woorden aan elkaar

Kai Willems, Mitchel Keulen

WoorenAanElkaar

Deze

uitleg woorden aan elkaar

je schrijft de woorden meestal aan elkaar vast maar je hebt ook uitzonderingnen.

de tussen N en de tussen S

Uitleg:



Kijk altijd naar het eerste woord van de samenstelling. Is dit een zelfstandig naamwoord dat in het meervoud eindigt op en? Dan krijgt het eerste woord van de samenstelling een tussenletter n.

• hondenhok

Deze regel geldt in de nieuwste spelling ook voor de volgende woorden:

• paddenstoel


Als het linkerdeel van een samenstelling al eindigt op en, schrijf je dat ook in een samenstelling:

• dronkenlap

Je schrijft geen tussen -n als:


- het eerste deel afgeleid is van een werkwoord.

• spinnewiel (spinnen)

- het eerste deel van een samenstelling verwijst naar een persoon of zaak die uniek is.


• zonneschijn (er is maar een zon)


- het eerste deel van het woord de betekenis van het tweede deel versterkt


• boordevol (het is niet gewoon vol, maar heel erg vol)


- je van het eerste deel van het woord niet meer weet waar dit vandaan komt


• bolleboos

- het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat in het meervoud op n en s kan eindigen


• secretaresseblad (secretaresses / secretaressen)

- als het woord op loos eindigt (dit geldt niet voor wezenloos)


• besluiteloos

We schrijven een s in een samengesteld woord, als je de s kunt horen


• stationsplein

Let op! Als het tweede woord in een samenstelling met een s begint, dan horen we de s niet. Je schrijft de s wel

• stationsstraat


Uitleg van het streepje

Hoofdregel

als het 1e deel van de samenstelling eindigt op een klinker en het 2e deel begint met een klinker,zet je een streepje om de voorkomen dat die 2 klinkers samen 1 klank vormen

bijv. het auto-ongeluk

na-apen


worden die eindigen op achtig krijgen ook een streepje

bijv. zebra-achtig


Uitzonderingen


als het woord geen samenstelling is gebruik je een trema.

bijv. zeeen

bij getallen gebeurd hetzelfde

bijv.tweeenvijftig

10 oefenzinnen

  1. menukaart Goed/Fout
  2. advertentie campagne Goed/Fout
  3. schoolleider Goed/Fout
  4. kortetermijnconsequenties Goed/Fout
  5. woon-werk verkeer Goed/Fout
  6. oudburgemeester Goed/Fout
  7. glas in lood ramen Goed/Fout
  8. meisjes stemmen Goed/Fout
  9. liefdes-scene Goed/Fout
  10. adventstuk Goed/Fout














1 goed

2 fout advertentiecampagne

3 goed

4 fout korte termijn consequenties

5 fout woon-werkverekeer

6 fout oud-bergemeesters

7 goed

8 goed

9 fout liefdesscene

10 goed

Spellingregels deel 6: Aan elkaar of Los
Spellingregels deel 4: Tussen -n