het is gebruikelijk om persoonlijke dingen, zoals een kam, zakdoekje of bril, mee te geven in de kist, men moet er mooi uitzien en je bril heb je nodig.

Voor en na het wassen wordt er gebeden.

Soms wordt een bijbel in de kist gelegd, maar deze wordt weggehaald als de kist gesloten wordt; een bijbel stop je niet onder de grond.

De overledene wordt bij voorkeur thuis opgebaard. Er kan ook gekozen worden voor de rouwkamer bij de Molukse kerk. Als de overledene thuis blijft zal hij of zij niet alleen gelaten worden tot aan de uitvaart.

Als de overledene in een rouwcentrum heeft gelegen komt de overledene 's middags nog een paar uur thuis voor de troostdienst.

Bij het betreden of verlaten van het huis wordt het lichaam met de voeten vooruit gedragen. Je voeten zetten immers altijd de eerste stap.
Het dragen van de kist wordt de familie zelf gedaan, dit kunnen de kinderen, neven of peetkinderen zijn.

Hulp van vrienden, kennissen, buren

Een Molukse uitvaart kan heel druk bezocht worden.

Het koken en verzorgen van het eten voor de gasten na de uitvaart vindt men heel belangrijk. Daarom zullen buren en andere leden van de gemeenschap inspringen om boodschappen te doen, zodat alle gasten mee kunnen eten.
Voor de troostdienst worden hapjes gemaakt.

De avond van de troostdienst

Een heel belangrijk onderdeel van de afscheidsrituelen wordt gevormd door de troostdienst in de kerk op de avond voor de uitvaart.

Dit heet ‘malam penghiburan’, letterlijk de avond van de troost.

De troostdienst is nog belangrijker dan de uitvaart zelf.

In ieder geval wordt de troostdienst vaak nog drukker bezocht dan de uitvaart.

Enkele honderden bezoekers is geen uitzondering en soms zelfs nog meer.

Dit komt omdat hele families komen, overal vandaan, het kan een vriend(in) zijn van je ouders, al ken je hem/haar oppervlakkig.
Op de dag van uitvaart komen dan alleen de ouders.


De kerkdienst

De kinderen zitten aan beide zijde van de baar. De kleinkinderen daar weer achter

De predikant aan zijn of haar hoofdzijde.

De aanwezigen kunnen de familie voor of na de dienst condoleren en dus ook langs de baar lopen om eventueel nog iets te zeggen of een laatste groet.

Het is gebruikelijk dat mensen geld in enveloppen meebrengen om de rouwende familie te ondersteunen.

Hoe meer geliefd een overledene was, des te meer geld wordt er gegeven.

De troostdienst begint en eindigt met een gebed.

De predikant troost naaste familie en vrienden en er wordt veel gezongen.

De familie in rouw zal zelf een lied ten gehore brengen.

Na afloop is er koffie/thee en zijn er hapjes te eten.

Daarna komt men opnieuw bijeen in de kerk voor een samenzang.

De bijeenkomst staat in het teken van ‘er zijn’ voor de nabestaanden.

Na afloop van de dienst zal de familie de nacht waken bij de overledene, want die laat je niet alleen en meestal blijven de mannen.

De dag van de uitvaart

Op de dag van de uitvaart vindt er ook een kerkdienst plaats.

Ook hier begint en eindigt het met een gebed en er vindt veel zang plaats.

Aan het eind van de dienst is er gelegenheid voor korte toespraken door personen die de overledene een warm hart toedraagt.

Iemand van de familie bedankt de gasten voor hun komst en nodig ze uit om na de begrafenis een warme maaltijd te nuttigen.

Voordat de kist dicht gaat neemt de familie als laatste afscheid van de overledene en spuit haar/zijn lievelingsgeurtje over haar/zijn lichaam.

Na de uitvaartdienst wordt de kist door de kinderen naar buiten gedragen.

Voor men naar de begraafplaats gaat rijdt de lijkwagen nog een keer richting het huis van de overledene en stopt daar een korte tijd.

Zodoende kan de overledene afscheid nemen van zijn of haar huis.

Alle deuren en ramen staan open zodat de overledene naar binnen/buiten kan.

Iemand van de familie staat bij de voordeur om hem/haar te ontvangen en bij het weg rijden een goede reis te wensen.

De kleinkinderen lopen voor de baar richting het graf.

De aanwezigen scharen zich rond het graf.

Aan het graf leest de dominee een passage voor uit de bijbel en gezamenlijk wordt het ‘Onze Vader’ gebeden.

Selamat Djalan - Goede reis

Als de kist is gezakt strooit de naaste familie bloemblaadjes en zijn/haar favoriete geurtje (van oudsher is dat 'eau de cologne 4711) over de kist, de overledene moet fleurig en lekker ruikend weggaan.

Na de predikant doen alle aanwezigen dit ook en wenst men de overledene dan

Selamat Djalan.

De familie bedekt de kist met aarde totdat het graf helemaal dicht is. De kransen worden er bovenop gelegd maar de linten met namen worden meegenomen.

Volgens de overlevering mogen er geen namen op het graf liggen.

De familie vertrekt als laatste van de begraafplaats.

Het graf wordt beschouwd als een rumah, een huis. Dat betekent dat men de plicht heeft er goed voor te zorgen. Er staan altijd verse bloemen en het graf ziet er verzorgd uit.

Na afloop gaat iedereen met de naaste familie mee naar een speciale ruimte die groot genoeg is om alle gasten een plaats te geven.

Zoals al eerder genoemd; bij Molukse begrafenissen is het de gewoonte dat de familie na afloop de mensen uitnodigt gezamenlijk te gaan eten.

Dit heeft te maken met de tradities van onze voorouders, als mensen van ver voor de plechtigheden kwamen, dan moet je ook voor hen zorgen.

Tijdens deze maaltijden worden de (familie)banden aangehaald, eventueel gehuild maar ook veelvuldig gelachen en gememoreerd. Geboortes, huwelijken en ja ook. begrafenissen, dat zijn de momenten waarop de families samenkomen, waarbij eten een belangrijke bindende factor is.

Veertig dagen na de uitvaart

Vanaf de dag van overlijden is in feite ook de rouwperiode begonnen.
Deze duurt 40 dagen. Vanuit de Bijbel is dit de periode vanaf de wederopstanding (1e paasdag) t/m Hemelvaartsdag.

Volgens de overlevering zal de ziel van de overledene in die 40 dagen nog regelmatig terug keren bij de familie.

Op de 40stee dag gelooft men dat zijn ziel is aangekomen in de hemel er vindt dat opnieuw een samenkomst plaats. Vooraf zal er gezamenlijk een warme maaltijd worden genuttigd.

Tijdens deze bijeenkomst staan de aanwezigen stil bij de persoon die ze moeten missen en bij datgene wat hen bindt.

Lievelingsliedjes van de overledene worden ten gehore gebracht en er kan een voordracht of gedicht gelezen worden.

Samen wordt bekeken hoe het nu verder moet en worden afspraken gemaakt over ondersteuning van de directe nabestaanden.

Hiermee is de rouw periode beëindigd.

Na afloop is er koffie/thee en Molukse hapjes voor de aanwezigen.

Zorg en liefde voor elkaar

De begrippen ‘masohi’ en ‘muhabbat staan voor zorg en liefde voor elkaar in alles.

Deze begrippen bepalen de sterke saamhorigheid en het belang van de familie- en dorpsbanden binnen de Molukse gemeenschap.

Zij geven inhoud aan het geloof, dus ook aan stervensbegeleiding en rouwverwerking.